Column

‘Zonder mijn eenzaamheid was ik nog eenzamer’

De reden doet er nu even niet toe, maar het geval wilde dat ik over God zat te lezen. En als je in Nederland iets over God wilt weten, beland je al gauw bij het dagblad Trouw. Zo kwam het dus dat ik daar een vraaggesprek las met een Amerikaanse dichter die Christian Wiman heette en die zei wat religieus angehauchte dichters nu eenmaal zeggen. Zoals: ‘Het zou een ontkenning zijn van mijn realiteit God er buiten te laten.’ En dat zat ik net allemaal voor zoete koek te slikken, toen hij iets zei over de dichter Marianne Moore.

Het ging over dingen als ‘nee’ zeggen tegen God en de verslavende werking van de goddelijke afwezigheid. En toen citeerde hij zoals gezegd Moore. ‘Zonder mijn eenzaamheid was ik nog eenzamer, dus ik houd haar’. ‘Hm’, zei ik, op dit punt aangekomen. En ‘hm’ is bij mij meestal teken van grote intellectuele opwinding. Want had ik niet net bij Julian Barnes gelezen dat Marianne Moore precies het tegenovergestelde had gezegd? Dat je eenzaamheid kun bestrijden door alleen te zijn? Ik schoof Trouw terzijde en ging er eens echt voor zitten.

Enerzijds zei Marianne Moore dus ‘without loneliness I should be more lonely, so I keep it.’ En anderzijds zei ze ‘the best cure for loneliness is solitude’. Wat is het nu, Marianne Moore, zei ik. Eenzaamheid behouden? Eenzaamheid bestrijden? Hm? Nu schoof ik ook God een kort moment terzijde en ik ging googelen.

Meteen vond ik dat het Marianne Moore helemaal niet was geweest die dat gezegd had over eenzaamheid behouden. Het was een rode vogel! En hij zei het ook nog half in het Japans.

Maar wacht. Dit loopt uit de hand. Ik kom zo bij die rode vogel maar laat ik eerst toch even vertellen waarom ik over God begon te lezen. Dat was namelijk omdat ik kort daarvoor ook al op twee precies tegenovergestelde beweringen was gestuit. Die gingen over religie. Eerst van de Engelse criticus James Wood, die zegt dat religie geneigd is het leven te zien als afgegrensd en opgeschreven: ‘bounded, already written.’ En meteen daarop van de Amerikaanse filosoof John Dewey, die zegt dat religie juist gelooft in datgene wat nog niet op papier staat. ‘Geloof in voortgaand aan het licht brengen van de waarheid is religieuzer dan een geloof in voltooide openbaring.’ Wat is het nu, heren intellectuelen, dacht ik. Hm? Daarom ging ik toen op zoek naar God, denk ik. Om duidelijkheid te krijgen.

Enfin, die rode vogel. Ik begon eerst maar eens het eerste citaat van Moore te checken en zo vond ik haar gedicht Smooth Gnarled Crape Myrtle. Ik kan het ook niet helpen, zo heet het. Het is uit 1935. Het gaat over een bronsgroene vogel en een rode vogel en een vuurvlieg met een roze hoofd. En aan het eind is het die rode vogel die ‘zegt, niet zingt’ dat hij zonder eenzaamheid nog eenzamer is, ‘half in Japanese’. En toen zocht ik nog één stap verder. En ik vond dat Marianne Moore het hele citaat had overgenomen van de Japanse schrijver Yone Noguchi uit The Spectator van 15 februari 1935. En dat Noguchi het ontleende aan de twaalfde eeuwse vagebondpriester Saigyo.

Daarna verbaasde de verwarring rondom het tweede citaat me niet meer. ‘The best cure for loneliness is solitude.’ Volgens de grote schrijvers Barnes en Oates schreef Marianne Moore dit ‘ergens’. Volgens de dichter Robert Duncan schreef ze het aan de dichter Jack Spicer ‘in a postscript’. Volgens de dichter Lewis Ellingham zette ze het op een briefkaart en schreef Spicer haar ‘a postscript’. En volgens horen zeggen schreef ze het in een essay voor tieners. ‘If I Were Sixteen Today.’

U kunt zich voorstellen dat ik lichtelijk verwilderd terugkeerde naar de vraag waarmee ik was begonnen. Is het religieuze datgene wat vaststaat en is opgeschreven? Of is het religieuze juist datgene wat niet vaststaat en moet worden uitgezocht? Ik neigde ertoe te denken dat wat is opgeschreven daarmee nog helemaal niet vaststaat. Sterker nog, ik helde sterk over naar de gedachte dat alles wat staat opgeschreven volstrekt onbetrouwbaar is.

En dus, zei ik tegen mezelf, en ik wendde me weer tot het internet alsof daar het antwoord te vinden was, zou je graag een teken van boven krijgen.

Een stem uit de hemel die laat weten welke tekstversie correct is. Maar alles wat ik vond was een uitspraak van rabbi Joshua. Die had gezegd dat je in interpretatiekwesties niets hebt aan een stem uit de hemel, omdat God in Exodus 23 zelf heeft geschreven dat je de meerderheid dient te volgen. (Overigens staat er, als je Exodus erop naslaat, precies het tegenovergestelde.)

En, vroeg Rabbi Nathan aan de profeet Elijah, ‘Wat zei God toen?’ ‘Hij lachte’, zei de profeet. En dat leek me eigenlijk ook wel een teken, dus dat deed ik toen ook maar.