‘We móésten wel iets met deze crisis doen’

Reportage De jonge deelnemers van curatorenopleiding van de Appel maakten een expositie waarin de crisis bij de instelling centraal staat.

Installatie van Arseny Zhilyaev met deelnemers van de curatorenopleiding: Kateryna Filyuk (links), Asep Topan, Renée Mboya en Alessandra Troncone. Foto Merlijn Doomernik

Wat krijg je als je zes jonge curatoren uit de hele wereld uitnodigt om in Amsterdam tien maanden een opleiding te volgen en vervolgens een tentoonstelling laat maken? Een expositie geïnspireerd op een heel lokaal thema, blijkt dit jaar.

De deelnemers van het Curatorial Programme van kunstinstelling de Appel in Amsterdam maakten een expositie die direct gerelateerd is aan de crisis waarin de instelling terechtkwam na het gedwongen vertrek van directeur Lorenzo Benedetti. Slechts een paar weken nadat de deelnemers uit onder meer Finland, Oekraïne, Indonesië en Italië (dit jaar werd er uit de zeventig aanmeldingen geen Nederlander geselecteerd) waren aangekomen in Amsterdam, brak het tumult los rond zijn vertrek. Het bleek een onderwerp dat de deelnemers niet konden negeren.

Het Curatorial Programme, opgericht in 1994, biedt een internationale selectie van jonge veelbelovende tentoonstellingsmakers een intensief opleidingsprogramma. De opleiding voor curatoren past in de trend waarbij de tentoonstellingsmaker steeds vaker op de stoel van de kunstenaar gaat zitten en de tentoonstelling in haar geheel als kunstwerk wordt beschouwd. De verhouding tussen kunstenaar en curator is voor de deelnemers dan ook voortdurend onderwerp van gesprek. „Soms staat het werk van de kunstenaar centraal en soms is de presentatie de hoofdzaak, dat hangt helemaal af van het soort tentoonstelling dat je wilt maken”, verklaart de Italiaanse Alessandra Troncone.

De dubbeltentoonstelling Untitled (two takes on crisis) houdt volgens de curatoren het midden tussen een curatorententoonstelling en een kunstenaarstentoonstelling. Aan de hand van het werk van de kunstenaars en lezingen in het publieksprogramma wordt op de begane grond de vraag gesteld wat een crisis eigenlijk is. Op de eerste verdieping worden verschillende strategieën aangereikt om met een crisis om te gaan.

Op de begane grond vind je daarom werken als The (singular/symptomatic) case of de Appel van de Finse kunstenaar Minna Henriksson, daarin biedt ze in een grote op de muur getekende woordenwolk een systematisch overzicht van de crisis bij de Appel.

Doordat de namen en directe verwijzingen zijn weggelaten zou het een analyse kunnen zijn van de processen van een crisis op zichzelf. Op de eerste verdieping kunnen bezoekers daarna plaatsnemen op de sanatoriumstoelen van het Anton Vidokle de Kosmos Recreation Centre een installatie die de Russische kunstenaar Arseny Zhilyaev maakte voor de tentoonstelling. Hij was geïnspireerd door meditatiecentrum De Kosmos, dat tot in de jaren negentig gevestigd was in het pand waarin nu de Appel zit. Ontspannen is ook een manier om met crisis om te gaan, willen de kunstenaar en tentoonstellingsmakers maar zeggen.

De deelnemers van het programma verdeelden zichzelf voornamelijk uit praktische overwegingen in twee groepen: „De stereotiepe curator is een uitgesproken persoon met een sterke eigen mening, dat maakt samenwerking niet altijd makkelijk”, legt deelneemster Renée Mboya uit. „In een kleine groep gaat dat beter.”

Over het kiezen van crisis als gezamenlijk thema zegt de Oekraïense Kateryna Filyuk: „We werkten eerst met een ander onderwerp, maar al snel bleek dat we het hete hangijzer niet konden vermijden. We moesten iets maken wat te maken had met de context van crisis waar we plotseling in terecht waren gekomen.”

De meeste deelnemers hadden al ervaring met het cureren van tentoonstellingen voordat ze deelnamen aan het Curatorial Programme. Renée Mboya maakte bijvoorbeeld al tien jaar lang tentoonstellingen in Nairobi. De belangrijkste reden voor haar om mee te doen aan het programma was om meer te leren over de westerse kunstwereld. „Die is zo dominant in de mondiale kunstwereld: alles wat wij in Afrika doen wordt altijd vergeleken met de westerse kunsttraditie. Daar kan ik me tegen verzetten, maar beter is het deze traditie van binnenuit te leren kennen en proberen een gelijkwaardige dialoog tot stand te brengen.”

Ook de andere deelnemers zien het Curatorial Programme voornamelijk als een manier om hun eigen ideeën over het samenstellen van tentoonstellingen te testen aan de opvattingen van anderen. „Normaal werk je als curator zelfstandig aan een expositie”, vertelt Alessandra Troncone. „Dan ben je helemaal niet bezig met nadenken over je beslissingen, je neemt ze gewoon. Nu je in een groep werkt moet je alles beargumenteren, dan word je gedwongen telkens te reflecteren op wat je doet.”