Rutte is juist luidruchtig over Umar

Volgens critici zou Mark Rutte vanwege de migratiedeal te slap zijn tegen Turkije in de affaire-Umar. Terecht? Nou, nee.

In ongekend felle bewoordingen nam premier Rutte maandag afstand van de suggestie dat Nederland te weinig zou doen in de kwestie rond Ebru Umar. Die Nederlands-Turkse journalist werd zaterdagavond in Turkije door de politie opgepakt. Naar haar eigen zeggen wegens kritische tweets en columns over de Turkse president Erdogan. Ze werd na een paar uur weer vrijgelaten, maar mag voorlopig het land niet uit.

„Totale onzin” noemde Rutte de kritiek dat Nederland slap zou optreden omdat de Europese Unie vorige maand afspraken met Turkije heeft gemaakt over het terugdringen van de vluchtelingenstroom.

Door media en oppositiepolitici was gesuggereerd dat het kabinet zich om dat akkoord laat „chanteren” door Ankara. Het kabinet „laat zich op geen enkele manier beïnvloeden doordat er nog andere belangen spelen”, reageerde de getergde premier. Samen met minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) doet hij juist heel veel, was zijn boodschap.

Wat dat laatste betreft lijkt Rutte gelijk te hebben. Waar het diplomatieke verkeer normaal gesproken wordt begeleid door grote wolken van mist om het proces achter de schermen toch vooral maar niet te verstoren, is het kabinet in het geval van Ebru Umar opvallend openlijk actief.

Zondagmorgen, nog geen half etmaal nadat Umar was aangehouden, meldde Rutte op zijn door de Rijksvoorlichtingsdienst bestierde Twitter-account dat hij de avond ervoor al telefonisch contact had gehad met de columnist. „Onze ambassade heeft nauw contact met haar voor bijstand, Koenders en BZ zitten er bovenop”.

Uren later volgde een nieuwe ministeriële tweet: „Begin middag gebeld met Turkse premier Davutoglu mbt @umarebru. Raakt direct aan onze kernwaarden vrijheid van meningsuiting & persvrijheid”. Het is gebruikelijk dat Rutte contact heeft met zijn ambtsgenoot Ahmet Davutoglu en niet met president Erdogan.

Ook Koenders liet zich niet onbetuigd. Hij stuurde zondagmiddag een verklaring rond vol stevige toon richting Turkije. Hij had zijn collega-minister van Buitenlandse Zaken „laten weten dat, ondanks dat de rechtsgang zich in een ander land bevindt, ik de gang van zaken uitermate betreur”. Koenders: „Het hoort ook bij een kandidaat-lidstaat van de EU dat niet getornd wordt aan persvrijheid en vrijheid meningsuiting.”

Tromgeroffel

Kortom, niet de stilte is opmerkelijk, maar het tromgeroffel van officiële Nederlandse zijde. Dat viel vorige week al op na de oproep van het Turkse consulaat in Rotterdam aan Turkse organisaties in Nederland om beledigingen aan het adres van Erdogan of Turkije te melden. Direct na ophef over deze ‘kliklijn’ liet het consulaat weten dat sprake was van een misverstand. Een brief zou „verkeerd” zijn geïnterpreteerd.

Maar voor het Nederlandse kabinet waren deze sussende woorden geen reden naar een lagere versnelling te schakelen. Op zijn wekelijkse persconferentie ondernam Rutte vrijdag geen enkele poging om ten aanzien van Turkije nu maar weer gewoon over te gaan tot de orde van de dag. Het ging wel ergens over, zei Rutte.

Kan Nederland nog meer doen tegenover Turkije dan het bezigen van krachtige taal en het uiten van zorgen? Rutte zei naar aanleiding van de consulaat-kwestie dat er geen „armada” zal worden gestuurd.

Op de diplomatieke escalatieladder zijn de Nederlandse politici met het rechtstreeks bellen van Turkse ambtgenoten al flink geklommen. Daarbij komt dat Nederland als tijdelijk EU-voorzitter tot 1 juli minder autonoom kan opereren dan normaal. Rutte staat even voor de hele EU.

De zaak-Umar zou nu onder de rechter komen, meldde zij maandag zelf. Het belangrijkste geschilpunt daarin is of Umar, in afwachting van een eventueel proces, Turkije mag verlaten. Maar de échte kwestie is de interpretatie van het begrip vrijheid van meningsuiting die de Turkse autoriteiten er op nahouden. Hier botsen Turkije en de EU sowieso. Ook eurocommissaris Frans Timmermans mengde zich maandag in die discussie: „Het heeft geen enkele zin om je als politicus beledigd te voelen. Satire moet je wegslikken”, zei hij tegen de NOS over Erdogan.

De strijd hierover is extra actueel omdat Turkije wil dat zijn inwoners vanaf deze zomer zonder visum naar Europa kunnen reizen. Hiervoor zal Turkije van de EU aan een flink aantal voorwaarden moeten voldoen, waaronder het respecteren van de vrijheid van meningsuiting. Een „kernwaarde”, aldus Rutte, waar „geen afbreuk” aan kan worden gedaan. Een helder uitgangspunt. En vooral toetsbaar.