DJ en diner: alleen film is niet genoeg

Heeft het filmhuis nog toekomst? De gemiddelde bezoeker is 52 jaar. Theaters voor de betere film moeten zichzelf opnieuw uitvinden.

De kassa van Filmhuis Den Haag Foto’s Robin Utrecht

David Deprez, artistiek directeur van Filmtheater Lumière in Maastricht, laat op zijn smartphone twee foto’s zien die hij vorige week dinsdag maakte bij avondvoorstellingen. Op de ene foto een filmzaal vol 55-plussers. „Dat was de première van een documentaire over het leven van de Limburgse kunstenaar Appie Drielsma.” Op de andere foto een zaal vol jongeren. „Dat was bij El abrazo de la serpiente, over een wetenschapper die de jungle intrekt. We draaiden ’m met Engelse ondertiteling, omdat hier in Maastricht veel buitenlandse studenten wonen.”

Lumière heeft „iets van vijftien samenwerkingsverbanden” met ‘jongerencommunities’. Allerlei groepen aan de universiteit, maar ook de jongeren van Amnesty. Deprez: „Je moet ze als het ware de sleutel geven om hier zelf dingen te organiseren. Alles draait om events.”

Heeft het filmhuis in Nederland nog toekomst? De gemiddelde leeftijd van de bezoekers is 52. Wat als dat publiek er straks niet meer is en niet wordt opgevolgd door een nieuwe generatie? Frank Groot en Jan de Vries maken zich geen zorgen. Zij openen in september een nieuw filmhuis in Rotterdam, Kino, en hopen ook twintigers en dertigers te trekken. „We willen een high quality-concept leveren”, zegt De Vries. „De jongere generatie is gewend aan een zeker niveau. Ze willen lekker eten, een kwaliteitsfilm kijken en daarna een goed gesprek voeren met een drankje erbij.”

Kino sluit zich aan bij de Cinevillepas, die in 2009 werd gelanceerd om jongeren naar de filmtheaters te krijgen. Wij merkten als 20-jarigen dat de filmtheaters kampten met een oubollig imago”, zegt Niels Büller, een van de bedenkers van de pas. „Leeftijdgenoten zagen het als bastions van hun moeders.”

Thuiskijkers

„Het filmaanbod in de filmhuizen spreekt jongeren niet aan”, zegt ook Jorien Scholtens van de Stichting Filmonderzoek. „De artistieke films die daar draaien zijn high culture, dat is toch iets anders dan de gemiddelde blockbuster. Uit SCP-onderzoek blijkt dat jongeren zich meer aangetrokken voelen tot low culture, zoals musicals en popconcerten.”

„Jongeren zien films vaker thuis, dat zijn ze gewend”, zegt Thomas Hosman, directeur van Cineville. „Ze gaan alleen naar de film als het echt een avondje uit is. En dan is er ook nog de concurrentie met andere manieren van uitgaan, zoals de kroeg, restaurants en popconcerten.” De Cinevillepas, die voor 19 euro per maand onbeperkt toegang geeft tot 39 bioscopen in 20 steden, heeft nu 23.000 pashouders, van wie 15.000 in Amsterdam. „De grootste groep is tussen de 25 en 30 jaar”, zegt Hosman. „In veel filmtheaters was de gemiddelde bezoekersleeftijd aan het stijgen. Wij horen vaak dat die trend in ieder geval is vertraagd sinds zij meedoen aan Cineville.”

Veel filmhuizen in de grotere steden hebben de afgelopen jaren een gedaanteverwisseling ondergaan. Ze verbouwden of verhuisden. „Je ziet een beetje een tweedeling ontstaan tussen filmtheaters die professionaliseren en filmhuizen die op de oude leest doorgaan”, zegt Winnie Sorgdrager, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters. „Bij de nieuwe filmtheaters zie je een enorme groei in bezoekersaantallen, terwijl bij de theaters die niet innoveren de bezoekcijfers stagneren. Het kan best gebeuren dat zo’n plek op een gegeven moment niet meer werkt. Maar het verschijnsel filmhuis op zich sterft niet uit.”

„Je kunt niet meer het oude filmhuis spelen”, zegt Krijn Meerburg, directeur van LantarenVenster in Rotterdam, dat in 2010 een volledig nieuw pand op de Kop van Zuid in gebruik nam met zes in plaats van vier zalen en meer vierkante meters voor horeca. „Voor alleen een film komen mensen hun huis niet meer uit. Ze willen naar een plek toe waar ze elkaar kunnen ontmoeten, een bijzondere avond beleven, inclusief dj en diner.”

Verdieping en beleving

LantarenVenster is meer dan alleen een filmhuis: je kunt er behalve eten en drinken ook naar pop- en jazzconcerten. Dat cross-overconcept zie je in steeds meer steden. De Verkadefabriek in Den Bosch programmeert ook theater en dans, net als Lux in Nijmegen. „De filmtheaters zijn veel meer dan vroeger plekken voor verdieping en beleving geworden”, zegt Lux-directeur Pepijn Kuyper. „We draaien nog steeds bijzondere films, maar daaromheen gebeurt intussen veel meer.” Om jongere generaties te bereiken werkt Lux veel samen met onderwijsinstellingen, waaronder de Radboud Universiteit, ArtEZ en de HAN. Zo wordt er met de universiteit een festival voor de wetenschapsfilm georganiseerd, waar veel studenten op afkomen. Voor scholieren is er het festival Young Motion, waarbij op school wordt verteld over het maken en selecteren van films, met als afsluiting het filmfestival. En voor met name de dertigers zijn er danceavonden.

Filmhuis Den Haag staat bekend als succesvol bij het binnenhalen van grote groepen jongeren middels filmeducatie en programmeren op maat. „Voor de skatescene hebben we buiten een scherm neergezet en de skatersfilm Zombie gedraaid”, zegt directeur Géke Roelink. „Ook zijn er regelmatig avonden voor de hiphop-community. Die organiseren ze zelf, met onze hulp. Ze kijken een film als Time is illmatic over rapper Nas en daarna houden ze een open mic-battle.”

Het Eindhovense filmtheater Plaza Futura, dat sinds 2013 zetelt op het hippe terrein Strijp-S, in het hart van de creatieve industrie, doet ook veel om jongeren te trekken. Vmbo-klassen krijgen er een cursus ‘filmen met je smartphone’. Ook worden er regelmatig ‘arthouse-party’s’ georganiseerd – geen filmavonden, maar feesten waarbij techno-dj’s draaien en ‘visuals’ (filmbeelden) worden getoond.

De filmtheaters werken ook samen om jongeren te trekken. In vier steden wordt komende vrijdag de eerste Nederlandse Filmnacht georganiseerd. „Dat evenement is bedoeld om een jonger publiek naar de Nederlandse film in de filmtheaters te krijgen”, vertelt Sandra den Hamer, directeur van filmmuseum Eye. „Het programma, dat per stad verschilt, is voor én door lokale jongeren bedacht. Het gaat overigens niet alleen om dit ene evenement. De bedoeling is om via een online community een structurele band op te bouwen met de nieuwe generatie.”

Eye doet dat zelf ook al onder de noemer ‘Exposed’, een groep aan Eye verbonden jongeren die op Facebook, Twitter en een blog tips geven aan leeftijdsgenoten. Meer filmtheaters hebben jongeren aangetrokken als ‘gids’. Bij ’t Hoogt in Utrecht organiseert filmjournalist Hugo Emmerzael (1993), die als scholier meedeed aan een educatieproject in het filmtheater, zijn eigen filmreeks met een uitgebreid voorprogramma.

52 jaar, echt?

Hebben alle inspanningen van de filmtheaters om jongeren te bereiken resultaat? Zelf denken ze van wel: het aantal bezoeken steeg vorig jaar met 5 procent, naar 2,5 miljoen. Maar hoeveel van die nieuwe bezoekers jongeren zijn, is niet gemeten. „Is de gemiddelde leeftijd echt 52 jaar? Ik herken dat helemaal niet”, zegt Pepijn Kuyper van Lux. Ook Géke Roelink van Filmhuis Den Haag vindt dat de cijfers een verkeerd beeld geven. „De gemiddelde leeftijd van onze bezoekers is fors lager dan 52 jaar vanwege de 16.000 leerlingen die deelnemen aan filmeducatie en de schoolvoorstellingen. Die zijn niet meegenomen in het onderzoek.”

Thomas Hosman van Cineville heeft zelf positievere cijfers. „In een Amsterdams filmtheater komt gemiddeld 45 procent van de bezoekers met een Cinevillepas binnen. Aangezien in Amsterdam 50 procent van de pashouders onder de 35 is, betekent dat ook dat in een gemiddelde zaal tegen de landelijke trend in in elk geval al 25 procent jonge mensen zitten.”