De dokter klust bij voor de farmaceut. Kan gevaarlijk zijn

Medicijnboeren gaven in 2015 36 procent meer uit aan sponsoring van artsen dan in 2014, zo bleek maandag. Mag dat allemaal zo maar?

Foto iStock, bewerking NRC

De dokter geeft een lezing voor de medicijnboer. Doet onderzoek naar medicijnen, zit in een adviesraad of verzorgt een nascholing. Voor meer dan vijftig miljoen euro sponsorde de farmaceutische industrie vorig jaar artsen, bleek maandag uit de nieuwste cijfers van het Transparantieregister Zorg. Zijn zulke banden gevaarlijk? Vier vragen.

1 Hoe schokkend zijn deze bedragen?

51,6 miljoen euro is meer dan ooit. Het betekende een stijging van 36 procent ten opzichte van 2014. 89 bedrijven betaalden. Daarvan profiteerden 3.814 artsen, zij kregen samen 8,6 miljoen euro. De rest van het geld ging naar patiëntenverenigingen en zorginstellingen. Hoge cijfers, ontegenzeggelijk. Nederland is daarentegen het enige land ter wereld met een transparantieregister. Dat wordt steeds bekender, én steeds meer ‘relaties’ moeten worden gemeld: de onkostenvergoeding die voor lezingen betaald wordt hoefde bijvoorbeeld nooit eerder bekendgemaakt te worden. Dat betekent dat de bedragen logischerwijs stijgen. Nieuw is het ook niet dat artsen klussen voor de medicijnindustrie. Trouw-journalist Joop Bouma schreef tien jaar geleden al het boek Slikken over. Daarin legt hij bloot hoe medicijnfabrikanten proberen artsen te fêteren om ervoor te zorgen dat zij hun merk medicatie gaan voorschrijven. Wanneer het Transparantieregister Zorg nieuwe cijfers bekendmaakt, is dat ieder jaar weer in het nieuws. In totaal krijgt ruim vijf procent van alle artsen geld van de medicijnindustrie.

2 Is het erg als artsen bijklussen voor farmaceuten?

Het kán erg zijn, als het ertoe leidt dat artsen of patiëntenverenigingen zich laten beïnvloeden door de medicijnindustrie. Stel dat een dokter een lezing geeft voor een farmaceutisch bedrijf, en daarvoor een wel heel vorstelijke beloning krijgt – is de kans dan groter dat hij de volgende keer de medicatie van dát bedrijf voorschrijft aan zijn patiënten? Of: zal een patiëntenvereniging waarschuwen voor een medicijn dat niet goed werkt als die vereniging financieel wordt geholpen door de fabrikant? Het probleem: wie geld aanneemt, komt terecht in een grijs gebied en is kwetsbaar. We zouden pas écht weten of er iets mis is, als de betalingen aan artsen en patiëntenverenigingen vergeleken zouden worden met hun voorschrijfgedrag of de invloed die de belangenclubs uitoefenen bij het opstellen van beroepsnormen. Maar juist die cruciale informatie wordt door niemand bijgehouden. Een arts of patiëntenvertegenwoordiger die opvallend veel geld krijgt van medicijnfabrikanten heeft dus alleen de schijn tegen.

3 Kan dat bijklussen dan niet verboden worden?

Heel moeilijk, want dit verhaal heeft ook een andere kant. Artsenorganisaties en medicijnfabrikanten verweren zich tegen het beeld dat medici worden beïnvloed om hun voorschrijfgedrag te veranderen, zodat de farmaceuten meer winst kunnen maken. Het hóéft niet erg te zijn als artsen betaald worden door medicijnboeren, stellen de Federatie Medisch Specialisten, artsenfederatie KNMG en Nefarma, dat farmaceutische bedrijven vertegenwoordigt.

Een KNMG-woordvoerder: „Het zijn samenwerkingen die nodig zijn voor een uitwisseling van kennis en kunde en leiden tot een betere zorgverlening.”

De voorlichter van de Federatie Medisch Specialisten: „Sterker nog, artsen of ziekenhuizen móéten soms wel samenwerken met de medicijnindustrie. Hoe moet nieuwe medicatie anders in de praktijk worden getest? Zulk onderzoek kost geld, en dat betaalt de medicijnfabrikant vaak. Het geld wordt niet voor niets betaald.”

En Nefarma, in een reactie: „Zulke samenwerking draagt bij aan de ontwikkeling van nieuwere en betere geneesmiddelen, en de juiste toepassing ervan bij patiënten.”

4 Wat staat er niet in het register?

Nogal veel potentieel gevoelige informatie. Financiering van medisch onderzoek door farmaceuten ontbreekt bijvoorbeeld. Zo komt het voor dat farmaceuten in een bv deelnemen met bijvoorbeeld een ziekenhuis of universiteit om onderzoek naar medicatie te financieren. Dit zijn substantiële samenwerkingen: onvindbaar in het register.

Handelsrelaties tussen apothekers en dierenartsen met een farmaceut over de inkoop van medische hulpmiddelen bijvoorbeeld: staan ook niet in het register. Bedrijven die monsters sturen van een geneesmiddel of zelfs proefpakketten van medische hulpmiddelen (pacemaker, kunstknie) naar ziekenhuizen en artsen zenden – hoeven ook niet geregistreerd.
Buiten die ontbrekende informatie blijft er één belangrijk probleem: een patiënt kan weliswaar opzoeken of zijn dokter een lezing heeft gehouden voor een farmaceut, maar die patiënt kan nooit weten in welke mate dat zijn arts beïnvloedt.