Een niet zo heel originele gitaargod

Een 25-jarige gitaargod uit Chicago die zijn solodebuut volspeelt met strofzuigerrock en nonchalant melodieuze vocalen, en die vervolgens New Misery noemt – dat lijkt niet erg geloofwaardig. Inderdaad is het nieuwe album van Cullen Omori nauwelijks neerslachtig te noemen. De voormalige voorman van de inmiddels opgeheven band Smith Westerns (destijds bestaand uit tieners) heeft de al te gladde rock waar Smith Westerns op het laatst naar neigde, vervangen door prikkelende liedjes. De gitaarstormen worden aangelengd met heldere synthesizerdeuntjes terwijl Omori zijn verlangende jongensstem drapeert over romantische bespiegelingen. Het geluid is niet origineel; Omori speelt een vriendelijke variant op het suizende Beach House, of, nog eerder, My Bloody Valentine. Maar hij schreef een aantal meeslepende melodieën, zoals ‘Cinnamon’, ‘Hey Girl’ en ‘No Big Deal’, waarbij smachtend publiek en springende festivalweides niet moeilijk voor te stellen zijn.