De wowfactor van Hans Teeuwen

Profiel Op 7 mei gaat de zevende solovoorstelling van Hans Teeuwen in première: ‘Echte Rancune’. Een terugblik op de carrière van een cabaretier met duizend gezichten.

Hans Teeuwen Foto Thomas Sweertvaegher/Lumen

Zijn Engelstalige show op de Edinburgh Fringe in 2010 sloot Hans Teeuwen af achter de piano, met het liedje I love your cunt. Vintage Teeuwen: blijmoedig een scabreuze tekst zingend, niet meer dan die ene regel, en die eindeloos herhaald. Bij het naar buiten lopen zong een groep vrouwen het samen nog proestend na. Ook onder Britten veroverde hij harten met zijn nietsontziende aanpak en vernieuwende stijl.

Lees ook wat collega-cabaretiers van Hans Teeuwen vinden: Hij was de eerste die de waanzin speelde

In Nederland was zijn genie toen al jaren breed geaccepteerd, in Groot-Brittannië had hij een wereld te winnen. En dat lukte. The Guardian noemde hem vorig jaar als één van een handvol ‘gamechangers’ in comedy. Zoals collega Jochem Myjer vaststelt: „Teeuwen is niet voor niets de enige Nederlandse comedian die het in het walhalla van de humor heeft gered. Dat zegt genoeg over zijn uitzonderlijke kwaliteiten.”

Nu Teeuwen begin mei zijn zevende solo in première laat gaan, is het goed nog eens vast te stellen dat hij vanaf zijn eerste stappen op het podium baanbrekend was. Cabaret gold als een persoonlijkheidskunst. Teeuwen maakte er performancekunst van. Op het podium stond een acteur, die op ongrijpbare wijze koortsachtig wisselde van gedaante.

Provocerend

De middelen die hij gebruikte, worden steevast verward met de karakterisering van zijn werk: hard, grof, provocerend, absurd, seksueel. Dat is allemaal buitenkant. Dat die buitenkant het beeld bepaalt, wordt veroorzaakt door de ingesleten opvatting dat cabaret ons authentieke, hoogst persoonlijke uitingen toont. Het is ongewoon de cabaretier als een acteur van zijn rol te scheiden. Terwijl Teeuwen toch elk programma zo snel mogelijk duidelijk maakt dat hij een onbetrouwbare verteller is: een wildeman, een malloot of anderszins ontoerekeningsvatbare figuur.

Zijn verdwijnen in een persona die hij grotendeels niet zelf is, is essentieel voor wat hij doet. Dat is zijn code, zijn afspraak met het publiek. Wat Teeuwen laat zien, met zijn steevast maffioso naar achter gegelde haar, is geen man uit één stuk, maar een als een knipperlicht van karakter veranderend personage, met duizend gezichten, gebaren en stemmen.

Doet Teeuwen typetjes? Dat is een onwerkbare definitie in zijn geval. Die term doet denken aan de imitaties van Erik van Muiswinkel en de slapstick van André van Duin, fluitketel op het hoofd. De typetjesmaker verschuilt zich: achter een gelijkenis of een verkleedpartij. De typetjes zijn eenduidig. Terwijl Teeuwen opzettelijke inconsequente collages van mensen opvoert, als iemand met een meervoudige persoonlijkheid. Hij is nooit ronduit een verbitterde kneus, seksueel gestoorde hooligan of bijna rationele man, want hij is nooit een scène lang dezelfde.

Zonder voorbehoud vertolkt hij alle variaties van het kwaad: racist, seksist, kinderhater

Behalve een onbeschrijflijk expressieve mimiek zet hij daartoe een mix van accenten in, waarin het Brabants en Limburgs dominant zijn. Een figuur kan vrouwelijke trekjes hebben, en van kakkineus of tuttig overhellen naar nichterig of verwijfd. Maar in zijn holster zit ook de onzekere jongen, de kakker met hoge stem, de burlende lefgozer of de arrogante cool guy.

In zijn vijfde solo Industry of Love (2003), speelt hij bijvoorbeeld een mannetje dat onbedwingbare krampen krijgt als hij op bezeten toon praat, waar Teeuwen enkele keren kalm ‘Met een trommeltje’ tussendoor zegt. Onnavolgbaar. Ander voorbeeld uit zijn vierde solo, Dat dan weer wel (2001): met de Haagse deftigheid van Paul van Vliet, op diep zalvende toon, bezingt Teeuwen het literair café, tot hij abrupt schakelt naar een snerend: „En dan aan het eind van de avond zo’n dikke schrijfster volpompen op het toilet. Lekker je Schwanz schuiven in die natte la.” Die wisseling herhaalt hij enkele keren.

Door zichzelf ongrijpbaar te maken als performer creëert Teeuwen de afstand die noodzakelijk is om zijn seksuele, gewelddadige en absurdistische erupties als humor te kunnen zien. Uit de mond van de outsiders die hij speelt, klinken de grofheden grappig, hoe bruut het ook wordt.

Bruut is Teeuwen zeker. Waar andere cabaretiers zich naar de ontmaskering van de zwakheden van de mens toe redeneren, legt Teeuwen met één grote haal kloppende gezwellen bloot. Zonder voorbehoud vertolkt hij alle variaties van het kwaad: racist, seksist, stalker, kinderhater, dierenmishandelaar, pestkop. Daarbij het publiek verwarrend met momenten waarop je deze figuren aandoenlijk of overtuigend kan vinden. Daar past ook zijn voorkeur voor sprookjes en dierenverhalen bij. Die lenen zich goed om onverwachte gruwelen mee op te roepen.

Podiumversie

De grote cesuur in het werk van Teeuwen komt bij zijn vijfde show, Industry of Love. Na zijn vier eerste programma’s zou het nog knap lastig zijn geweest om te bepalen hoe Teeuwens eigen, ‘normale’ stem klonk. In Industry of Love probeert hij dat voor het eerst uit, door een podiumversie van zichzelf neer te zetten: Hans Teeuwen zoals hij echt zou kunnen zijn en klinken. Het is een experiment om te zien of zijn horrorkabinet niet aan kracht wint als de gekte wordt verwoord door een schijnbaar normale man. Berucht is hoe in die show een gesprek met het publiek, ‘als zichzelf’, uitloopt op de bizarre bluf dat hij de koningin heeft gelikt en anaal heeft genomen.

In Spiksplinter (2011) zette hij die aanpak voort. Meer zichzelf spelend, even radicale teksten – die nog steeds zijn gehuld in driedubbel gelaagde sluiers van ironie. Met de jaren, door zijn optredens in de media en filmpjes, is de perceptie ontstaan dat Teeuwen van zichzelf dat ongeleide projectiel, die wildeman is. Zijn persona is buiten het theater getreden. Zoals recentelijk bij RTL Nieuws, toen hij de Duitse satiricus Jan Böhmermann verdedigde door een ontmoeting met ‘jongenshoer Erdogan’ op te dissen. Op het podium hoeft hij dat beeld van buitensporige gek nog maar een beetje aan te zetten om effect te sorteren.

Die verandering naar de schijn van authenticiteit heeft ook geleid tot kritiek. Teeuwen kreeg het verwijt dat hij over zijn hoogtepunt heen zou zijn. Dat is een kwestie van onbegrepen kunstenaarschap. Ondanks de kleinere variatie in de rollen die hij aanneemt, bezitten zijn groteske omkeringen en op zijn kop gezette waarheden nog altijd de wowfactor. Ook als hij oprecht veinst zichzelf te zijn, is Teeuwen een onvergelijkbare comedian.