Waarom de Spanjaarden na een half jaar al weer naar de stembus moeten

Mislukte formatie Een onwillende premier, versplinterd politiek landschap en vergeefse poging van de Nederlandse ‘informateur’ Tjeenk Willink: regeringsvorming was gedoemd te mislukken.

Foto’s Angel Diaz/AP

Spanje verkeert al sinds 20 december 2015 in een politieke impasse. Ook een laatste gespreksronde van koning Felipe VI om in het verbrokkelde politieke landschap partijen op één lijn te krijgen, mislukte. Een ultieme poging nog een links kabinet te vormen liep stuk. Nu er op 2 mei geen nieuwe regering zal zijn, moeten de Spanjaarden op 26 juni opnieuw naar de stembus. Waarom ging de coalitievorming mis?

1. Premier Rajoy negeert de nieuwkomers

Premier Mariano Rajoy, nam met zijn weigering deel te nemen aan het lijsttrekkersdebat in aanloop naar de verkiezingen van 20 december, al meteen een onmogelijke positie in. De leider van de Partido Popular geloofde niet in het einde van het tweepartijenstelsel. Hij had geen zin in een verbaal gevecht met leiders van nieuwe partijen als Pablo Iglesias (Podemos) en Albert Rivera (Ciudadanos). De Partido Popular vaardigde haar nummer twee Soraya Sáenz de Santamaría af.

Een recordaantal van 9,2 miljoen televisiekijkers zagen de gezichten van een verdeeld politiek landschap vol met oude en nieuwe tegenstellingen. Rajoy wilde zich alleen meten in een tweestrijd met socialist Pedro Sánchez. Alsof de verkiezingen zoals altijd nog steeds tussen de PP en de PSOE gingen. In dit debat ging het er voor Spaanse begrippen ongemeen fel aan toe. Sánchez hield Rajoy verantwoordelijk voor de corruptie in diens partij: „U bent geen decent man.” De premier noemde zijn rivaal daarop „miserabel”. Het zou niet meer goed komen tussen de twee.

2. Spanje is een politiek versplinterd land

Op de avond van de verkiezingen werd in één klap duidelijk dat aan de hegemonie van de Partido Popular en de PSOE een abrupt einde was gekomen. Podemos en Ciudadanos waren een factor van betekenis geworden zonder dat de oude partijen werden weggevaagd. Zo ontstonden er vier machtsblokken en een ratjetoe aan kleine, veelal nationalistische partijen.

De grote vier probeerden allemaal de overwinning te claimen. De PP als de grootste, de PSOE als het sociale alternatief, Podemos als radicale nieuwkomer en Ciudadanos als het gezicht van de weldenkende Spanjaard. Maar al snel werd één ding duidelijk: op rechts, noch op links, viel vrijwel geen meerderheid te vormen. Om deze bijna onmogelijke puzzel op te lossen was samenwerking geboden.

3. Rajoy gaat tevergeefs op zoek naar steun voor grote coalitie

Volgens een ongeschreven wet was Rajoy als de leider van de grootste partij (124 zetels) de aangewezen man om in de formatie het voortouw te nemen. In een ijzige sfeer probeerde hij andere partijen warm te maken voor een regering waarin hij als premier kon aanblijven. Rajoy dacht aan ‘een grote coalitie’ van PP, PSOE en Ciudadanos. Sánchez zou volgens Rajoy niet eens met hem hebben willen praten. Met Rivera was slechts te onderhandelen over gedoogsteun. Rajoy zorgde ervoor dat de Spaanse koning Felipe VI af zou zien van zijn rol als formateur.

4. Sánchez krijgt zelfs geen hand van Rajoy

De ambitieuze Sánchez ging wel in op de uitnodiging van de koning, en zag zichzelf al als de nieuwe premier van Spanje. Op hulp van Rajoy hoefde hij uiteraard niet te rekenen. De premier weigert zelfs – al dan niet bewust – een uitgestoken hand van Sánchez. Het tekent hoe dan ook de verhoudingen. Maar met negentig van de 350 zetels moest Sánchez dan Ciudadanos (40 zetels) én Podemos (69 zetels) voor zich weten te winnen. Deze twee nieuwe nationale partijen zijn juist elkaars grote rivalen. Sánchez sloot een pact met Rivera, maar dat was tot mislukken gedoemd. Sánchez was kansloos bij twee stemmingen waarin hij het parlement vroeg zijn regering te steunen. Daarmee waren eigenlijk alle opties verspeeld.

5. De verleiding van een links politiek pact

De secretaris-generaal van Podemos daagde Sánchez uit te breken met Rivera en om samen met hem te kiezen voor een ‘regering van de verandering’. Iglesias, die eerst nog als doel had de PSOE van Sánchez van de kaart te vegen, zou nu opeens de reddende engel zijn. Te mooi om waar te zijn. Uit de eisen die Iglesias op tafel legde bleek dat het slechts een spel voor de bühne was. Sánchez zou onmogelijk akkoord kunnen gaan met een referendum over de onafhankelijkheid van Catalonië.

6. Rajoy gaf een te rooskleurig beeld van de economie

Een nieuwe Spaanse regering wordt gedwongen tot bezuinigingen. De cijfers die de regering van Rajoy had voorspeld bleken te rooskleurig. De Partido Popular had zo’n tien miljard meer uitgegeven dan was voorzien. Met een begrotingstekort van 5,2 procent loopt Spanje zelfs buiten de pas in Europa. Rajoy werd verkiezingsbedrog verweten. De andere partijen zetten zich nog meer af tegen de met tal van corruptieaffaires omgeven PP. Een tweede termijn van Rajoy lijkt echt uitgesloten.

7. Ook Nederlandse informateur Tjeenk Willink lukt het niet

De Nederlandse ‘superinformateur’ Herman Tjeenk Willink voorzag de Spanjaarden vorige maand zelfs nog van advies. Maar van een poldermodel met een neutrale bemiddelaar moesten de halsstarrige politici niets weten.

8. Ultieme poging van Sánchez mislukt

De Spaanse koning nam deze week nog één keer zijn verantwoordelijkheid. De partijleiders kwamen allemaal langs op het paleis van Zarzuela. Op de eerste van de twee dagen droeg de koning de leiders van de kleine partijen op niet te veel uit te geven bij nieuwe verkiezingen. Maar opeens was er dinsdag nog een verrassend plan. De PSOE van Sánchez leek het op hoofdlijnen eens te kunnen worden met Podemos, IU en Compromís over een wankel akkoord voor een linkse regering. Maar er bleven toch te veel struikelblokken over. Het waren de laatste stuiptrekkingen in een bij voorbaat al bijna kansloos onderhandelingsproces.