‘Modaal betaalt 2.000 euro inkomstenbelasting’

nrc.checkt Dat schreef publicist Jort Kelder in NRC

De aanleiding

Publicist en tv-maker Jort Kelder riep in deze krant op tot openheid van belastinggegevens. In zijn opinie-artikel stond deze alinea:

„Feit: modale inkomens betalen gemiddeld zo’n tweeduizend euro inkomstenbelasting per jaar. Daar kunnen de lantaarnpalen niet van branden en de scholen niet van open. Om die bonnetjes te betalen zijn er de hogere inkomens, die het juk van de verzorgingsstaat op hun schouders torsen.” We checken of modale inkomens per jaar gemiddeld 2.000 euro aan inkomstenbelasting betalen.

Waar is het op gebaseerd?

Het klinkt onwaarschijnlijk laag, die 2.000 euro. Het modaal inkomen ligt in 2016 op zo’n 36.500 euro bruto. Zou iemand werkelijk maar 5,5 procent belasting hoeven te betalen? Ja en nee, zeggen twee experts: Peter Kavelaars, hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en Marian van Baal, partner van DMBH belastingadvies. De inkomstenbelasting bestaat uit een klein deel belastingen en een groot deel premies. Als je het louter hebt over het belastingdeel van de inkomstenbelasting, dan kan het enigszins kloppen, zeggen beiden, afhankelijk van persoonlijke omstandigheden.

Dat is precies waar ik het over heb, schrijft Kelder in een toelichtende mail: „Het eigenlijke belastingdeel is klein omdat de belastingschijven zo verlengd zijn dat verreweg de grootste last premies zijn voor volksverzekeringen en werknemersverzekeringen. Wezenlijk verschil, want premies zijn bedoeld om de kosten te dekken van de werknemers en zijn gezin in kwestie, algemene belastingmiddelen gaan in een pot waaruit een variëteit aan voorzieningen betaald wordt.”

En, klopt het?

Het modaal inkomen voor de inkomstenbelastingen valt vrijwel geheel in de eerste twee schijven van box 1. Hierbij zijn allerlei nuances en aanvullingen te maken: gaat het om mensen die nog geen AOW ontvangen, om mensen met of zonder hypotheek, om alleenverdieners of tweeverdieners? Kelder ging uit van een gezin met één kostwinner. Hoogleraar Kavelaars en belastingadviseur Marian van Baal onderstrepen dat de bandbreedte van het bedrag dat iemand betaalt, ruim is.

Het ministerie van Financiën rekent voor: „Tussen 36.000 en 37.000 euro belastbaar inkomen (dus inclusief winstinkomen, box 2 en box 3 inkomen en rekening houdend met de aftrekposten) zitten circa 200.000 mensen. Gemiddeld betalen zij ongeveer na heffingskortingen 7.700 euro inkomensheffing (belasting en premies volksverzekeringen). Daarin is alleen het belastingbedrag 2.800 euro.”

Dat wijkt dus 800 euro van Jort Kelders schatting af. „Die 800 euro schenk ik je”, zegt Kelder nu. „Ik heb me gebaseerd op mijn eigen aangifte van een paar jaar geleden en kwam al rekenend op een bedrag van 1.800 euro voor modaal uit en dat heb ik voor dit voorbeeld een beetje verhoogd. Ik had beter 3.000 euro kunnen zeggen – voor de redenering maakt dat niet uit.” De redenering was dat de belastinginkomsten van rijkeren in Nederland nodig zijn om het voorzieningenniveau op peil te houden.

Hoogleraar Kavelaars vindt evenwel dat Kelder een „verkeerde voorstelling van zaken” geeft door het uiteenrafelen van het belastingdeel en het premiedeel van de inkomstenbelasting. „Premies zijn gewoon belastingen en bovendien worden uit een deel van de belastingen ook nog de sociale verzekeringen gedekt.”

Financiën: „De stoeptegels worden niet alleen betaald door belastingplichtigen die loon- en inkomstenbelasting betalen. De totale belastingontvangsten omvatten btw, vennootschapsbelasting, autobelastingen, bankenbelasting, verhuurderheffing, kansspelbelasting etc. Daar halen we 248 miljard (Miljoenennota 2016) mee op. Deze belastingontvangsten kunnen we niet toerekenen aan individuen.”

Conclusie

Jort Kelder liet bij zijn berekeningen de premies buiten beschouwing. Ook als die berekening wordt gevolgd, valt zijn stelling dat mensen met modale inkomens gemiddeld 2.000 euro per jaar inkomstenbelasting betalen, 800 euro te laag uit volgens het ministerie van Financiën. Daarom beoordelen wij zijn stelling als grotendeels onwaar.