Ga zitten en droom weg

Deze maanden heeft Panorama Mesdag drie kunstenaars te gast met eigentijdse panorama’s.

Gerco de Ruijter, Ringdijk, 2015. Filmprojectie, 300 x 300 cm

Dat een kunstenaar van naam zich tot zo’n kermisattractie verlaagde, wat bezielde Hendrik Willem Mesdag? Nu is het moeilijk voor te stellen, bij dit keurige museum, maar destijds haalde de elite de neus op voor het Panorama Mesdag. Sommigen vonden het te veel spektakel, de destijds geliefde rondgezichten van geschilderde slagvelden, mythen en bijbelse scènes. Daarvan week Haagse Schoolschilder Mesdag in 1881 af met een radicaal eigentijds thema: zijn eigen Scheveningen. Als je nu de panoramazaal binnenstapt dan waan je je nog op het strand. De zeelucht kun je bijna voelen.

Het is een totaalervaring, waar kermissen goed in zijn, musea naar streven en waar ook kunstenaars voor vallen. Deze maanden heeft Panorama Mesdag drie kunstenaars te gast met eigentijdse panorama's – nu dan met digitale en filmtechnieken gemaakt. Zeger Reyers, Pietertje van Splunter en Gerco de Ruijter exposeren films, foto’s en installaties. De Ruijter toont foto’s die hij maakt met een cameraatje aan een vlieger, landschappen waar boven en onder verdwijnen. Dat laatste gebeurt ook in een film die hij maakte van een dijk waarvoor hij een fisheyecameralens op een auto bevestigde. Het levert een rond filmbeeld waarin het perspectief een vreemd leven leidt als de bomenrijen aan weerszijden verdwijnen, een wonderlijk beeld waar je naar blijft kijken. Je zou er bijna wagenziek van worden.

Gescheiden door een eeuw vol technologie en beeldspektakel, ervaren wij het museum anders dan in 1881. Zeker geen kermis, eerder een plek vol rust. Daar passen De Ruijters verstilde film en het al even meditatieve panorama dat Reyers en Van Splunter voor het museum maakten: een soort omgedraaide koepel, van doek, waar ze geanimeerde wolkenluchten met meeuwen op projecteren. Robotmeeuwen zijn het, in een technisch complexe computersimulatie. Soms vliegen ze krijsend op je af, dan weer verdwijnt een groep in wat wij aanzien voor een verte.

Reyers, bekend om objecten die hij met mosselen en zwammen laat begroeien, leerde De Ruijter kennen toen die op een gekraakte boerderij woonde waar hij met vliegerende robotcameraatjes fotografeerde en ’s nachts de koeien met een bouwlamp uitlichtte. Daar moest hij meer van weten. Nu de vliegeraar en de mosselman samen exposeren, zie je hoe hun blik overlapt: beiden ontleden het landschap door perspectieven te wisselen. Ze maken weidse foto’s en films, zonder gebruikelijke horizon, ondersteboven en eindeloos. Dat maakt de tentoonstelling zowel geeky als rustgevend.

Het is een fijne tentoonstelling om je te verwonderen over de technieken. Maar de historische omgeving nodigt ook uit tot andere bespiegelingen: hoe kijken kunstenaars nu naar de natuur vergeleken met Mesdags tijd, toen de recreatiebehoefte opkwam? Dan blijkt weinig te zijn veranderd. Google Earth (waar De Ruijter ook van leent) en computersimulaties ten spijt wil kunst nog steeds het landschap doorgronden en ordenen.

Als er al een fundamenteel verschil is, dan zit hem dat in een zekere melancholie. Waar Mesdag het nieuwste vertier toonde, is de De Ruijter film zwart-wit met een weemoedige soundtrack, en zien we een film die Reyers maakte van roestige olievaten op zee – een vanitasbeeld. Maar uiteindelijk passen al deze werken bij elkaar: je gaat zitten en droomt weg. Wie naar het panorama van Van Splunter en Reyers kijkt, waant zich aan het strand. Voel de zeelucht.