Met dit blad lokt IS strijders naar het kalifaat

De Islamitische Staat brengt een eigen propagandablad uit dat nieuwe aanwas voor het kalifaat wil werven. Wat lees je als je de veertien nummers van Dabiq bekijkt?

Raakt de inspiratie op? Is de redactie door geallieerde bombardementen gedecimeerd? Is er geen geld meer na de luchtaanvallen op geldpakhuizen? Of is gewoon de schok eraf van die eerste, bloederige nummers van Dabiq, de virtuele propagandaglossy van Islamitische Staat (IS)?

Twee dingen vallen op in het jongste, veertiende nummer van Dabiq dat mediacentrum Al-Hayat (Het Leven) deze maand uitbracht: dat er een opmerkelijk lange tussenperiode van drie maanden nodig was om een nieuwe aflevering samen te stellen en dat de inhoud daarvan niettemin zo bar saai is.

Wie zet nu de afgezette en gevangen, volstrekt oncharismatische Egyptische president Mohammed Morsi op de omslag als hij gelezen wil worden door zijn doelgroep van internationale jonge mannen en vrouwen? Morsi verwijst naar het coververhaal, dat zijn Moslimbroederschap als murtadd, afvallig, en „verwoestend kankergezwel” (want concurrentie) verkettert.

Niet sexy, en bovendien een onderwerp dat al in eerdere nummers aan de orde is geweest. De ark van Noach die op de omslag van nummer 2 in juli 2014 triomfantelijk wegvoer, terwijl wij ongelovigen allemaal verzopen, bood een heel wat wervender aanzicht.

Stoffig stadje

Dabiq is een stoffig stadje in Syrië, waar volgens de IS-ideologie de gelovigen de laatste slag aangaan tegen de ongelovigen, en hen vanzelfsprekend zullen verslaan, op weg naar de Dag des Oordeels. Zijn radicale interpretatie van de islam en zijn volstrekte zekerheid van zijn gelijk, zijn de krachtigste wapens van IS.

„De vonk is in Irak aangestoken, en de hitte ervan zal steeds toenemen – met de toestemming van God – tot zij de kruisvaarderslegers in Dabiq verzengt”. Dit citaat van IS-peetvader Abu Musab al-Zarqawi, die dood en verderf zaaide in Irak tussen de Amerikaanse invasie in 2003 en zijn dood in 2006, is het motto van het blad.

Maar voorlopig ziet het er in de harde werkelijkheid eerder naar uit dat de kruisvaarders de gelovigen bij Dabiq gaan verslaan. De snelle opmars van IS in Irak en Syrië in 2014 is vastgelopen, en zijn tegenstanders knabbelen steeds meer van zijn zelf verklaarde kalifaat af. Dabiq is nog in handen van IS, maar hoe lang nog?

Maar territoriale verliezen zijn geen onderwerp voor een propagandablad dat nieuwe aanwas voor het kalifaat wil werven. Overwinningen, daar gaat het om, en net zoals nummers 12 en 13 de bloedige aanslagen in november in Parijs bejubelden, zo juicht het Voorwoord van nummer 14 de aanslagen in Brussel van 22 maart toe. Dat zijn de overwinningen van vandaag de dag.

Bijna twee jaar, aldus de anonieme auteur – bijna alle artikelen in Dabiq zijn anoniem – hebben moslims in het land van het kalifaat machteloos toegezien hoe „kruisvaarders-vliegtuigen hun geliefde broeders, zusters en kinderen onophoudelijk bombardeerden”.

Wraakgevoelens hebben zich opgestapeld, en nu is Brussel, „het hart van Europa”, getroffen. „Vuur dat jaren geleden in Irak werd ontstoken, heeft het slagveld van België geblakerd en het zal zich binnenkort verspreiden over de rest van kruisvaarders-Europa en het Westen.”

IS maakt nooit een geheim van zijn aanslagen en andere moordpartijen, integendeel, hij verheerlijkt ze en zwaait omgekomen daders altijd eer toe. Denk aan de Britse hoofdafhakker Mohammed Emzawi (‘Jihadi John’), in Dabiq 13. Zo staan er in het jongste nummer necro’s van in Brussel gedode daders. „Bekend om zijn moed en generositeit” (zelfmoordterrorist Ibrahim Bakraoui), „een man met een sterk karakter, een natuurlijk leider” (zelfmoordterrorist Khalid Bakraoui), „een unieke man met excellente manieren” (zelfmoordterrorist Najm Ashraoui), het kan niet op.

Kort gevechtsnieuws

Tegelijkertijd is de rubriek ‘Operaties’ met gevechtsacties uit alle provincies van het kalifaat een ongeïnspireerde verzameling kort gevechtsnieuws. In de provincie Raqqa: „We vragen God om de overwinning en consolidatie”. Lukt het op eigen kracht niet? Het valt op dat goed nieuws uit Libië ontbreekt, dat juist in eerdere afleveringen juichend werd opgevoerd. Maar daar zijn de jihadisten van IS na een aanvankelijke opmars recentelijk eveneens tegen hun grenzen aangelopen. Vorige week werden ze uit hun bases aan de rand van de stad Derna geslagen door een concurrerende jihadistengroep.

Opvallend is ook dat de vrouwenrubriek ‘Voor onze zusters’ ontbreekt, waarin Umm Sumaya al-Muhajirah – een van de weinige auteurs die met naam worden genoemd – vrouwen in het kalifaat en aspiranten goede raad geeft. In ‘Een Jihad zonder strijd’ in Dabiq 11 legt ze bijvoorbeeld geduldig uit dat vrouwen niet hoeven te vechten maar toch een heel belangrijke rol spelen in het kalifaat. Door nieuwe mannen te produceren voor de strijd. En ook door hun echtgenoot te steunen wanneer hij bloedend terugkeert van het slagveld en hem trouw te blijven als hij in gevangenschap raakt. In Dabiq 9 vertelt Umm Sumaya dat het volkomen in orde is als de echtgenoot er een buitgemaakte ongelovige als seksslavin bijneemt. „Ik en degenen met mij thuis wierpen ons op de grond voor God in dankbaarheid op de dag waarop het eerste slavenmeisje ons huis binnenkwam.”

Met dit soort verhalen provoceerde de redactie in eerdere nummers de buitenwereld, evenals met de koele rechtvaardiging van slavernij in het algemeen, en met foto’s die niets aan de verbeelding overlieten, zoals van de verbranding van een gevangen Jordaanse piloot of van vermeende homoseksuelen die van een dak werden afgegooid (Dabiq 7). Dabiq 14 drijft in plaats daarvan op een taaie longread over islamitische leiders in het Westen, met gedetailleerde argumenten waarom zij niet eens munafiq (schijnheilig) zijn, laat staan gelovig, maar murtadd, ongelovig, als zij de interpretatie van IS niet volgen. De auteur geeft een aantal voorbeelden van vertegenwoordigers van deze „salafi-kruisvaarders trend”. „Doodt de imams van kufr (ongeloof) in het Westen”, moedigt hij de ware gelovigen aan.

‘Doodt de imams van kufr’ en het coververhaal over de Moslimbroederschap zijn bedoeld om de massa van de moslims uit te leggen: óf ze horen bij het kalifaat, óf ze zijn ongelovigen, met alle consequenties van dien. Een andere keuze is er niet. Werkt het? Voorlopig is er niets dat daarop wijst.