Fabelachtige grapjes over aardappels

Terwijl de zaal bijkomt van de eerste grap, gooit Ronald Goedemondt de volgende drie er al achteraan. De tirade van herkenbaarheid geeft zijn taalgevoeligheid mooi weer.

Door Henk van Gelder

Cabaretier Ronald Goedemondt tijdens zijn voorstelling ‘Geen sprake van’ in de Rijswijkse Schouwburg.Foto Bob Bronshoff

Een stoel, een lessenaar, een glas water en een microfoon – meer heeft Ronald Goedemondt niet nodig voor het maken van een onbedaarlijk grappig programma. Geen sprake van is zijn zesde in dertien jaar. Als comedian is hij in die jaren niet wezenlijk veranderd.

Hij levert buikpijnverwekkend vermaak op hoog niveau, met een wirwar van onvoorspelbare wendingen die met grenzeloze gekte naar de volgende grap toe werken. En als die grap eenmaal feilloos is gelanceerd, stapelt hij er bij voorkeur nog een paar bovenop. Tot er na ruim anderhalf uur een route is afgelegd die haar weerga niet kent.

Veelal gewapend met goed gespeelde verontwaardiging en een onafzienbaar assortiment aan buitenissige hyperbolen, gaat hij een wereld te lijf die soms herkenbaar is – maar vaak eigenhandig verzonnen. Het maakt niet uit; in beide gevallen weet hij zijn publiek mee te nemen in de positie van de buitenstaander die zich voortdurend opwindt. Over het feit dat schoenen op de bowlingbaan niet tweedehands zijn maar duizendhands. Over dikke mensen die altijd in verkleinwoordjes over vette snacks praten. En over aardappelschijfjes die de gewoonte hebben aan elkaar te blijven plakken. Om maar een paar van de door hem gedebiteerde ergernissen te noemen.

Bovendien weet Goedemondt zulke conferences zodanig te monteren dat hij de schijn van één aaneengesloten tirade opwekt waarin telkens met logische lijntjes naar het volgende onderwerp wordt toegewerkt. Terwijl hij in werkelijkheid scherpe bochten maakt – even een ultrakorte stilte en daarna weer door. Via zo’n verbindingszinnetje als: „Ik stond laatst af te dingen in de Action”. Of: „Ik heb laatst m’n horoscoop laten trekken. En nou ben ik ervan af.”

Elastisch gezicht

Het is riskant zulke zinsneden te citeren, want er gaat veel verloren als ze worden weggehaald uit de context van een theater waar de hilariteit tot grote hoogte is gestegen.

Men moet het hem horen zeggen, met zijn elastische gezicht boven een t-shirt waarop – om onopgehelderde redenen – zijn geboortejaar 1975 staat.

Of Ronald Goedemondt onder al die grappen ook enige diepte verbergt, valt te betwijfelen. Hij is geen Hans Teeuwen of Theo Maassen, bij wie geregeld enig satirisch gevaar door de komische oppervlakte schemert. Maar anderzijds zou het hoogst onheus zijn hem af te schilderen als een lollige lawaaimaker met een rijkelijk gevuld moppenboekje.

In plaats daarvan is Goedemondt een taalgevoelig cabaretier met een fabelachtige techniek, die het hem ook mogelijk maakt de zaal volledig te beteugelen. Hij kan als geen ander door de lach heen praten als de zaal nog even luidkeels wil blijven genieten, terwijl hij allang weer verder wenst te gaan met zijn doorrazende relaas.

Dat er dan, op het snijvlak van publieksreacties en conferenciersambitie, weleens een grap verloren gaat, is geen enkel bezwaar. Hij heeft er nog meer dan genoeg in petto.