‘Turken klikken zonder gêne’

Aanhouding columnist Ebru Umar werd aangehouden nadat ze de Turkse president Erdogan online beschimpte. Elkaar aangeven bij de autoriteiten wordt in Turkije toegejuicht. Zelfs binnen een huwelijk gebeurt het.

De Turkse president Erdogan. Martijn Beekman/ANP

‘Deze scheldende spion scheldt op onze president’, meldt Mahmut Atar, een aanhanger van de Turkse regeringspartij AKP op zaterdagavond om 20.17. Hij wijst de chef van het kabinet van president Erdogan op teksten van Ebru Umar. ‘@hasandogan Doe alsjeblieft wat nodig is.’

Zo’n aanwijzing van wat Umar een ‘klikturk’ zou noemen is vaak genoeg voor het openen van een digitale aanval. Daar hebben fanatieke AKP-ers geen oproep van een Turks consulaat voor nodig.

De veldslagen waarbij voor- en tegenstanders van de islamistische AKP-regering online op elkaar inhakken zijn zo wijdverbreid en systematisch dat een patroon te onderscheiden is.

Stap 1. Iemand met banden met de regeringspartij, soms een betaalde ‘AKP-troll’ wijst andere twitteraars op lasterlijke uitlatingen. Stap 2. Andere trollen openen de aanval. Dat gaat gepaard met digitale scheldpartijen. En met tegenaanvallen door de Turkse oppositie op internet. Maar steeds vaker – stap 3 – ook met een telefoontje naar de politie. Of een mailtje naar het directoraat voor veiligheidszaken, dat ook een loket heeft voor cybercrime.

Foto AFP

Ebru Umar vlak na haar vrijlating. Foto AFP

Cem (24) zegt zaterdag het eerste te hebben gedaan. Hij komt uit de Turkse stad Gaziantep en woont in Berlijn (zie chatinterview hiernaast). Uitlatingen van Umar vindt hij ‘hate speech’.

In Nederland is ophef over de oproep van het Turks consulaat aan Turkse organisaties in Nederland om beledigingen aan het adres van de Turkse president, Turkije en het Turkse volk bij ze te melden. In Turkije is klikken tegenwoordig heel gewoon.

„Het gebeurt nu heel openlijk”, zegt publicist Cengiz Aktar. Hij geeft les over de relatie tussen Turkije en de EU aan de Bahcesehir universiteit in Istanbul. „Elkaar bespioneren en gevoelige informatie over andere burgers doorgeven gebeurt overal ter wereld”, zegt hij, maar nu in Turkije steeds vaker en met een zekere trots. Met als voorlopig dieptepunt een man die zijn vrouw aangaf wegens het beledigen van Erdogan. De twee liggen in scheiding.

Het gevolg van die cultuur is dat mensen wel twee keer nadenken voor ze iets doen of zeggen, zegt Aktar. „Zelfcensuur is een feit in het dagelijks leven. Want niemand wil onnodig gedoe.”

Sterker nog, verdachte zaken en personen melden wordt als een deugd gezien door Recep Tayyip Erdogan, sinds augustus 2014 president van de Turkse republiek.

Sinds begin 2015 houdt Erdogan maandelijks bijeenkomsten in het presidentieel paleis met honderden muhtars, gekozen wijkvertegenwoordigers die worden betaald door de overheid. Er zijn ruim vijftigduizend muhtars in Turkije. Een goede muhtar weet wat er achter iedere voordeur in zijn wijk schuil gaat.

Op 12 augustus droeg Erdogan zijn gehoor van muhtars op hun bijdrage te leveren aan de strijd tegen Koerdische opstandelingen. „Ik weet dat mijn muhtars weten wat voor soort mensen in welk huis woont. Ze moeten hun gouverneurs of politiechefs daar op een passende en kalme manier over informeren”, zei de president. Daarvoor kunnen ze ook het elektronische Muhtar Informatie Systeem gebruiken, dat dit jaar is opgezet door het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De president gebruikt de gewillige muhtars inmiddels zo frequent als publiek voor zijn donderspeeches dat ze een terugkerend element zijn geworden in grappen over de president. Zoals in de online satirekrant Zaytung die muhtars citeert die horendol worden omdat ze voortdurend moeten komen opdraven. Ze adviseren elkaar oordoppen of een koptelefoon mee te nemen, mits ze niet vergeten op tijd te klappen.

Het meest gebruikte excuus om een melding over iemand te maken is ‘terreurdreiging of propaganda’. Daaraan worden andere wetten in Turkije voortdurend ondergeschikt gemaakt. Met name die op de vrijheid van meningsuiting. Vrijwel wekelijks worden groepen mensen gearresteerd op verdenking van terrorisme. Dat geldt zowel voor mensen die een link met de Koerdische opstandelingen van de PKK zouden hebben of voor aanhangers van de invloedrijke imam Fethullah Gülen. Zijn beweging wordt door Erdogan beschouwd als een de staat ondermijnende vijfde colonne.

Turkije is een verkrampte staat. Onder het mom van staatsveiligheid en de noodzaak alles te beheersen hebben veiligheidsdiensten van oudsher verregaande bevoegdheden. Dat is soms moeilijk te bekritiseren omdat er serieuze bedreigingen zijn. De recente reeks terreuraanslagen in Turkije door zowel Islamitische Staat als Koerdische terroristen bewijst dat.

In die strijd tegen alles wat door de staat als ‘terreur’ wordt bestempeld wordt traditioneel veel gebruik gemaakt van politie in burger. Als een Turk zegt te vermoeden dat een verkoper van gepofte kastanjes of broodjes op straat eigenlijk een agent is, is dat meestal geen grap en vermoedelijk waar.

„In de jaren vijftig tot en met tachtig waren er voortdurend verhalen over mensen die elkaar verraadden”, zegt Yavuz Baydar van P24, een organisatie in Turkije die onafhankelijke journalisten steunt. „Het hoorde bij de Koude Oorlog, waarin Turkije een frontstaat was. Daarna leek dat juist te verdwijnen. Maar nu wordt het weer veel erger.” Hij haalt voorbeelden aan van academici die door collega’s zijn verlinkt. Of mensen die melding maken van facebookposts van vermeende vrienden. „Het verspreidt zich als een epidemie.”

Een epidemie die zich volgens zowel Aktar als Baydar duidelijk niet tot Turkije zelf beperkt. Aktar stelt met enig genoegen vast dat de ‘Europese publieke opinie langzaam wakker wordt’ en de autoritaire en naar zijn mening zelfs naar ‘fascisme’ neigende richting in Turkije ziet. Hoewel hij er niet op vertrouwt dat Europa de Turkse regering aanspreekt, omdat Europese regeringsleiders het vluchtelingenakkoord niet in gevaar willen brengen.