DNB hoeft uiteindelijk geen 4,8 mln aan schade te vergoeden in slepende goudzaak

De Nederlandsche Bank (DNB) hoeft toch geen schadevergoeding van 4,8 miljoen euro te betalen aan het Pensioenfonds Vereenigde Glasfabrieken. De reden is dat het fonds niet aannemelijk heeft kunnen maken dat het een dergelijke schade heeft geleden. Dat is de definitieve uitspraak in de slepende ‘goudzaak’ die het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) dinsdag deed.

Het fonds had tijdens de crisis in 2009 zijn belangen in goud uitgebreid tot 12 procent van de totale beleggingsportefeuille. DNB vond dit onverantwoord en onder druk van de toezichthouder bracht het fonds de goudbeleggingen in februari 2011 terug tot 3 procent.

DNB handelde onrechtmatig en had het fonds schade toegebracht, oordeelde het CBb eind 2014 nog. Als DNB niet had ingegrepen, had het fonds het goud „redelijkerwijs” tussen april en augustus 2011 verkocht, dachten de rechters. Omdat de goudprijs toen hoger lag, moest DNB de gemiste opbrengst van 4,8 miljoen euro betalen. Maar uit documenten uit 2012 blijkt dat het fonds goud destijds nog steeds zag als bescherming tegen inflatie en de onzekere euro, aldus de uitspraak in hoger beroep. Als DNB niet had ingegrepen, had het fonds het goud pas in of na de zomer van 2013 verkocht, denkt het CBb. De goudprijs was toen op een dergelijk niveau dat het fonds geen hogere opbrengst zou hebben gehad als in februari 2011. (NRC)