Obama is om: commando’s in wespennest Syrië

De Amerikaanse president zou geen grondtroepen naar Syrië sturen, zei hij dit weekend. Maar nu gaan er toch 250 commando’s.

Is de Amerikaanse president Barrack Obama wel op zijn woord te vertrouwen? Afgelopen weekend sloot hij nog uit dat hij grondtroepen naar Syrië zou sturen. „Het zou een misstap zijn als de Verenigde Staten, of het Verenigd Koninkrijk grondtroepen naar Syrië zouden sturen om het Assad-regime omver te werpen.”

Een dag later kondigde Obama de grootste Amerikaanse troepenuitbreiding in Syrië aan sinds de oorlog in 2011 is begonnen. Het gaat om 250 commando’s, waaronder personeel voor medische en logistieke ondersteuning. Zij moeten het echter niet opnemen tegen het regime, maar tegen de terreurgroep Islamitische Staat (IS).

„Ze zullen niet voorop gaan in de strijd op de grond, maar ze zullen essentieel zijn bij het trainen en assisteren van lokale troepen terwijl die Islamitische Staat verder terugdringen”, zei Obama maandag in een toespraak op een minitop in de Duitse stad in Hannover.

Er zijn al vijftig Amerikaanse commando’s in Syrië die de Syrische Koerden bijstaan in de strijd tegen Islamitische Staat. De Koerden hebben een effectieve strijdmacht, die flink wat terrein heeft veroverd op IS en het regime.

Maar de Koerden worden gewantrouwd door de Arabieren in Syrië. Koerdische troepen hebben duizenden burgers verjaagd uit dorpen die ze veroverden op IS. Soms werden hele dorpen platgebrand. Dit maakt ze geen geschikte bondgenoot om de Arabische stad Raqqa te heroveren op IS.

Onder Amerikaanse druk hebben de Koerden vorig jaar een alliantie gesloten met enkele Arabische strijdgroepen. Maar die zijn lang niet sterk genoeg voor een offensief op de stad Raqqa. De 250 commando’s moeten andere Arabische milities overhalen om zich aan te sluiten bij de strijd tegen IS.

De Amerikaanse krant The Wall Street Journal meldde dat de Amerikanen de Turkse regering hebben verzekerd dat de commando’s alleen de Arabieren zullen ondersteunen, niet de Koerden.

Turkije maakt zich grote zorgen over de opmars van de Syrische Koerden. Hun militie is nauw gelieerd aan de Turks-Koerdische guerrillabeweging PKK, die in een bloedig conflict is verwikkeld met Ankara: de Turkse overheid. Er is nog een complicerende factor. Vorige week braken er gevechten uit tussen de Syrische Koerden en troepen van het regime in Qamishli, de officieuze hoofdstad van Koerden in het noordoosten.

In dit wespennest zullen de Amerikaanse defensietroepen voorzichtig moeten opereren. Obama verklaarde dat hij niet denkt dat IS wordt verslagen tijdens zijn resterende tijd als president – in januari volgend jaar zwaait hij af.

Zijn strategie is „het gebied waarin ze opereren langzaam kleiner te maken. Er is geen militaire oplossing voor de dieperliggende problemen – en dat geldt zeker voor de inzet van grondtroepen”.