Giftig onkruid in het China van Mao Zedong

Overleden Harry Wu (1937 – 2016), Mensenrechtenactivist In ‘Bittere Kou’ vertelde Harry Wu over zijn ervaringen in de Chinese werkkampen. Hij wilde zijn mond niet houden.

Harry Wu (midden boven) op Chinese televisiebeelden uit 1995 van zijn ondervraging door de politie naar aanleiding van een documentaire over werkkampen waaraan hij had meegewerkt. Greg Baker/AP

Harry Wu, een van de Chinese mensenrechtenactivisten van het eerste uur, is dinsdag op 79-jarige leeftijd overleden tijdens een vakantie in Honduras. Wu voerde sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw campagne tegen het systeem van arbeidskampen in China, de beruchte laogai. Officieel bestaan deze kampen niet meer sinds 2013, hoewel niet vast staat dat alle heropvoeding-door-arbeidskampen ook werkelijk zijn gesloten.

Wu Hongda, zoals zijn Chinese naam eigenlijk luidde, werd geboren in Shanghai. Al op jonge leeftijd kwam hij in aanvaring met het regime van Mao Zedong. Wu’s vergrijp in 1956 was dat hij ageerde tegen Mao’s vriendschap met Sovjet-leider Stalin, die net de opstand in Hongarije had onderdrukt. Mao had in een poging andersdenkende intellectuelen te ontmaskeren de Laat-Honderd-Bloemen-Bloeien-campagne gelanceerd. De Grote Roerganger liet vervolgens degenen opsluiten, die gehoor gaven aan de oproep eerlijke kritiek te ventileren.

Rijke familie

„Jouw opinie is geen bloem, het is een giftig onkruid”, kreeg hij door een partijfunctionaris toegebeten. Ongetwijfeld speelde mee dat hij uit een rijke familie kwam, zijn vader was een land- en huizeneigenaar. Wu, die zich niet het zwijgen liet opleggen, werd beschouwd als een contrarevolutionair element.

In 1960 verdween hij, inmiddels afgestudeerd als geoloog, voor 19 jaar in een arbeidskamp, op twaalf verschillende locaties. Hij verrichtte slavenarbeid in mijnen, in de wegenbouw en op de velden. Eten kregen hij en zijn metgezellen vaak niet of nauwelijks. Tot zijn geluk ontmoette hij in een van de kampen een voormalige dief, bijgenaamd Grote Mond Xing. Die had in zijn boerendorp al grote ontberingen doorstaan voor hij in het kamp belandde. Xing leerde Wu plekken onder de grond te vinden, waar muizen en ratten hun voorraadkamers aanleggen, met soms kleine beetjes graan of bonen. Zijn ervaring heeft hij beschreven in zijn biografie ‘Bittere Kou’.

Lees ook NRC’s bespreking van Bittere Kou uit 1994: Bericht uit Mao’s goelag

In 1979, twee jaar na het overlijden van Mao, werd hij ziek vrijgelaten. Hij ging in Beijing aan het werk als docent geologie. In 1985 mocht hij China verlaten, en verhuisde hij naar de Verenigde Staten.

Na jaren van diepe armoede en isolement in Californië vond hij werk in de elektronica-industrie en kwam hij in contact met het Hoover Instituut, een Republikeinse denktank. Daar, en later ook in de Amerikaanse media en de Senaat, vond zijn verhaal over de misstanden in China, en met name de arbeidskampen, gehoor. In 1994 legde hij een indrukwekkende getuigenis af in de Senaat.

Wu’s relaas werd deel van de Amerikaanse kritiek op de Chinese mensenrechtensituatie. Dat weerhield de VS er in de jaren negentig overigens niet van de economische banden met het land aan te halen. Onder president Clinton werden mensenrechten en economische kwesties van elkaar gescheiden.

Lees ook ‘Rechten mens moeten in elke cultuur worden gerespecteerd’ - een interview dat NRC in 1996 met Wu had toen hij de Geuzenpenning ontving

In 1995 kwam Wu, toen allang Amerikaans staatsburger, tijdens een reis naar China opnieuw in aanraking met de autoriteiten die nog een appeltje met hem te schillen hadden. Hij werd bij aankomst gearresteerd en 66 dagen vastgehouden omdat hij staatsgeheimen zou hebben gestolen. Hij werd veroordeeld tot 15 jaar, maar na de internationale opwinding en campagnes konden de Chinese autoriteiten niets anders doen dan hem weer terugsturen naar de VS.

Zijn overlijden dinsdag werd in de Chinese media verzwegen en berichten op het Chineestalige internet werden gecensureerd.