Column

De hoofden van Lebak

De hoofden van Lebak staan in de regen in de Korsjespoortsteeg. Ze maken kleine buigingen voor ze het Amsterdamse geboortehuis van Eduard Douwes Dekker binnengaan. Enkellange jassen met paisley-print en paraplu’s. De hoofden van Lebak, dat zijn de regent Iti Octavia Jayabaya, haar assistent, haar echtgenoot en drie referendarissen.

Ze zijn de halve wereld overgevlogen om één authentieke plavuis op te halen, afkomstig uit het huis dat Multatuli in 1856 in Lebak bewoonde. Het werd in 1987 afgebroken – toeristen hadden het geplunderd en zo kwamen er wat plavuizen in Nederland terecht. Er staat nog een muur overeind.

Terwijl Multatuli in Nederland van de verplichte literatuurlijst wordt gehaald, is hij in Lebak herontdekt. De echtgenoot van de regent (geen pak, maar een batikshirt) verfilmt Saidjah en Adina, een vertelling uit de Max Havelaar. Hij deelt de synopsis uit.

In Rangkas Bitung, de hoofdstad, zijn een straat en een school naar Multatuli vernoemd. Met het gezelschap is een middelbare schoolleraar meegekomen die jaarlijks zestig leerlingen het boek in het Bahasa Indonesia laat lezen. „Ik hoop dat meer Nederlanders Lebak willen bezoeken”, zegt de regent. Er wordt een Multatuli-museum gebouwd.

De oprichter van het museum zegt uit het hoofd op: „Als er soms onder ons mochten zyn, die plicht verwaarlozen voor gewin, die het recht verkopen voor geld, of die den buffel van den arme nemen … wie zal ze straffen?”

Ik zie Lebak voor me, de rijstvelden op de bergen, de oude boom die de arme boeren ziet vertrekken.

Hoe is het er nu, vraag ik. Zou Multatuli het nog herkennen? „Er wordt niet alleen meer rijst verbouwd, ook bananen, kokos, rubber en palmolie”, zegt de regent. En, zegt ze trots, zíj is door het volk gekozen.

Maar zelfverrijking bestaat nog steeds, zegt een delegatielid zachtjes. De vorige gouverneur van de provincie, stak de opbrengst van medische apparatuur in eigen zak. Er stonden meer dan tien sportauto’s voor haar deur.

Toch kan Multatuli tevreden zijn: zij werd gearresteerd, berecht en zit nu in de gevangenis. De vorige president heeft een anticorruptiecommissie ingesteld. „Elke burger kan ons budget en beleid controleren”, zegt regent Jayabaya.

Toen de minister van Verkeer en Waterstaat de tien bruggen kwam bekijken die met Rijksgeld waren gerepareerd, wreef Jayabaya hem bij elke brug onder de neus: „Er blijven er nog 378 over”.

De schoolleraar schuift aan. Vorige week hadden ze in de klas de Max Havelaar uitgelezen. Na afloop kwam een meisje op hem af dat zei: ‘Ik dacht dat ik bediende zou worden, maar nu wil ik leraar worden’. „Haar ogen waren geopend.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.