Boeken

We schreeuwen meer dan dat we luisteren. Daarom is literatuur noodzakelijker dan ooit

Bij de inontvangstneming van de E. du Perronprijs benadrukte Ilja Leonard Pfeijffer dat schrijvers ook iets te zeggen hebben over onze maatschappij en thema’s als migratie: “Juist in een maatschappelijk klimaat waarin meer wordt geschreeuwd dan geluisterd en meningen nog gretiger aftrek vinden dan rotte vis, is het zachte, twijfelende, meerstemmige geluid van de literatuur noodzakelijker dan ooit.”

Dichter Ilja Leonard Pfeijffer in 2015 tijdens de presentatie van de Poezieweek in het gebouw van de Openbare Bibliotheek Amsterdam. . ANP KOEN VAN WEEL

Het is voor mij een grote eer om de E. du Perronprijs in ontvangst te mogen nemen die mij is toegekend voor mijn dichtbundel Idyllen, mijn bundeling van teksten over migranten en migratie onder de titel Gelukszoekers en mijn wekelijkse columns in nrc.next. Ik dank de jury, de Gemeente Tilburg en de Tilburg School of Humanities. Daarnaast hecht ik eraan te benadrukken dat het een speciaal genoegen voor mij is om deze mooie en prestigieuze prijs in Tilburg uitgereikt te krijgen, de stad waar ik in 2014 te gast was als writer in residence en waarmee ik in die korte maar zeer memorabele periode, ondanks of dankzij mijn destijds nogal beperkte actieradius tussen Weemoed en de Nacht, een zeer speciale band heb opgebouwd. Het is goed om hier weer terug te zijn.

Bij de zeldzame gelegenheden dat je als schrijver een prijs krijgt toegekend voor je werk, is het in de regel je vakmanschap dat wordt bekroond. De jury’s beoordelen normaal gesproken niet zo zeer wát je zegt, maar hóe je het zegt. De erkenning geldt stijl, compositie en de effectiviteit en zeggingskracht van literaire procédés. Je krijgt de prijs niet voor het verhaaltje, de boodschap of de onderwerpskeuze. In het geval van zo’n literaire prijs is dat volkomen terecht. Het zou raar zijn als dat anders was. En ook in het algemeen zou ik altijd volhouden dat het de eerste en voornaamste taak van een schrijver is om goed te schrijven. Datgene wat je te zeggen hebt, wordt niet gehoord als je niet in staat bent om het goed te zeggen.

Maar dat neemt niet weg dat je wel wat te zeggen moet hebben en dat aspect raakt nogal eens ondergesneeuwd in literaire kringen. Precies daarom is de E. du Perronprijs van grote waarde en beschouw ik de toekenning ervan als een bijzondere bekroning, omdat het een prijs is die wordt uitgereikt voor de bijdrage aan het maatschappelijk debat. Persoonlijk heb ik over de waardering van mijn stijl en ambachtelijkheid niet zo heel veel te klagen. Ik ben al zo vaak virtuoos genoemd dat ik het als een belediging ben gaan opvatten. Ik ben een geëngageerd schrijver die verdomme iets te zeggen heeft over de wereld waarin we leven. Ik ben opgelucht en dankbaar dat dat vandaag eindelijk wordt erkend.

Betrokkenheid

Er is veel debat over de vraag of het goed voor een schrijver is om geëngageerd te zijn. Ik vind dat de verkeerde vraag. Het gaat er niet om of je als schrijver je voordeel kunt doen met betrokkenheid bij de maatschappij, maar dat de maatschappij haar voordeel kan doen met de betrokkenheid van schrijvers. Natuurlijk mag je als schrijver doen wat je wilt en mag je je desnoods, geheel losgezongen van je tijdsgewricht, terugtrekken in je fantasiewereld en in variaties op pastiches van parodieën op eerdere Spielereien in de wereldliteratuur als je dat wilt. Dat is je goed recht. Dat is helemaal het punt niet. Waar het om gaat, is dat de maatschappij zichzelf te kort doet als zij de stemmen van haar schrijvers negeert. De schrijvers kunnen best zonder het maatschappelijke debat, maar het maatschappelijke debat kan niet zonder de schrijvers. Het zou zowel de maatschappij als de schrijvers sieren als ze zich daar nog meer bewust van zouden zijn. En de E. du Perronprijs draagt zeker bij aan dat bewustzijn.

Juist in een maatschappelijk klimaat waarin meer wordt geschreeuwd dan geluisterd en meningen nog gretiger aftrek vinden dan rotte vis, is het zachte, twijfelende, meerstemmige geluid van de literatuur noodzakelijker dan ooit. Wat literatuur vermag, is meningen verhelpen. Zij kan de meerduidigheid en de complexiteit laten zien van problemen die we tevergeefs trachten op te lossen met goedkope slogans. In een wereld waarin alleen maar wordt gesteggeld over aantallen, kan zij de verhalen vertellen en van de getallen weer mensen maken. Dit alles lijkt mij buitengewoon nodig.

De bundel Gelukszoekers, veel van de gedichten in Idyllen en veel van mijn columns gaan over het thema van migratie. Het is een thema waarvoor ik mij persoonlijk ben gaan interesseren sinds ik in Italië woon, waar het al vele jaren veel zichtbaarder is dan in deze moerasdelta in een verre uithoek van Europa waar we nog steeds de illusie koesteren dat we problemen kunnen oplossen door ze te negeren en door de ogen, deuren en grenzen te sluiten. De massale migratie naar Europa is zonder enige twijfel de grootste geopolitieke ontwikkeling van dit moment. De toekomst van ons continent hangt ervan af of we in staat zullen zijn om de migranten die Europa als nieuw thuis hebben gekozen op te vangen en om ons voordeel te doen met hen die we nu als een bedreiging zien. Want we zullen hen niet tegenhouden, ook al is dat ons officiële beleid. Ze zullen blijven komen. De weersvoorspellingen voor de komende weken zijn goed.

Empathie

Intussen loopt ons maatschappelijke en politieke debat over deze kwestie hopeloos vast op een volslagen irrelevant dwaalspoor waar we elkaar om de oren slaan met onwrikbare standpunten en tuitende meningen over aantallen en condities die we al dan niet onder strikte voorwaarden binnen onze of liever binnen elkaars grenzen al dan niet tijdelijk toelaten. In dit debat is er geen behoefte aan nog een mening. Er zijn al te veel meningen en het is het verkeerde debat. Er is een radicale omslag nodig in het denken. En dat begint met luisteren naar de verhalen van de mensen over wie het gaat en met empathie voor hun beweegredenen. Laat dat nou bij uitstek het domein zijn van de literatuur. Wat nodig is, is het besef dat de realiteit heel veel complexer is dan welke mening of eenzijdige beleidsmaatregel dan ook. Besef van complexiteit is het geweten van de literatuur.

Omdat ik naar Italië ben verhuisd, vragen mensen mij vaak of ik nu meer Italiaan ben geworden. Dat is zeker waar en dat is heel goed voor mij. Bovendien ben ik, doordat ik in Italië woon, minder Nederlander geworden. Ook dat is heel goed voor mij. Dat kan ik iedereen aanraden. Maar vooral ben ik heel erg Europeaan geworden. Ik besef terdege dat het een beetje uit de mode is, maar ik geloof hartstochtelijk in Europa, de Europese gedachte, de Europese Unie en ons dappere, logge, tergend moeizame proces van politieke eenwording. Het volstaat om je even een kort moment te begeven buiten de kortzichtigheid van de mistige moerasdelta om in te zien dat een ever closer union de enige realistische optie is. Juist als we het hebben over geopolitieke verschuivingen zoals de massale migratie, is het volslagen duidelijk dat er op het niveau van afzonderlijke natiestaten geen enkel zinnig beleid te voeren is. Elke poging daartoe, elk hek langs de grens, elk nieuw verrezen douanehuisje met slagboom, elk prikkeldraad en elke muur is een ontkenning van onze geschiedenis en een litteken op onze ziel. De literatuur weet dit alles al eeuwen. Zij is sinds haar geboorte Europees geweest. Zij spreekt al sinds haar kindertijd in de honderden tongen van ons continent.

Voorbeeld

Ik denk dat Italië in het klein een voorbeeld zou kunnen zijn voor Europa in het groot. Als politieke eenheid is Italië een jong land. En de Italiaanse realiteit laat zien dat het mogelijk is om op de basis van een lappendeken van talloze verschillende eeuwenoude staten en staatjes een eenheid te scheppen met gedeelde waarden en een gedeelde solidariteit, maar met behoud van de enorme culturele diversiteit die haar rijkdom is.

Wat E. Du Perron ons leert als schrijver is dat het volslagen onnodig is en onwenselijk om zich te laten beperken door de grenzen van het land van herkomst of welke andere grenzen dan ook. In deze tijd waarin we de neiging hebben om onze oude grenzen weer te sluiten vanwege vermeende dreigingen van buitenaf en argwaan jegens elkaar, is dat een belangrijke les. Als grenzeloos schrijver zou ik graag de grenzeloosheid van de literatuur willen inzetten om onmodieus te zijn in openheid en tegendraads in mijn optimistische vertrouwen van de ander.

Volgens het persbericht word ik vandaag geëerd ‘als de gestalte van Europese intellectuele verantwoordelijkheid, als oproeper van tegenspraak, als Du Perronist.’ Ik beschouw deze kwalificaties als een aanmoediging en als een grote verantwoordelijkheid voor de toekomst.