Overlevers

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Het is druk in Boston vanmiddag. De stad loopt vol ultrafitte renners die elkaar feliciteren met de zonet gelopen race. De meesten dragen een blauw-geel shirt en een gouden medaille. Het is de dag van de Boston Marathon die atleten uit de hele wereld trekt.

Op een beeldscherm in een restaurant zie ik Adrianne Haslet-Davis, de blonde danseres die drie jaar geleden haar been verloor door de bomaanslag. Van het ene op het andere moment was ze een slachtoffer. Haslet-Davis liet zich niet uit het veld slaan en rent vandaag mee. Op haar prothese. Ze is nog lang niet bij de finish.

Dan parkeert op de hoek van de straat een zwart busje. Een aantal mannen in donker pak springt uit de auto en begint druk in walkietalkies te praten. De laadklep gaat open en er wordt heel voorzichtig een gemotoriseerde rolstoel uitgeladen. Een man zit bewegingsloos in de stoel. Ik herken onmiddellijk het silhouet van de beroemdste wetenschapper van onze tijd. Stephen Hawking is ook in town.

Op jonge leeftijd kreeg hij de fatale diagnose van de spierziekte ALS. Hem werd verteld dat hij nog maar kort te gaan had. Door een wonderlijke speling van het lot bleef hij in leven. Door de jaren heen verloor hij steeds meer lichaamsfuncties, maar hij liet zich niet afremmen. Toen hij niet meer kon lopen, verplaatste hij zich per rolstoel. Toen hij niet meer kon praten, deed hij dat per computer. Toen hij zelfs zijn handen niet meer kon bewegen, leerde hij via oogbewegingen communiceren. Ondanks al die obstakels blijft Hawking op topniveau onderzoek doen, boeken schrijven en wereldwijd lezingen geven.

In Sanders Theater, de grootste collegezaal van Harvard, een prachtig gelambriseerd amfitheater met een rijke historie, wacht ik tot Hawking zijn lezing over zwarte gaten gaat geven. Hij is met zijn entourage overgevlogen uit Cambridge. Geen sinecure voor deze 73-jarige.

Doodstil is het als hij het toneel wordt opgereden. Het bekende beeld: onderuitgezakt in zijn rolstoel, zijn hoofd scheef. Zijn begeleider draait de stoel zo, dat we zijn gezicht kunnen zien.

En dan begint hij: zijn ogen helder, zijn blik ondeugend. Deze man, onbeweeglijk als een steen en zonder stem, neemt ons met zijn twinkelogen mee het heelal in. De hele zaal wordt meegezogen in de wereld van het oneindige. Daar waar alles beweegt en draait, waar zwarte gaten kolken tussen de sterren. Met groot gemak verbindt Hawking het heden met een onvoorstelbaar ver weg verleden en een even duizelingwekkend verre toekomst.

Tijd en ruimte – de grootte, diepte, verte van dit alles laat iedereen in de zaal sprakeloos. Van al deze geheimen worden we deelgenoot gemaakt door iemand die vrijwel louter geest is.

Ondertussen maakt Hawking grappen met zijn computerstem en neemt genietend het minuten durende applaus in ontvangst. Hij beantwoordt zelfs een aantal vragen.

Wat een veerkracht, zegt een student naast me. Hij is mijn inspiratie.

’s Avonds in mijn hotel zie ik Adrianne Haslet-Davis over de finish gaan. Tien uur had ze erover gedaan met haar prothese. Als haar wordt gevraagd hoe het is om als slachtoffer van de bomaanslag de race te lopen, antwoordt ze: „Slachtoffers worden gedefinieerd door wat in hun leven gebeurt, overlevers door hoe ze hun leven leiden. Ik wil gedefinieerd worden door hoe ik mijn leven leid.”