Een eigen index voor brede welvaart is vrijwel overbodig

Geld alleen maakt niet gelukkig. Welvaart laat zich niet enkel aflezen aan het niveau en de ontwikkeling van het bruto binnenland product (bbp). Daarom stelt de tijdelijke Kamercommissie ‘Breed Welvaartsbegrip’ voor om het Centraal Bureau voor de Statistiek jaarlijks een ‘monitor brede welvaart’ te laten opstellen. Zo kan beter worden bijgehouden hoe het met de burger gaat, en wordt verder gekeken dan de productie en consumptie op nationale schaal.

Onderwijs, inkomensverdeling, het milieu en tal van andere factoren zijn van invloed op de kwaliteit van het bestaan. Als die regelmatig en gestructureerd worden gemeten en bijgehouden, dan verschaft dat politici en beleidsmakers een beter inzicht in het nationale humeur. Dat dit humeur de laatste jaren wisselvallig en onvoorspelbaar bleek, zal hebben meegespeeld.

Vandaar de voorgestelde ‘monitor brede welvaart’ als een, in de woorden van de commissie, „gezaghebbend instrument om de informatie over de brede welvaart duidelijk, actueel en kernachtig te presenteren”.

Zo’n instrument bestaat volgens de Kamercommissie nog niet, omdat andere landen en internationale organisaties op eigen houtje bezig zijn. Vandaar de behoefte aan een eigen monitor die een vergelijking over langere tijd en met andere landen mogelijk moet maken.

Dat is een prima plan. Zo goed zelfs, dat het al lang is uitgevoerd. De Better Life Index van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bestaat al vijf jaar, meet alle indicatoren die de commissie graag gemeten zou willen hebben en doet dat voor alle industrielanden die bij de OESO zijn aangesloten.

Wie wil weten hoe Nederland er voor staat en eenvoudig wil vergelijken met andere landen, kan dat doodsimpel doen op de website van de OESO zelf. De commissie weet dat ook. De index van de OESO ‘spreekt haar aan’, zo schrijft zij in haar rapport. Sterker nog: de index kan „als goede basis dienen voor de presentatie” van een Nederlandse monitor.

De vraag dringt zich nu op waarom dan een heel eigen, Nederlands, instrument moet worden opgetuigd. De OESO is er juist voor dit soort zaken. Er wordt al veel gebruikt gemaakt van de vergelijkende onderwijsmetingen van deze organisatie. De OESO bekwaamt zich juist in vergelijkend en gestandaardiseerd onderzoek, opdat politici thuis niet kunnen zeggen dat de conclusies niet gelden omdat het bij ons allemaal nét iets anders gaat. Zoals het op eigen houtje beginnen van een index.