Vliegen op brandende wol en stro

In 1783 vloog de eerste mens boven de aarde in een luchtballon, het Teylers Museum toont de ‘ballongekte’ die volgde.

Stereoscoopbeeld van Nadars luchtballon bij het Paleis voor Volksvlijt in 1865. Beeld Collectie Rijksmuseum Amsterdam

De eerste luchtreizigers die tot boven de wolken werden gestuurd waren een schaap, eend en haan. In een mandje vlogen de dieren, vanaf de tuinen van het Franse kasteel Versailles, 3,5 kilometer ver in acht minuten. Dat was op 19 september 1783. De uitvinders waren de gebroeders Montgolfier, zonen van een papierfabrikant in de Ardèche.

Op de tentoonstelling De Luchtballon in het Haarlemse Teylers Museum is een gravure van deze bezienswaardigheid te zien: een reusachtige azuurblauwe ballon, versierd met Franse lelies en gouden zonnen, tilt de dieren boven de horizon. Eerder, op 4 juni, lieten dezelfde uitvinders een linnen ballon op. Opwarming van de lucht gebeurde met brandende wol en stro. Het lukte: de ballon steeg tot twee kilometer. Later dat jaar vond ook de eerste bemande ballonvlucht plaats.

De expositie neemt de bezoeker mee door twee eeuwen ballonvaart en combineert kunst met wetenschap. De ontdekking dat verwarmde lucht lichter is dan koude en dus een opstijgende kracht heeft, ligt aan de ballonvaart ten grondslag. Ook in Nederland ontstond een ‘ballonomanie’ en verzon men namen voor het fenomeen, zoals ‘lugtbol’. Het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt vormde in 1865 het toneel voor een indrukwekkend schouwspel. Fotograaf en ballonvaarder Nadar liet er zijn reuzenballon op, Le Géant. De ballon kwam niet verder dan het huidige Schiphol. Maar de mens kon vliegen, wonderbaarlijk, en het dromen van nog grootsere lucht- en zelfs ruimtereizen kon beginnen.