Wethouder: ‘Cultuur is te vaak nog franje’

Amsterdam wil dat zijn culturele instellingen internationaliseren. Dus neemt de gemeente ze zelf mee naar New York.

Bezoekers in Londen bij de expositie Foam Talent van fotografiemuseum Foam.

Het is een primeur: de gemeente Amsterdam gaat voor het eerst met een volledig culturele missie naar het buitenland. In september zal locoburgemeester Kajsa Ollongren met een delegatie van culturele instellingen New York bezoeken. Bedrijven laat ze thuis. Dit is geen handelsmissie, maar een cultuurmissie.

Bij de opening van een expositie van fotomuseum Foam in Londen afgelopen donderdag kondigde Ollongren, als wethouder verantwoordelijk voor zowel Economische Zaken als Cultuur, haar initiatief aan. „Als ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken heb ik veel handelsmissies georganiseerd. Dan ging soms één culturele instelling mee. Toch vaak als franje. Zo werd het door die culturele instellingen zelf ook vaak opgevat", vertelt ze de volgende ochtend bij het ontbijt in haar Londense hotel. „Dit is een signaal: kunst en cultuur is voor Amsterdam een cruciale sector, die moet er niet een beetje bijhangen."

Van elf instellingen is al zeker dat ze meegaan: het Stedelijk, Amsterdam Museum, Foam, Holland Festival, Paradiso, Cobra Museum, Eye, het conservatorium, Amsterdam Art Weekend, Amsterdam Fonds voor de Kunst en Voordekunst. Met andere instellingen wordt nog gesproken. Verwacht wordt dat er samenwerkingsovereenkomsten met Amerikaanse instellingen zullen worden gesloten.

„De Amsterdamse instellingen reageren soms nog onwennig”, vertelt Ollongren. „Natuurlijk zijn instellingen als het Concertgebouworkest, Nationaal Ballet & Opera, Toneelgroep Amsterdam of het Stedelijk internationaal al zeer actief, maar veel anderen nog niet of te weinig. Dit is een nieuwe stap."

Zij vindt die nodig. „Het gaat bij deze missie juist niet om toeristen trekken. Het is voor de toekomst van deze instellingen belangrijk dat ze internationale relaties hebben. Juist in de wereld van kunst en cultuur is er een enorme globalisering. Het is goed als er veel talenten naar de stad komen, ook voor bedrijven is het belangrijk dat er veel creatieven naar onze stad trekken. Kunst en cultuur bepalen de identiteit en de aantrekkingskracht van de stad.”

Na de kater van de bezuinigingen, zijn dat welkome geluiden voor de cultuursector. „Die hebben wij dan ook teruggedraaid” zegt Ollongren. Maar in haar cultuurbeleid verlangt ze wel van de gesubsidieerde instellingen dat ze echt werk maken van internationalisering. Dat geldt zeker voor de 21 grotere instellingen die ze tot een nieuwe Amsterdamse basisinfrastructuur heeft toegelaten. Maar ook de kleinere instellingen, die in de nieuwe periode subsidie ontvangen van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, moeten in hun aanvraag internationale plannen tonen.

Dat kan spanningen opleveren voor instellingen die ook rijkssubsidie ontvangen, geeft Ollongren toe, want het Rijk verwacht van die Amsterdamse instellingen dat ze zich ook elders in het land vertonen. „Als Toneelgroep Amsterdam successen vertoont in New York of nu hier in Londen met Kings of war, dan moeten we toch niet de discussie voeren of ze ook genoeg in Meppel spelen. ” Ze noemt het achterhaalde discussies. „Culturele instellingen moeten de ruimte krijgen zich te profileren. Ik geloof dat Den Haag ook het belang van internationale topinstellingen inziet.”

De gemeenteraad drong onlangs aan om internationale topmusea tot een vestiging in Amsterdam te verleiden op plekken buiten het centrum. „Spreiden van cultuur door de stad vind ik een goed idee. Maar daarvoor hoeven we geen internationale musea aan te trekken. Dat kan ook met wat we al in Amsterdam hebben.” In Londen bezocht ze het Victoria & Albert Museum. „Daar denken ze erg na hoe ze meer met hun collectie kunnen doen en ontwikkelen ze nieuwe initiatieven in het Olympische kwartier. Daar wil ik met het Amsterdam Museum en het Stedelijk ook naar kijken.”

Waar haar beleid de komende vier jaar toe moet leiden? „Op economisch gebied zijn er internationale lijstjes. Zo zijn we trots dat we de doelstelling hebben gehaald in de topdrie-steden voor startups te komen. Als er een lijst zou zijn voor de beste culturele steden, dan zou Amsterdam tot de top 5 moeten behoren.”