Boven alles moet er perspectief zijn

Interview burgemeester Hubert Bruls Het rijk zou gemeenten moeten verplichten tot de opvang van asielzoekers, aldus Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen. ,,Allemaal aan de bak. Ieder zijn deel.’’

Hubert Bruls staat de pers te woord bij aankomst van de eerste groep van 300 asielzoekers in Heumensoord., in oktober 2015 Foto: Valerie Kuypers/ANP

Nooit meer zo’n asielopvang als op Heumensoord, concludeerden de Nationale Ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens. Zij onderzochten klachten van vluchtelingen over het gebrek aan privacy en zorg, lawaaiige paviljoententen en het pesten van homo’s.

Burgemeester Hubert Bruls (CDA) van Nijmegen noemt dat ‘een luxeredenering’. Bozig: „Ja, ik wil dat ook nooit meer. Wie wil er nou noodopvang in sporthallen? Ik wil dat mensen veilig in Aleppo kunnen wonen. Ik wil een wereld zonder oorlog.”

De ombudsman en het college hebben zich bij hun beoordeling „wat laten meeslepen door de discussie over grote of kleinere opvanglocaties voor vluchtelingen”, vermoedt hij. Hij spreekt van een misser.

De locatie is leeg. Is het een opluchting?

„Ik had verwacht dat er een bepaalde opluchting zou zijn, maar nu het zover is, ben ik eerder tevreden over de klus die is geklaard, samen met al die professionals en duizenden vrijwilligers. Op Prinsjesdag 2015 werd ik gebeld door Gerard Bakker (bestuursvoorzitter Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, red.), ruim twee weken later ging de opvang open.”

Zou u het nog een keer zo doen?

„Ik zou hetzelfde besluit weer nemen. Het alternatief was mensen onder de brug te laten slapen, of zoiets als bij Calais of op Lesbos. Dan is een verblijf op Heumensoord altijd nog beter. Ik zou wel willen afspreken dat er meteen wordt begonnen met taalcursussen – geef de mensen alvast de kans te bouwen aan een nieuw leven. Ik zou ook willen dat het sneller gaat met de asielprocedure. Maar als het COA nu weer met de vraag komt, zou ik dat wel heel slecht vinden. Dat zou betekenen dat we alles nog steeds niet op orde hebben.”

Meteen na de ingebruikname liepen vluchtelingen ontevreden weg. Hoe heeft u dat ervaren?

„Ze hadden kennelijk verwachtingen. Als je al op de eerste dag wegloopt… ik vond het een wat rare actie. Klagen over het eten mag, maar dat is niet een probleem waar ik mij als burgemeester druk over moet maken. Als je een probleem hebt met je huurbaas, dan moet je niet bij de burgemeester zijn. Ik ga niet over de kamerindeling. Wij hebben wel een rol bij het bieden van perspectief. Dat signaal hebben we opgepakt. Wij hebben aangedrongen op snellere procedures. We hebben ook gelet op de veiligheid en de gezondheid. Eerst was er in de nacht niemand van het COA op het kamp aanwezig. Later is dat veranderd. Je kunt het niet hebben dat er telkens gedoe is waarvoor de politie moet uitrukken.”

Er verschenen kritische rapporten; er deugde niet veel van de opvang. Wat dacht u toen?

„Ik zag er vooral het gebrek aan perspectief in terug. Dat zat er als een rode draad doorheen. Maar zijn mensenrechten aangetast? Nee, dat is niet zo. Het is geen representatief onderzoek geweest – het is geschreven op basis van klachten. De Nationale Ombudsman is een ombudsman, geen enquêteur. Wat niet klopt, is de kritiek op de grootschaligheid. Daar neem ik afstand van. De klachten over Heumensoord hoor ik ook over kleinschalige opvang. Die klachten hebben met de omvang niets te maken. In Budel worden 1.500 vluchtelingen opgevangen in oude defensiegebouwen. Daar hoor je geen klachten over. Bij kleinere opvanglocaties was wel ontevredenheid. Het gaat niet om het getal, maar om de privacy, of mensen zich op hun gemak voelen. Maar boven alles moet er perspectief zijn.”

Er is discussie over grote of kleine locaties. Wat heeft uw voorkeur?

„Kleinschaligheid heeft voordelen, grootschaligheid ook. We moeten in elk geval nieuwe locaties voorbereiden, grote locaties die in korte tijd gereed zijn, zodat je geen crisisopvang meer hoeft te organiseren in sporthallen als er onverwacht weer duizenden vluchtelingen komen.”

U zei eerder dat de vrijblijvendheid er af moet voor gemeenten.

„Je moet durven zeggen: allemaal aan de bak. We verdelen het. Het systeem van vrijwilligheid werkt bij een overzichtelijke, langzame stroom vluchtelingen, maar bij een grote stroom moet het rijk de regie nemen en iedereen verantwoordelijk maken. Leg een taakstelling op, zoals in Duitsland gebeurt. Dat is niet altijd plezierig, maar zo neemt wel ieder zijn deel. Ik constateer dat sommige gemeenten niet zo graag willen; die houden zich stil.”

In een reactie blijft de ombudsman erbij dat grootschaligheid in combinatie met de lange procedure en de constante onzekerheid moet worden voorkomen. Voor het rapport is „kwalitatief onderzoek gedaan. Een scala aan mensen is geïnterviewd”, aldus de ombudsman.