‘Tussen mens en ding kan een huwelijk ontstaan’

begon haar carrière door te trouwen met een kast. Haar oeuvre gaat over de relatie die we hebben met de objecten om ons heen. ‘Weinig mensen zijn zich bewust dat objecten een belangrijke rol spelen in de keuzes die ze maken.’

Foto Frank Ruiter

De zaadjes werden een halve eeuw geleden gezaaid in de landelijke ‘koeiendorpen’ langs de Frans-Duitse grens waar kunstenaar Yvonne Dröge Wendel (1961) opgroeide. In het gezin van de Dröges bepaalde een kostbaar, handgeweven tapijt waar werd gewoond. Bleek een woonkamer in een nieuw huis te klein voor het tapijt, dan trok de familie naar het volgende dorp, naar een huis waar de woonkamer wel om het kleed paste.

Wat doet een joodse, Duitse moeder die alles heeft verloren in de oorlog, niet alleen haar familie maar ook al haar bezittingen? Zij gaat inkopen doen: vazen, vazen en nog eens vazen. Alles nieuw en hypermodern, niets mag herinneren aan vroeger. Kamers worden uitstalkasten vol spullen waar het kind Yvonne zich behoedzaam tussendoor beweegt. Als er bezoek aanbelt, moet eerst - ja éérst - de fontein in de tuin worden aangezet voordat de deur open mag. Het heeft wel iets van Tati’s Mon Oncle. Als het meisje vraagt waarom de joden in de oorlog niet verhuisden uit Duitsland om hun leven te redden, antwoordt haar vader: „Misschien omdat ze zoveel spullen hadden.” En hij wijst naar de piano: zo’n bakbeest zeul je toch niet zomaar mee?

Waarmee gezegd is dat spullen zoveel meer zijn dan ‘dode’ dingen die we gebruiken en inwisselen als ze niet meer voldoen. Spullen, dingen, objecten bepalen onder welke condities we leven, wie we zijn, ze geven gevoelswaarde aan ons leven, ze bepalen waar we leven en soms ook: óf we leven. Het is een gedachte die consequent terugkomt in het oeuvre van Yvonne Dröge Wendel – vanaf de eerste, prille academiewerken op de Rietveld tot aan het promotieonderzoek dat de

kunstenaar volgend jaar hoopt af te ronden aan de Universiteit van Twente.

Rommel loopt achter ons aan

In september krijgt Dröge Wendel de Dr. A. F. Heinekenprijs, met honderdduizend euro de grootste beeldende kunstprijs in Nederland. Eens in de twee jaar wordt ze uitgereikt aan een Nederlands toptalent. De jury roemt Dröge Wendel unaniem om haar originaliteit, vitaliteit en inventiviteit. En dat is terecht. Want zelden tref je iemand met zo’n oorspronkelijke blik als Dröge Wendel. Ze is een kunstenaar die je perspectief op de werkelijkheid met honderdtachtig graden keert. Veel waarvan je denkt dat het vaststaat of zeker is, plaatst zij ferm en met gevoel voor humor in een ander daglicht. Neem zoiets simpels als een telefoon: vroeger zat die vast aan de muur en op een bijzettafeltje lag adresboek en pen. Keurig, opgeruimd. Maar kijk: de telefoonsnoeren werden langer, we konden lopen met de telefoon aan onze oor, onze rommel verspreidde zich als een spoor door het huis. En nu - met de mobiele telefoon - ‘loopt’ de rommel achter ons aan: overal zijn we alles kwijt.

„Weinig mensen”, zegt Dröge Wendel in het Amsterdamse woon-werkpand Tetterode, waar ze al dertig jaar woont, „zijn zich bewust van het feit dat objecten een belangrijke rol spelen in de handelingen die ze doen, de keuzes die ze maken en de manier waarop hun lichaam zich ontwikkelt.” Ook op de Rietveld, waar ze sinds 2009 hoofd van de afdeling Fine Arts is, komt ze die blikvernauwing tegen. „Studenten vragen wat objecten zijn, niet wat ze doen. In mijn hele carrière op de Rietveld heeft zelden iemand een beeld gemaakt dat groter is dan de lift. En toch praten we bij een beoordeling eindeloos over het materiaal van een werk, hoe het voelt en eruitziet. Maar die lift doet niet mee. Net als de deur naar het gebouw. Waarom niet? Omdat het ons auteurschap als kunstenaar aantast?”

Dröge Wendel is de drijvende kracht achter belangrijke vernieuwingen in de kunstwereld. Het procesmatig werken, het idee van gemeenschappelijk auteurschap, interactie, de esthetiek van relaties die ontstaan tijdens het werkproces, de hang naar materie: het zijn kunstuitingen die inmiddels overal geaccepteerd zijn, dankzij haar ambassadeurswerk. Maar zo is het niet altijd gegaan.

Als kind, vertelt ze, maakt ze haar ouders razend met schilderijtjes van landschappen, keramische beeldjes en uitvindingen, zoals een fietsbril met theezeefjes die de ogen beschermt tegen vliegen. Eerst volgt ze in Duitsland een lerarenopleiding Engels en Textiel, maar als haar moeder op haar 21ste en haar vader op haar 25ste sterft, verhuist ze naar Amsterdam, waar het kunstklimaat opener is. Ze komt terecht op de hippe afdeling Voorheen Audio Visueel (VAV) van de Rietveld, waar alles draait om nieuwe media, video en animatie. En Dröge (dan alleen nog zo geheten) draait mee. Totdat de extraverte docent en performancekunstenaar Moniek Toebosch tegen de klas roept: „En nu wil ik dat jullie eens ophouden met dingen maken waarvan jullie denken dat het kunst is. De volgende keer wil ik zien waar jullie passie ligt!”

Dröge Wendel: „Ik schraapte al mijn moed bij elkaar en nam mijn naaimachine mee. Ik naaide een flexibele douche. Er is geen enkele reden waarom een douche aan de muur zit en waarom we hem niet overal mee naartoe kunnen nemen. In de klas hield ik in die douche een lezing over het onderwerp. Het was een instant hit.”

Die lezing is een opmaat voor het echte werk. Er ontstaat een kamerjas waar je in kunt klimmen en slapen. Er volgt een fotoserie Men Wearing (1991), waar mens en object kopjeduikelen. Objecten veranderen in verlengstukken van lichamen; de mensen op de foto’s veranderen in entourage, een aanhangsel van een achtbaan, een spreekgestoelte, een reuzenvis.

Trouwen met een kast

Dröge Wendel breekt definitief door op haar eindexamen: ze trouwt met een fijn bewerkte kast uit de erfenis van haar moeder. De kast – van meubelfabriek Wendel - wordt serieus partner. Er komt een priester bij de inzegening van het huwelijk, er is een trouwjurk, een Ja-woord popt vanachter een luikje in de kast tevoorschijn: ‘Tot de dood ons scheidt’. Daarna volgt een huwelijksreis naar Portugal, met vervoer per vliegtuig, de kast op de rug van een ezeltje, een innige kampeerpartij.

Die reis legt Dröge Wendel vast in foto’s en teksten. Ze presenteert een muur vol op haar eindexamen. „Mijn docenten zeiden steeds tegen me: ‘Kies nou één foto’. Maar dat vertikte ik. Het ging me om het vastleggen van het spoor van de kast door de wereld, om de vraag hoe de kast functioneert in een andere context.” En dat is – zonder dat Dröge Wendel het dan weet – precies wat de invloedrijke filosoof Latour stelt in zijn Actor Network Theory, waarbij de ‘actor’ het object is dat wordt geanalyseerd binnen een veelvoud aan relaties. Latours gedachten vormen het theoretische fundament van haar proefschrift. „Dat besluit ik niet”, zegt ze, „ik bedenk niets. Dingen ontstaan.”

Op dezelfde manier ‘ontstaat’ ook haar inzending voor de Prix de Rome in 1994, die ze met glans wint. Met drie handige jongens rijdt ze in een krakkemikkige Renault 16 naar Rome om de auto te laten zegenen. Omdat de auto nauwelijks kán rijden - de radiator en nog wat andere, elementaire functies zijn halfkapot - gaat het eerste deel van de reis per autotrein. Daarna volgt Italië in etappes van steeds twintig kilometer. „We zijn natuurlijk allemaal beïnvloed door Goethe”, zegt ze. „Hij riep in zijn Grand Tour op om vooral contact te leggen met de lokale bevolking en de schoonheid van het landschap op je in te laten werken. Maar deze oude Renault 16 slaagde erin om dat hele Italiaanse landschap ongezien aan ons voorbij te laten gaan, zo geconcentreerd letten we op de temperatuurmeter van de motor. En het van een berg afrijden – ook dat krijgt een andere dimensie als je remmen het soms niet doen.”

Nu is ze druk met de laatste fase van haar proefschrift, dat zal bestaan uit een tekst en een reusachtige, soort onderzeeboot van ijzer. Ze laat me het computermodel zien: „Deze Think Tank wordt zowel een futuristisch ogend laboratorium, waar de ene mens de ander ongemerkt kan bestuderen. Maar ook een vrijplaats voor discussie en kennisontwikkeling over de symbiotische relatie die er kan bestaan tussen mens en ding. Een soort huwelijk ja.”