Eindelijk opgespoord: twee tweelinggenen

Genetica Nederlandse onderzoekers vonden na uitgebreid DNA-speurwerk twee genen die de kans op een twee-eiige tweeling vergroten.

Na lang zoeken zijn in het menselijk DNA eindelijk twee genen gevonden die verantwoordelijk zijn voor spontane twee-eiige tweelingzwangerschappen. Dat dit erfelijk was, stond al lang vast, maar nu is het genetici onder leiding van onderzoeker Dorret Boomsma van de Vrije Universiteit in Amsterdam voor het eerst gelukt dit precies te traceren. Ze publiceren hun resultaten vrijdag in het American Journal of Human Genetics.

De gevonden genvarianten hebben beide invloed op de hoeveelheid eitjes dat vrijkomt per cyclus (normaal is dat er één). Het ene gen, FSHB genoemd, stimuleert de afgifte van een hormoon dat de eicelrijping bevordert (FSH, het follikel stimulerend hormoon). Met een variant van dat gen heeft een vrouw 18 procent meer kans op een twee-eiige tweeling. Het tweede gen (SMAD3) zit wat verderop in de keten, en bepaalt hoe sterk de eierstokken reageren op het FSH. Deze variant verhoogt de kans op een twee-eiige tweeling met 9 procent. Een vrouw die beide varianten heeft, heeft een 29 procent hogere kans, schrijven de genetici.

De ontdekking is een triomf voor de genetica van de grote getallen. De genetische invloeden in het DNA van meer dan tienduizend moeders zijn opgespoord en vervolgens gecontroleerd in meer dan honderdduizend. De onderzoekers begonnen met het analyseren van genetische data van tweelingmoeders uit Nederlandse, Australische en Amerikaanse tweelingregisters. Met de drie sterkste ‘kandidaten’ gingen ze vervolgens naar IJsland waar de resultaten in de enorme genetische databank van het bedrijf Decode werden gecontroleerd. Daarbij viel er dus één af, die niet significant bleek.

Voor verschillende andere diersoorten waren al zulke genen gevonden. Maar nu blijkt dat het bij iedere diersoort weer net iets anders in elkaar zit. Bij mensen houdt een meerlingzwangerschap extra risico in voor zowel de moeder als haar kinderen, waardoor er andere evolutionaire krachten op inwerken, schrijven de onderzoekers.

De erfelijkheid van het krijgen van tweelingen komt via de moeder en niet via de vader. Per land is de erfelijke aanleg ervoor waarschijnlijk heel verschillend. Voor een Japanse vrouw is de kans op een twee-eiige tweeling 6 op de 1.000, voor een Nigeriaanse wel 40 op de 1.000. Eeneiige zwangerschappen, waarbij één bevruchte eicel zich al vroeg splitst in twee embryo’s, zijn niet genetisch bepaald en komen wereldwijd bij 3 tot 4 op de 1.000 geboortes voor.