Liftmuziek waar je bloed van gaat stollen

In mei is het 150 jaar geleden dat Erik Satie werd geboren. Aanleiding voor een nieuw Satie-cd, van Reinbert de Leeuw en Barbara Hannigan.

Het kan gek lopen, bewijst Erik Satie: zo ben je als componist volstrekt vergeten, zo leiden de lp’s van een magere, shag-rokende pianist lang na je dood tot een suprise-hit en klinkt je muziek in iedere lift.

Inmiddels is Satie een rots in de canon en is die pianist, Reinbert de Leeuw, de éminence grise van de nieuwe muziek in Nederland en ver daarbuiten.

In mei is het 150 jaar geleden dat Satie werd geboren, wat aanleiding is voor een bijzondere nieuwe Satie-cd van De Leeuw, nu als begeleider van buitencategoriesopraan Barbara Hannigan.

De Leeuw speelt de spaarzame piano-akkoorden alsof hij van kei naar kei springt in een onverschillig beekje

Het tweetal vertolkt het weinig bekende ‘muziekdrama’ Socrate, op teksten uit de dialogen van Plato. De oorspronkelijke versie was voor orkest, Satie maakte zelf de pianoreductie. Het is vreemd en zeer geslaagd.

De Leeuw en Hannigan combineren Socrate met een reeks evenmin courante liederen. De vroege, langzame, verstilde Trois mélodies zetten direct de toon. Hannigan laat haar noten vibratoloos en breekbaar versterven, terwijl De Leeuw de spaarzame piano-akkoorden speelt alsof hij van kei naar kei springt in een onverschillig beekje.

Sopraan Barbara Hannigan vertolkt samen met pianist Reinbert de Leeuw Satie’sSocrate. Foto Elmer de Haas

Die quasi-objectiviteit is typerend voor De Leeuws visie op Satie als rariteit en radicaal in de muziekgeschiedenis.

Het is de vraag of Satie tevreden was met die rol. Toen hij al bijna veertig was, schreef hij zich in aan de befaamde Parijse Schola Cantorum. Satie, die een kunst van bewegingsloosheid had uitgevonden, studeerde vijf jaar lang klassiek contrapunt – bij uitstek een leer van muzikale beweging. Zijn beroemde Gymnopédies en zijn vreemde Rozenkruizersmuziek voor de salons van Joséphin Péledan lagen toen al jaren achter hem.

Symfonische humor

Socrate ontstond in 1917 en 1918, een jaar of zeven voor Satie zou sterven aan levercirrose. Hij noemde het een ‘Drame symphonique’, waarschijnlijk verwijzend naar de symfonische drama’s van Berlioz, waarmee zijn muziek niets te maken heeft. Zijn gevoel voor humor had Satie in ieder geval niet verloren.

In vergelijking met de radicale vormloosheid en traagheid van bijvoorbeeld het ballet Uspud, dat De Leeuw een paar jaar geleden boven water haalde, is Socrate dan ook toegankelijk muziekdrama pur sang. Er zijn mooie melodieën, er is een betoog, tempo en dynamiek vertonen meer variatie. Maar Socrate is nog steeds hoogst eigenaardige muziek, die de contrapuntwetten eerder tóónt dan eraan te gehoorzamen.

Het lange derde deel, ‘Mort de Socrate’, is gebaseerd op Plato’s Phaedo, waarin Phaedo een collega-filosoof vertelt hoe de laatste dag van Socrates verliep. Aan het slot blijft er alleen een puls van staccato piano-akkoorden over, waarboven Hannigan op één toon, als een bezwering, beschrijft hoe het gif vanuit Socrates’ benen omhoogtrekt. De hartslag van de piano vertraagt en stopt. Het is letterlijk bloedstollend, temeer daar Hannigan en De Leeuw een Socrates-waardige houding aannemen: kalm, helder, haast sereen in het zicht van het einde.