Toneelgroep Amsterdam, nu ook in de bios?

Meer in het buitenland spelen kan Toneelgroep Amsterdam niet meer. Het onderzoekt nu wat het digitaal en in het Engels kan.

Ramsey Nasr (r) in Kings of War, de samenvatting van Shakespeare koningsdrama's door Toneelgroep Amsterdam.

Nog een beetje groggy van zijn vlucht uit Beijing een dag eerder, zit Wouter van Ransbeek in het café van het National Theatre in Londen. In China, waar Halina Reijn de afgelopen week optrad met La voix humaine, heeft hij mogelijkheden voor Toneelgroep Amsterdam onderzocht. Zo sprak hij met vijf studenten die TA-voorstellingen slechts van trailers op YouTube kennen, maar graag de rechten willen hebben om voorstellingen te streamen naar negen universiteitssteden. „Je proeft een honger naar ons toneel, die jaloersmakend is.”

Bij het National Theatre heeft Van Ransbeek, als adjunct artistiek directeur van TA verantwoordelijk voor internationalisering, de hele ochtend gesprekken gevoerd over samenwerkingsmogelijkheden. Later die dag zal Toneelgroep Amsterdam in een ander Londens theater, het Barbican, met zijn uitvoering Kings of war het ‘Shakespeare 400’ weekend openen.

Met het Barbican heeft TA al een band sinds het er in 2009 de Romeinse tragedies speelde. Vorig jaar produceerden ze samen Antigone, met Juliette Binoche. In Kings of war heeft het Barbican, net als de Wiener Festwochen, Théâtre National de Chaillot en het Holland Festival, mede geïnvesteerd. „Anders kunnen wij een grote productie als deze – die zelfs internationaal uitzonderlijk is – niet maken”, zegt Van Hove later die dag. Tien jaar geleden was het ongebruikelijk voor een toneelgezelschap om buiten Nederland en België te spelen. In die tijd haalde Van Hove Van Ransbeek naar Amsterdam, die met zijn ervaring als programmeur bij internationale festivals als de Ruhrtriënnale en de Wiener Festwochen van pas kon komen. Anno 2016 vliegt TA de hele wereld over. Subsidieverschaffers als het Rijk en de gemeente Amsterdam verwachten niet anders meer.

Het Barbican is blij dat het tot de eerste theaters behoort dat TA ontdekte. Juist nu na alle successen die Van Hove recent als regisseur in Londen en New York met A view From the Bridge, Lazarus (met David Bowie) en The Crucible boekte hijzelf en zijn ensemble enorm in trek zijn. „Een ensemble van acteurs als TA, dat als een familie met elkaar is verweven, kennen we in Groot-Brittannië niet meer. In zijn tekstbewerking en gebruik van techniek is Ivo een voorbeeld, en daarom organiseren wij workshops met TA voor jonge regisseurs”, zegt theaterdirecteur Toni Racklin.

Maar de groei is begrensd. „Het is een enorme puzzel”, zegt Van Ransbeek. „We houden het aantal voorstellingen in het buitenland al een paar jaren op het zelfde niveau van 80 tot 100. Dan kunnen we 150 voorstellingen in Amsterdam spelen en 75 tot 100 in de rest van Nederland. Ik moet zestig procent van de aanvragen uit het buitenland afzeggen. Deze week nog een festival in Moskou, dat heel graag het Jaar van de Kreeft van Luk Perceval wilde hebben. Dat doet echt pijn. Maar de band met het Nederlandse publiek is belangrijker.”

Het Nederlandse publiek profiteert, omdat internationaal vermaarde regisseurs als Sam Gold, Katie Mitchell, Luk Perceval en Simon Stone naar Amsterdam komen door de reputatie die TA heeft verworven. Van Ransbeek: „Zij kiezen voor ons. Als zij vaker komen, kunnen we een bibliotheek met ze opbouwen. Dat maakt het makkelijker om hun stukken in het buitenland te spelen.”

Zo kan TA internationaal groeien, los van de reputatie van Van Hove. „Niet dat hij weggaat. Ivo is belangrijk voor TA, maar TA is ook belangrijk voor Ivo. Hij kan hier dingen uitproberen, die elders niet kunnen. Stukken als Kings of war of The Fountainhead kunnen helemaal niet op Broadway of in Londen, waar ze zonder of met geringe subsidie werken. We realiseren ons te weinig dat er vrijwel nergens in de wereld een systeem is als in Nederland dat zoveel mogelijkheden biedt om goede kunst te maken”, zegt Van Ransbeek.

Groei is dan wel niet meer mogelijk, grenzen verkennen wel. Bijvoorbeeld met Engelstalige voorstellingen. „Boventitels blijven een beperking. We hebben Songs from far away door de Brit Simon Stephens voor Eelco Smits in het Engels laten schrijven. In Sao Paolo en Londen konden we testen hoe dat werkt. We gaan dat ook onderzoeken voor grotere producties.”

Ook ziet Van Ransbeek mogelijkheden veel meer mensen te bereiken, zonder meer voorstellingen te spelen. „Ik heb gesprekken gevoerd met NT Live, dat de stukken van het National Theatre met groot succes in 180 bioscopen wereldwijd laat zien. Ze zien mogelijkheden. Dat zou geweldig zijn, dan bereik je in één klap wereldwijd 100.000 mensen die je anders niet kunt bereiken. Als we er met NT Live niet uitkomen, dan ga ik zelf verder bedenken hoe we digitale middelen kunnen inzetten.”