Incrowd van outcasts

over zijn debuut ‘Le Nouveau’ en de (pre-)puberteit

Benoît (Réphaël Ghrenassia, midden) en zijn outcastvrienden in Le Nouveau

In een goede Nederlandse of Scandinavische jeugdfilm heeft er al snel iemand kanker of draait het uit op ander malheur. Zonder levenscrisis, verlies en rouw gaat het kennelijk niet.

Minder vaak gaan ze expliciet over waar het in de wereld van tieners echt om draait: identiteit, groepsvorming, uitsluiting. Het schoolplein staat centraal, niet het ouderlijk huis. Het is een wrede, uitbundige en melodramatische levensfase die je je verdere leven met je meedraagt.

„Daarom zien zoveel volwassenen stiekem graag jeugdfilms, denk ik. Maar Le Nouveau is wel komedie hoor!”, benadrukt de debuterend Franse regisseur Rudi Rosenberg als mijn ernstige blik kennelijk suggereert dat ik zijn speelfilm iets te serieus neem. „De wreedheid is er om de zaken realistisch te houden.”

Laten we het dan zo zeggen: Le Nouveau, dat vorig jaar op Cinekids met de belangrijkste prijzen wegliep, weet op lichte toon harde noten te kraken. Het is een persoonlijke film, aldus Rosenberg: zelf lag hij er op school ooit ook uit omdat hij nieuweling was en ook een beetje een weirdo. „Eigenlijk wilde ik toen kind blijven”, zegt hij. „Met mijn vriendje Max Boubil (die in de film een iets te jongensachtige oom speelt) haalden we de hele middag ongein uit. En maar giechelen.”

Rosenberg heeft er heimwee naar, zo lijkt het: voor Le Nouveau maakte hij twee korte films over pubers: 13 ans en Aglaée. Als ik hem in januari in een hotel in Parijs spreek, heeft zijn acteurtje Réphaël Ghrenassia het daar druk met penissen tekenen: op een presentatiebord, in het condens van de ramen. „Kom er even bij”, zegt Rosenberg met het gepijnigde lachje van de aardige leraar die slecht orde kan houden. Daar begint Réphaël zijn Engels na te bauwen. „A liettle bit, a liettle bit.” Sorry, zegt Rosenberg. „We doen al de hele dag interviews. Tieners zijn geweldig als acteur, ze kunnen nog niet zo goed hun emoties verbergen. Maar het lastige is wel een evenwicht te vinden. Je hebt een leuke, open sfeer nodig op de filmset, maar ze moeten wel doen wat jij wilt.”

In Le Nouveau speelt Répaël scholier Benoît, de nieuwe jongen in de klas. Baasje Charles treitert hem de tent uit, dus zoekt Benoît zijn heil bij de outcasts: een spastisch meisje, een asperger, de excentrieke clown Joshua en Joanna, een knap Zweeds meisje met een raar accent. Met haar denkt Benoît iets moois te hebben, tot ze door de incrowd wordt uitgenodigd en hem op slag is vergeten. Benoît laat het niet op zich zitten en organiseert een fuif. Alleen de sukkels komen, en dat blijkt de kern van een hecht groepje dat op heel eigen manier van zich afbijt. Het blijft niet onopgemerkt, en zo dreigt Benoît pardoes toch populair te worden.

Le Nouveau is niet je doorsnee wensvervulling van de underdog die de bullebak overtroeft, maar verkent de underdog, opportunist en bullebak die in elk kind schuilt. Rosenberg: „De periode zo rond je dertiende jaar is zo heftig. Je lichaam raast van de hormonen en verandert snel. Het leven is zo’n harde mix van wreedheid en uitbundigheid. Je wordt buitengesloten, en dat doet enorm pijn. Maar liefde of vriendschap zijn juist enorm intens. Het is best saai om volwassen te zijn. Dan wordt de wereld veilig en overzichtelijk, maar ook grijs.”

Voor Rosenberg gaat Le Nouveau dan ook niet alleen over kliekjesvorming, aanpassen en loyaliteit. „Als je dertien jaar bent, worden de onderlinge verschillen opeens heel groot. De helft is nog kind of wil dat nog even blijven, de andere helft is half volwassen of wil dat worden. Het gaat dan opeens over drinken, dansen, seks, cool zijn. Benoît maakt volgens mij de juiste keus: hij blijft nog even kind, al kijken anderen daarop neer. En zo legt hij de basis voor een onafhankelijke persoonlijkheid. Dat lukt anderen pas veel later, als het ze al ooit lukt.”