In de buurt van Umar begrijpen ze Erdogan wel

Turken in Nederland Twee slagers in Bos en Lommer in Amsterdam zijn fan van Erdogan. De ene vindt Umars arrestatie terecht, de ander niet.

Fikret Beydogan (45), bij de slagerij Sera Beydogan in de Amsterdamse buurt Bos en Lommer. Foto Gino Kleissen

Zachtzinnig is het niet gegaan. De deurpost is verbrijzeld, er zitten dikke scheuren in het hout. Duidelijk: dit is geen geval van een geforceerd slot. Hier is iemand met brute kracht doorheen gebeukt. Een hangslotje houdt de boel nog enigszins bij elkaar.

Maandagochtend werd er ingebroken in de woning van columnist Ebru Umar in de Amsterdamse buurt Bos en Lommer, dagen na haar arrestatie in Turkije vanwege het sturen van beledigende tweets. Een ordinaire roof of een geval van intimidatie? Dat is nu de vraag. Op een muur binnen staat het woord ‘hoer’ geschreven.

Bij slagerij Beyaz Saray, even verderop, hebben ze wel zo’n vermoeden waarom.

„Lekker voor d’r!”

„Als je zo’n grote mond hebt, dan weet je wat er gebeurt!”

„Ze moet oppassen dat haar geen ergere dingen overkomen!”

Nee, Emre (21) en Uhud (18) hebben geen medelijden met haar: je kunt geen lelijke dingen over president Recep Tayyip Erdogan zeggen en verwachten dat mensen je gewoon met rust laten. „Ze wist precies dat dit ging gebeuren. Daar doet ze het om.”

Het is stervensdruk in de slagerij, de jongens moeten hard werken om iedereen van dienst te zijn, maar over Erdogan en Turkije willen ze zeker wel vertellen. „Ebru Umar kent het verschil niet tussen vrijheid van meningsuiting en belediging”, zegt Emre. „Dat zijn ze haar op het politiebureau in Turkije nu aan het uitleggen.”

Bij slagerij Beyaz Saray vinden klanten dat Ebru Umar alle Turken beledigt

‘Erdogan is een held’

Aanhangers zijn ze. Fan. Erdogan is een held. Emre: „Ik zal je vertellen waarom. Hier werken ze al twintig jaar aan de Noord-Zuidlijn. Erdogan, man, die doet dat in een paar maanden.” Een belediging van Erdogan is een belediging aan het adres van alle Turken. „Eigenlijk is die Ebru Umar gewoon geen Turk.”

Uhud: „Stel je voor dat wij Rutte een geitenneuker noemen, dan vind jij dat ook niet leuk.” Maar denken ze echt dat er even heftig op zou worden gereageerd als ze dat wel zouden doen? Dat mensen net zo woest zouden worden als zij nu zijn? „Misschien niet”, zegt Uhud. Zijn ogen lichten op.

„Turken zijn trotser op hun land dan Nederlanders op Nederland of Duitsers op Duitsland. Dat zit in het bloed, denk ik.”

Voorzichtig zijn

Bos en Lommer kent een grote Turkse gemeenschap. Je leest het af aan de winkelgevels. Een stukje verder zit nog een slagerij, Sera Beydogan. De eigenaar, Fikret Beydogan (45), is een man met een grijze baard en spottende pretogen. „Ebru? Ja, die ken ik wel.”

Twee slagers, slechts een paar honderd meter uit elkaar, maar hun blik op de situatie is een wereld van verschil. Natúúrijk moet iedereen kunnen zeggen wat die wil, vindt Beydogan. Dat Umar is opgepakt?

„Helemaal fout. Maar ze had wel wat voorzichtiger kunnen zijn.”

Hoe bedoelt hij dat? „Erdogans aanhangers zijn fanatiek, dat weet ze best.” Waar komt die vurige liefde vandaan, denkt hij? Beydogan is niet zo van de politiek, zegt hij, maar hij snapt ze wel. „Erdogan heeft Turkije zoveel rijkdom gebracht. Het gaat goed. Elke keer als ik er kom is het er weer mooier en beter.” De president wordt vereenzelvigd met de Turkse vooruitgang. Je hoort het in de formuleringen. De Turkse regering bouwt geen weg, nee, Erdogan bouwt een weg. „Vierbaans, zo breed, in mijn dorp, bij Kirsehir. En een ziekenhuis, zo modern heb je het in Nederland nog nooit gezien.”

Ja ja, iedereen moet alles kunnen zeggen, vindt Beydogan, óók over Erdogan. Maar zijn punt: „Denk wel even na waar en tegen wie.”

Een maand of drie geleden was Ebru Umar nog in zijn slagerij, vertelt hij. Ook toen was ze ook aan het afgeven op Erdogan, hardop. „‘Die Erdogan is een dief’ – dat soort dingen. Ik zag het al misgaan. Mensen werden boos. Ik zeg: rustig, rustig.” Hij legt zijn vinger tegen zijn lippen. „Sssst. Mijn winkel is geen plek voor ruzie.”

Hij wijst op zijn tong.

„We hebben in Turkije een gezegde: je tong kan je koning maken, maar als je ’m verkeerd gebruikt dan kun je ook… Wat is het woord? Onder de grond.”

Dood? Hij grijnst. „Dood, ja.”

Lees ook: de column van Ebru Umar (van vandaag, 26 april) in Metro.
In een eerdere versie van dit artikel stond dat de man op de foto bovenaan een werknemer was van Beyaz Saray. Dit is echter onjuist. De man werkt bij Sera Beydogan.