Onze planeet wordt steeds groener

Satellietwaarnemingen en computermodellen tonen: bomen dragen meer en langere tijd blad.

Foto Istock

De aarde wordt groener, letterlijk. In grote delen van de wereld is het bladerdek van planten en bomen dichter geworden. En door het jaar heen dragen ze ook langduriger blad; het groeiseizoen is opgerekt. De belangrijkste oorzaak van deze trend is de toegenomen CO2-concentratie in de lucht.

Een internationale groep wetenschappers beschreef deze mondiale vergroening, en haar oorzaken, maandag in Nature Climate Change. Ze baseerden zich daarbij op drie verschillende databanken met satellietwaarnemingen in de periode 1982-2009 en op tien computermodellen. Hun doel is een verbetering van de computermodellen, zodat de toekomstige reactie van vegetatie op allerlei veranderende factoren beter te voorspellen is. Zoals klimaatverandering, CO2-concentratie en beschikbaarheid van water.

De vergroening doet zich in grote delen van de wereld voor, het meest in het zuidoosten van Noord-Amerika, het noordelijk deel van de Amazone, Europa, Centraal Afrika en Zuidoost-Azië. In een beperkt gebied is er sprake van een omgekeerd proces, ontgroening: in het noordwesten van Noord-Amerika en het midden van Zuid-Amerika.

„Deze studie is grondiger en uitgebreider dan wat er tot nog toe is gedaan”, zegt geoloog en hydroloog Sietse Los van de Swansea University. Hij was niet bij het onderzoek betrokken. Los bracht drie jaar geleden ook de vergroening van de aarde en de oorzaken ervan in kaart (Global Biogeochemical Cycles, 10 april 2013). Maar hij bekeek toen bijvoorbeeld niet de invloed van veranderd landgebruik, zoals ontbossing en aanleg van landbouwgebieden, of juist bosaanplant. De huidige studie neemt dat wel mee, zegt Los. Het effect van veranderd landgebruik blijkt klein. Is de ontbossing in bijvoorbeeld de Amazone dan minder erg dan gedacht? Die is de laatste tien jaar in ieder geval afgenomen, zegt Los. En verder: „Je ziet dat in de VS en Europa van grote delen landbouwgrond weer natuur wordt gemaakt.”

De belangrijkste drijvende factor voor de mondiale vergroening blijkt de toegenomen CO2-concentratie in de lucht. Dit leidt ertoe dat planten via hun huidmondjes makkelijker CO2 opnemen. Daarbij staan ze minder water af. Het watergebruik van de plant wordt efficiënter. Dit effect is al langer bekend en vooral sterk in droge, warme gebieden aan de randen van woestijnen. Drie jaar geleden is het ook aangetoond voor bossen op het noordelijk halfrond. Los: „Eigenlijk vind ik dit wel bemoedigend.” De vegetatie, zegt hij, helpt een deel van onze CO2-uitstoot vast te leggen, net als de oceanen. „Maar in de oceanen leidt het tot verzuring, op land krijg je meer bladgroei.”

Of de toename van CO2-concentratie en bladgroei zich ook vertaalt in een snellere groei van de hele boom, is nog de vraag. Wageningse wetenschappers onderzochten de jaarringen van 1.100 bomen in tropisch gebied (Bolivia, Kameroen en Thailand), en zagen die jaarringen door de jaren heen niet breder worden (Nature Geoscience, 15 december 2014). „De discussie over het effect van CO2 is zeker nog niet afgelopen”, reageert ecoloog Mart Vlam, een van de auteurs van dat artikel.

De nu gepubliceerde studie bekeek ook nog het effect van klimaatopwarming en van een hogere stikstofneerslag als gevolg van een toename van verkeer en intensieve landbouw. Die factoren spelen een beperkte rol. Klimaatopwarming heeft bijvoorbeeld wel op het Tibetaans Plateau gezorgd voor een langer groeiseizoen.

Juist voor die ‘kleinere’ oorzaken – met name stikstofneerslag en veranderd landgebruik – bevatten de computermodellen nog veel onzekerheden.