‘Wenen’ is les voor heel Europa

Presidentsverkiezingen Oostenrijk De extreemrechtse kandidaat van de FPÖ wint de eerste ronde. Het politieke midden verdampt en Le Pen en Wilders juichen.

Norbert Hofer van de extreemrechtse FPÖ: „We weten nu dat het oude systeem ten einde is, en dat er plaats is voor iets nieuws.” Foto Reuters / Heinz-Peter Bader

‘Lieve vrienden, wij hebben een afspraak met de geschiedenis”, zei Norbert Hofer, toen hij zondagavond hoorde dat hij als kandidaat van de extreemrechtse FPÖ de eerste ronde van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen ruim gewonnen had. „We weten nu dat het oude systeem ten einde is, en dat er plaats is voor iets nieuws.”

Om deze vaststelling kan in Oostenrijk niemand meer heen. De 45-jarige partij-ideoloog Hofer, die vorig jaar met enige tegenzin aan zijn presidentiële avontuur begon omdat hij dacht dat hij te jong was voor deze functie, klopte de andere vijf, veel oudere kandidaten met een voorsprong die niemand had voorzien: ruim 36,4 procent van de stemmen.

Nummer twee, de voormalige leider van de Groenen Alexander Van der Bellen, een grootvaderlijke man die als onafhankelijk kandidaat meedeed, haalde 20,4 procent. Dat was veel minder dan verwacht. Nummer drie was een partijloze voormalige rechter.

En toen pas, op enorme afstand, volgden de socialist en de conservatief van de regeringspartijen, die beide 11,2 procent van de stemmen kregen. In de verpletterende nederlaag van deze twee school de ware portee van deze verkiezingen: de macht van de coalitie van socialisten en conservatieven, die Oostenrijk al sinds de Tweede Wereldoorlog heeft geregeerd, is compleet gebroken.

Einde tweede republiek

Terwijl Norbert Hofer gisteravond felicitaties in ontvangst nam van Marine Le Pen, leider van het Franse Front National („Bravo, Oostenrijkse volk!”) en PVV-leider Geert Wilders („Fantastisch!”), begon binnen de regeringscoalitie het soul-searchen. Bondskanselier Werner Faymann, een socialist, sprak van een „klare boodschap dat wij binnen de regering de samenwerking moeten verbeteren”. De leider van de conservatieven had het over een „relaunch van ons werk”.

Maar iedereen weet dat deze rood-zwarte regering haar meerderheid kwijt is en dat er weinig te relaunchen valt. De zogeheten ‘tweede republiek’ is voorbij – die van het naoorlogse Oostenrijk waarin links en rechts, rood en zwart, na teveel bloedvergieten besloten om voortaan alles bij consensus te doen.

In de loop van zo’n zeventig jaar heeft deze consensus het land voorspoed en stabiliteit gebracht. Maar rood-zwart zag haar meerderheid eroderen. De laatste keer, in september 2013, oogstte ze nog 50,8 procent. Als er nu parlementsverkiezingen worden gehouden, zou ze ver onder de 50 procent zakken. Oostenrijkers hebben genoeg van een sclerotisch systeem waarbij twee partijen alles onderling bedisselen en baantjes evenredig verdelen.

De verkiezingen gisteren gingen ‘maar’ over de grotendeels ceremoniële functie van president. Maar juist dat stelde de kiezers in staat hun hart te volgen en het establishment een draai om de oren te geven.

Deze context is Oostenrijks. Tegelijkertijd passen de resultaten van gisteren naadloos in een Europese, zelfs internationale trend. Ook in de VS en diverse Europese landen verdampt het politieke midden.

De flanken, eens (wederzijds) als ‘extreem’ beschouwd, nemen het politieke gevecht over. De twee politici die gisteren in Oostenrijk het best scoorden, zijn iemand van extreem-rechts, die een hek om het land wil en een ultranationalistisch discours houdt, en een Groene die juist staat voor Europese waarden en voor openheid. Deze twee gaan het op 22 mei in de beslissende tweede ronde tegen elkaar opnemen.

Bang en boos

Wie wint, hangt mede af van de vraag of niet-FPÖ-stemmers een brede coalitie vormen om Van der Bellen te steunen en Hofer te blokkeren. Daar valt geen gif op in te nemen. De economische crisis, de vluchtelingenproblematiek en de Russische dreiging (hier vlakbij) maken Oostenrijkers bang.

Het gestuntel en de corruptie van successievelijke coalitieregeringen versterkt veler indruk dat niemand greep heeft op radicale ontwikkelingen in een steeds bozere wereld. Zo is hier maar 4 procent vóór TTIP, het trans-Atlantische handelsakkoord waarover de Europese Unie en de VS onderhandelen. Hofer kreeg veel stemmen van jongeren. Dit zijn allemaal variaties op Europese thema’s. Daarom is de uitslag van gisteren een les voor heel Europa.