Kritiek op Belastingdienst over tipgever zwartsparen

De Belastingdienst zou de identiteit van een tipgever die bankgegevens doorspeelde, ten onrechte niet hebben bekendgemaakt.

Foto ANP

De president van het Arnhemse gerechtshof heeft zich naar aanleiding van berichtgeving van Nieuwsuur kritisch uitgelaten over de handelswijze van de Belastingdienst in een tipgeverszaak. Volgens het tv-programma heeft de fiscus de identiteit van een tipgever die Luxemburgse bankgegevens van zwartspaarders doorspeelde, onrechtmatig achtergehouden.

Nieuwsuur zegt dat de Belastingdienst weigerde de identiteit van de informant te onthullen omdat het daartoe contractueel gebonden zou zijn. Maar in dat contract worden geen garanties op anonimiteit gegeven, zo blijkt uit het door het programma vrijgegeven document.

President Fred van der Winkel van het gerechtshof noemt het nieuws „als de gegevens juist zijn, zeer teleurstellend, en zelfs schokkend”. In een verklaring zegt het ministerie van Financiën dat de Belastingdienst „de verplichting is aangegaan om te zorgen dat de tipgever anoniem blijft”, maar dat er geen garanties zijn gegeven. Wel beloofde de fiscus zich te zullen inspannen om de identiteit van de informant geheim te houden.

Rechtszaken over deze kwestie vonden grotendeels achter gesloten deuren plaats, waardoor niet bekend is wat de Belastingdienst precies heeft aangevoerd. In 2014 schreef NRC over dezelfde zaak dat er een deal werd gesloten met de tipgever dat zijn anonimiteit „zo lang mogelijk” zou worden gewaarborgd, maar werden er geen garanties afgegeven.

Uit vertrouwelijke verhoren van ambtenaren van Financiën blijkt dat de man al die jaren uiterste inspanningsverplichting beloofd is om zijn identiteit te garanderen. Niet alleen omdat dat met hem zo is afgesproken in 2009, maar ook omdat hij risico loopt als zijn naam gaat circuleren.

Mocht Financiën door gerechtelijke uitspraken worden gedwongen worden zijn identiteit toch te onthullen, dan zou het ook de aanslagen en boetes voor die zwartspaarders laten vallen. Dan zou er ook geen zaak meer zijn en zou Financiën ook zijn naam niet hoeven te onthullen.

De zaak begon toen de Belastingdienst in 2009 een deal sloot met een informant. In ruil voor een lijst met Luxemburgse bankgegevens van zwartspaarders, waarmee inmiddels aan zeker zeventig zwartspaarders boetes en naheffingen konden worden opgelegd, werd hem een percentage van het door de fiscus binnengehaalde bedrag beloofd. Daarbij eiste de tipgever anonimiteit, maar die kon de Belastingdienst hem niet geven.

De meeste zwartspaarders accepteerden de naheffingen, maar enkelen begonnen een procedure tegen de rechtmatigheid van de lijst. Zonder de identiteit van de tipgever kon ook niet achterhaald worden of de informatie rechtmatig verkregen was, luidde hun redenering. Een reeks zaken volgde. De Belastingdienst weigerde steeds de identiteit van de tipgever prijs te geven.

In februari 2015 stelde een rechter dat ambtenaren zijn identiteit moesten onthullen. Zij weigerden omdat dit hen van hogerop was verboden. Daarop deed het gerechtshof aangifte bij het Openbaar Ministerie tegen het ministerie van Financiën wegens het illegaal instrueren van getuigen. Dat onderzoek loopt nog. Ook ging Financiën in cassatie bij de Hoge Raad, die in december oordeelde dat de tipgever van de FIOD geheim mag blijven.