‘Ik word heel erg moe van deze manier van werken’

Interview Erik van Heijningen ziet als vicevoorzitter wat er mis is bij de Europese zwembond. Hij stapt nu naar voren om de leiding over te nemen. „Toen ik er begon, moest ik vooral niet zoveel vragen.”

Zwembestuurder Erik van Heijningen in het water van de Dordrechtse haven. Foto Robin Utrecht

Geen spoortje terughoudendheid, als Erik van Heijningen tot de kern van zijn betoog komt: de gemiddelde Nederlandse sportvereniging wordt beter bestuurd dan de Europese zwembond (LEN). Geërgerd zag hij ze de afgelopen tien jaar aan zich voorbijtrekken, de tenenkrommende vergaderingen. „We zijn al tien jaar bezig met positiespel, amper inhoud.”

Hij wil de hamer overnemen

Vage afspraken, geslotenheid, altijd een geur van nepotisme en vriendjespolitiek. Hij betrachtte veel geduld, zegt hij. Maar nu is het genoeg: op 8 mei, voor de EK zwemmen in Londen, wil Van Heijningen (54) de hamer overnemen van de Italiaanse voorzitter Paolo Barelli.

Wat hij meemaakte als vicevoorzitter van de LEN past in het beeld dat de gemiddelde burger heeft van de internationale sportfederaties, waarvan de FIFA (voetbal) en de IAAF (atletiek) het meest in opspraak zijn. „Deze organisaties hebben weinig bewustzijn over het imago. Geen gevoel voor openheid, eerlijkheid, kritisch zijn. Die cultuur ligt er als een grauwe deken overheen. Toen ik tien jaar geleden begon bij de LEN, kreeg ik al na de tweede vergadering te horen dat ik niet zoveel vragen moest stellen. Gelukkig gaat dat bij de FINA [de internationale zwembond, red.] een stuk beter”, zegt Van Heijningen over de wereldzwembond, waar hij ook in het bestuur zit.


Collega’s van de oude stempel

Hij kan ze zo uittekenen, de collega’s van de oude stempel. „Mensen die hun plek een eer vinden. Gratis kaartjes voor de grote toernooien, gratis vervoer, slapen in vijfsterrenhotels. Ze zijn iemand.” Hij loopt er al jaren in rond, doet mee – met het doel te veranderen. En ondanks het sombere beeld ziet hij in het zwemmen wel degelijk een kanteling. „Je hebt mensen die normaal zijn, maar die geen mogelijkheid zien om die cultuur te veranderen. Murw geslagen omdat niemand luistert. Maar het merendeel van de mensen wil gewoon aan de slag.”

Zwemmen in water van 9 graden

Van Heijningen is professioneel bestuurder met een schat aan ervaring. Sinds 2014 is hij lid van de staatsraad bij de Raad van State. Maar hij is ook zwemliefhebber pur sang, en al jaren voorzitter van nationale zwembond KNZB. Zelf duikt hij het liefst elke ochtend in een buitenbad of in het koude, donkere water van de haven van Dordrecht, met een groepje zwemvrienden. Eén kilometer zwemmen tussen de schepen om wakker te worden voordat hij naar de Raad van State gaat. „Maar onder de 14 graden trek ik een pak aan. En als we klaar zijn, springen we nog even zonder pak het water in. Onze saunadip. Het koudste water waarin we zwommen was 9 graden.”

Van Heijningen zweert bij dat ochtendritueel in de vorstvrije maanden. „Door de sport kan ik alles relativeren en blijf ik rustig. Want je kunt hier ook helemaal gek van worden. Dat je een keer iemand op zijn neus slaat.”

Beslissingen zonder overleg

‘Hier’ – dat is vooral de LEN, waar Paolo Barelli (61) de scepter zwaait. Oud-olympisch zwemmer, ondernemer en senator namens Silvio Berlusconi’s partij Forza Italia. „Een bestuurder van de oude school”, zegt Van Heijningen. „Hij neemt eigenmachtig beslissingen, deelt geen informatie. Aan de meest elementaire eisen van bestuur wordt niet voldaan.”

Door de sport kan ik alles relativeren en blijf ik rustig. Je kunt ook helemaal gek worden

Zo verhoogde de LEN volgens Van Heijningen het prijzengeld voor zwemtoernooien dit seizoen met een miljoen euro, zonder dat er ook maar één keer over is gesproken in het bestuur. „Dat is drie keer zoveel als we hiervoor uitgaven. Dat kun je niet zomaar zelf beslissen. Barelli zette mij zelfs voor lul in een vergadering door te zeggen dat het wél besproken was. Dat vind ik respectloos.”

Stoppen of zelf naar voren stappen

Ook andere zaken blijven vaag en onbesproken, of worden weggemoffeld. De aanhoudende kritiek op de ondoorzichtige aanstelling van scheidsrechters in het waterpolo, en de soms zeer opzichtige bevoordeling van Italiaanse ploegen door arbiters die zich terdege beseffen dat Italië bestuurlijk de dienst uitmaakt in deze sport. Of de toewijzing van het congres dat op 8 mei een nieuwe LEN-voorzitter moet worden aangesteld. Aanvankelijk werd dat zonder discussie aan Rome gegeven. Dankzij actief lobbyen van Van Heijningen verhuisde het congres alsnog naar neutraal terrein, naar Londen. „Ik word heel erg moe van deze manier van werken. Dus ik moet óf stoppen bij de LEN, óf zelf naar voren stappen.”

Zulke zaken zijn in veel internationale bonden schering en inslag, weet Van Heijningen. „Als je niet transparant bent, komt het vraagstuk van corruptie om de hoek kijken, al heb ik daar in de LEN geen aanwijzingen voor. Maar als vicevoorzitter kan ik ook niet het tegendeel bewijzen. Dat zou ik graag doen, maar procedures zijn er helemaal niet bij de LEN.”

Geen dopingcomplot

Alsof er niet genoeg te doen valt. De bestrijding van doping bijvoorbeeld. En matchfixing. „Die twee zaken zijn killing voor de sport”, zegt Van Heijningen. Enkele maanden voor de Spelen in Rio is doping opnieuw een zeer actueel onderwerp, met name door de meldoniumzaken in Rusland.

In het zwemmen werd wereldkampioene Joelia Efimova erop betrapt. Toch lijkt er geen sprake van een Russisch complot, denkt Van Heijningen, die tussen 2009 en 2013 voorzitter was van het dopingpanel van de FINA. „Het getuigt niet van een doortrapt systeem als je na 1 januari met zijn allen gepakt wordt op meldonium. Dan heb je gewoon niet opgelet. Je bent geneigd te kijken naar wat er in de Russische atletiek is gebeurd. Maar de Russische zwembond is een moderne organisatie. Het is alleen een waanzinnig groot land waar het moeilijk is alles in de gaten te houden. Die meldoniumzaak lijkt eerder op slordigheid. Bovendien is de discussie met [wereldantidopingagentschap] WADA gaande over de vraag welke sporters met het oog op de invoerdatum van 1 januari strafbaar moeten worden geacht.”

Hij is meer geïnteresseerd in een andere doelgroep. „Sporters die moedwillig en gestructureerd, als criminele organisaties, doping gebruiken en middelen ontwikkelen, een grote voorsprong nemen en dat geheim weten te houden. Dat zijn degenen die de sport vernielen. Niet die enkeling die een keer een domme fout heeft gemaakt.”

Er moeten een kliklijn komen

Het antidopingbeleid in het zwemmen is volgens Van Heijningen „redelijk georganiseerd”. De FINA is bezig met een omslag in de controles. Waar vroeger werd geprobeerd zo veel mogelijk zwemmers te controleren, wordt nu gerichter gecontroleerd. „De sporters die echt kwaad willen, weten wanneer ze doping moeten gebruiken. Stel dat je besluit iedereen die meedoet aan een toernooi te controleren. Succes ermee, dan vind je niks. Ben je dan een schone sport? Als er doping wordt gebruikt, is dat voor 90 procent buiten competitie, schat ik. FINA kijkt nu naar het tijdstip waarop bepaalde soorten doping moeten worden gebruikt. Het probleem is dat we daar weinig over kunnen zeggen. Controles moeten onaangekondigd plaatsvinden.”

Hij zou graag zien dat er een speciale kliklijn kwam. „Ik ben groot voorstander van een anonieme kliklijn. Je hebt altijd sporters met spijt, mensen met afgunst. Dat is ook een oplossing om matchfixing op te sporen. Mag best dezelfde lijn zijn. Toets 1 voor doping, toets 2 voor matchfixing. Gelukkig heb ik geen aanwijzingen dat matchfixing voorkomt in het zwemmen, maar ik ben ook niet naïef.”