Superhelden met lak aan de VN

Captain America (Chris Evans, met schild) zet graag zijn eigen koers uit.

De nieuwste trend bij stripverfilmingen is om verschillende superhelden bij elkaar te stoppen. Zie het recente Batman v Superman. In Captain America: Civil War zijn het er maar liefst twaalf. Het interessante is dat de helden op een gegeven moment tegenover elkaar komen te staan en op ideologische gronden een keuze moeten maken. Hoe dat zit, wordt in het boeiende eerste uur uit de doeken gedaan.

Na de zoveelste mislukte interventie van Captain America en The Avengers, waarbij enorm veel schade is en er zelfs enkele onschuldige dodelijke slachtoffers vallen, kondigt generaal Ross (een personage uit The Incredible Hulk) het einde van The Avengers aan. Een geheim team superhelden dat volkomen zelfstandig opereert en geen verantwoording hoeft af te leggen aan wie dan ook is volgens hem niet meer van deze tijd. Zeker als de groep zoveel ‘collateral damage’ veroorzaakt, breed uitgemeten door de media. Daarom moeten de superhelden onder de Verenigde Naties gaan opereren, en melden als ze iets van plan zijn.

Dit zorgt voor een scheuring. De film had net zo goed Captain America versus Iron Man kunnen heten. De opstandige Captain America wil zelf verantwoordelijk blijven voor eventuele interventies en snel kunnen beslissen, de schuldbewuste Iron Man schikt zich onder het nieuwe, bureaucratische regime. Alle anderen kiezen vervolgens partij, wat natuurlijk netjes ongeveer half-half uitpakt.

Na een uurtje met inhoud volgt de reguliere bombast

De parallellen met de huidige wereldpolitiek zijn evident. Kiezen we in een tijd van dreigingen voor in het geheim opererende commando’s, of willen we volledige transparantie en het afleggen van verantwoording: speciale eenheden die netjes volgens de geldende regels en internationale verdragen werken? De film kiest – voorspelbaar – voor het heimelijk continueren van (goedbedoeld) Amerikaans imperialisme. In feite praat het scenario zowel de collateral damage als de geheimhouding van schimmige organisaties goed – ook al zijn het hier superhelden die in het geheim opereren en geen schurken.

Maar Captain America: Civil War gaat tenminste ergens over, vooral in het eerste uur. Dat maakt het nog geen heel goede film. De overige anderhalf uur volgt namelijk weer gewoon het sjabloon van een willekeurige superheldenfilm, met veel eentonige gevechten, veel grootschalige schade en heel veel bombast. Op een enkele uitzondering na, wordt alles zonder kwinkslag gebracht.

Een van die uitzonderingen levert een van de beste scènes op, een scène die bovendien een jonge Spider-Man introduceert als personage in Marvels Cinematic Universe – opmaat naar weer een nieuwe reeks rond Spider-Man. Tony Stark rekruteert de supernerd Peter Parker en om hem een beetje te plagen, noemt hij hem ‘Spider-Boy’. Eindelijk wat humor in een reeks peperdure films die zichzelf veel te serieus neemt. En dan wordt er ook nog een nieuwe held geïntroduceerd, de Black Panther. Ook hij krijgt volgend jaar een eigen film. En zo zal het nog wel even door blijven gaan.