Klassiek is heilig, en Prince dan?

Je hebt twee soorten klassiekemuziekliefhebbers. Je hebt mensen die gewoon heel erg van muziek houden en je hebt snobs. Soms is er ook overlap: dan spreken we van snobs die heel erg van muziek houden.

De tweedeling werd weer eens pijnlijk duidelijk toen bekend werd dat Prince was overleden. Op sociale media tekenden zich twee groepen af: de normaal-zo-klassiekerige mensen die paarse tranen huilden om hun held en boze mannen (ja, gek: altijd mannen) die schreven dat het belachelijk was dat Prince in één adem genoemd werd met Mozart of Beethoven.

Kortom: groep B voelt zich aangevallen als groep A iets positiefs zegt over een artiest die niet binnen de nauwe kaders van het door groep B aanbedene valt.

Dit gedoe is niet nieuw. Het is er al zolang klassieke muziek bestaat – die Duitse uitvinding uit de negentiende eeuw. De klassiekemuziekwereld is per definitie conservatief: ze wil muziek bewaren. Een aantal componisten die samenkomen in ‘de canon’ zijn heilig verklaard, ze zijn onbereikbaar. Heel af en toe wordt de deur eens opengezet voor een nieuwe componist. Avant-garde wordt gevestigde orde – of vergeten.

Dat iemand met een pop-label tot die canon door zal dringen, is ondenkbaar: de klassieke muziek is een literaire traditie. We schrijven blaadjes met noten vol en leveren die over aan musici die er muziek van maken. Als hedendaags componist dien je je te meten aan de canon en wie niet de pretentie heeft kunst te maken, zal er vanzelfsprekend nooit bij horen. Ook al maak je muziek die niemand je nadoet en speel je beter dan wie dan ook – zoals Prince.

Voor de mensen die zich vastklampen aan de oude indeling, die heilig geloven in een hiërarchie die onomstotelijk vaststaat, heb ik slecht nieuws. Groep B slinkt – misschien dat er daarom zo fel wordt gereageerd op het digitale eerbetoon aan Prince. Mijn generatie (ik ben geboren na Tsjernobyl en voor de eerste vlucht van de Fokker 100) heeft steeds minder boodschap aan hokjes. Ik zie het aan de Spotify-playlists van vrienden die in orkesten spelen, aan musici van mijn leeftijd die ik interview: ze schakelen moeiteloos van een nocturne van Chopin naar Britpop. En als Prince zijn muziek op Spotify had staan (zijn cd’s zijn overal uitverkocht), zouden ze in één ruk overgaan van Bruckners Zevende symfonie naar ‘Dirty Mind’.

De componist Kurt Weill (1900-1950) zei ooit dat er voor hem geen verschil was tussen ‘kunstmuziek’ en ‘lichte muziek’. Voor hem was er alleen goede en slechte. Ook hokjes, maar die indeling lijkt me wel zo comfortabel. En een stuk meer van deze tijd.