Spanje heeft de stroom vluchtelingen onder controle

Vluchtelingenbeleid Een hek, schifting van economisch en politieke vluchtelingen, en samenwerking: zo stokte de stroom migranten uit Marokko

Syrische vluchtelingen verlaten het asielloket in Melilla. Foto AFP/ Fadel Senna

Al vóór de grens van Europa onderscheid maken tussen economische en politieke vluchtelingen? Bij de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla wordt sinds een jaar gedaan waarmee nu op de hotspots in Griekenland en Italië is begonnen. Het blijkt effectief, de stroom vluchtelingen is grotendeels tot stilstand gekomen.

Maar waar voor de één de Spaanse asielpolitiek een voorbeeld voor de rest van Europa is, wijzen anderen erop dat internationale verdragen worden geschonden. „Het is een schande dat er onderscheid wordt gemaakt”, stelt Germinal Castillo van het Spaanse Rode Kruis in Ceuta. „Het is toch niet uit te leggen dat er voor de één wel plaats is en voor de ander niet?”

Terwijl vorig jaar de schijnwerpers op Griekenland gericht stonden, hebben Spanje en Marokko het vluchtelingenprobleem bij de exclaves Ceuta en Melilla in onderlinge samenwerking onder controle gebracht – met wat hulp van Algerije.

Syrische vluchtelingen vlogen aanvankelijk naar Algerije om daarna over land met hulp van mensensmokkelaars naar de Marokkaanse stad Nador te gaan – al werd deze route minder populair toen Algerije vorig jaar een visumplicht invoerde. Afrikaanse vluchtelingen kwamen vanuit het zuiden over land naar Nador. Vanuit daaruit werd de oversteek naar het even verderop gelegen Melilla gemaakt.

Samenwerking tussen Marokko en Spanje is ‘een voorbeeld voor Europa’

Politieke vluchtelingen konden in Ceuta en Melilla terecht bij een speciaal geopend asielloket. Vorig jaar kwamen er volgens Eurostat 14.600 vluchtelingen naar Spanje, het merendeel via deze exclaves. Volgens Spaanse bronnen gaat het daarbij om ongeveer negenduizend Syriërs, enkele honderden Palestijnen en een aantal andere nationaliteiten – overigens staat Spanje het hen toe om, als mensen met een beschermde status, door te reizen naar andere EU-landen en daar asiel aan te vragen.

Ook uit de sub-Sahara bleven mensen komen. Zij konden niet terecht bij dit loket en moesten kiezen: de meters hoge hekken trotseren, met een bootje op Spaans grondgebied proberen te komen of zich verstoppen in auto’s. En ondertussen jaagde de Marokkaanse politie hen op. Volgens Hacham Rachidi, hoofd van mensenrechtenorganisatie Gadem, helpt Marokko mee de situatie onder controle te houden.

„Ze laten ongeveer vijftig Syriërs per week de grens oversteken. Vluchtelingen uit de sub-Sahara maken geen kans.”

Rachidi, een Marokkaan die onderzoek in Ceuta en Melilla heeft gedaan, legt uit dat hij deze handelwijze belachelijk vindt. „Nog altijd wachten een paar duizend Syriërs in Marokko tot ze naar Europa mogen. Ze bedelen in grote steden met hun paspoort in de hand om geld. Marokkanen zijn bereid hen te helpen. De solidariteit is groot.”

Hoewel de situatie bij Melilla onder controle is, blijft volgens de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken Jorge Fernández Díaz „waakzaamheid” geboden, nu de grenzen van Europa elders op slot gaan.

Ongebruikt

In Ceuta – bijna 400 kilometer westelijker dan Melilla – wordt het asielloket vrijwel nooit gebruikt. De Spaanse douaniers bij grensovergang Tarajal laten weten dat hier geen Syriërs of Palestijnen komen. Verder doen ze er het zwijgen toe. Spanje heeft liever geen pottenkijkers in Ceuta. Herhaalde verzoeken de tijdelijke opvang voor vluchtelingen te mogen bezoeken worden afgewezen. Een interview met de leider van het centrum wordt door het centrale gezag in Madrid tegengehouden. Ook de perswoordvoerster van de plaatselijke politie is opgedragen journalisten geen enkele medewerking te verlenen. „Ik kan er niets aan doen”, zegt ze verontschuldigend.

Foto Jose Palazon/Reuters

Migranten proberen via een hek de Spaanse enclace Melilla te bereiken. Foto Jose Palazon/Reuters

Wie het hekwerk van de Europese Unie wil bekijken, is aangewezen op het strand nabij het plaatsje Benzú. Een muur van prikkeldraad scheidt hier Spanje van Marokko, tot diep in de zee. Grenswachten en camera’s bewaken het gebied voortdurend. De afgelopen jaren hebben mensen bij herhaling geprobeerd de barricades te overwinnen, soms alleen, soms in een groep. Zaterdag lukte voor het eerst dit jaar zo’n massapoging. Een honderdtal mensen wist bij laag water over zee Ceuta te bereiken. Een zelfde aantal werd opgepakt door de Marokkaanse politie.

Voorheen was het zetten van een voet op Spaans grondgebied voldoende om een procedure te mogen beginnen. Dat is veranderd. Als vluchtelingen gewond zijn, ontfermt het Rode Kruis zich over hen. In andere gevallen worden ze soms zonder pardon teruggezet. „Dat gebeurt met toestemming van Europa”, laat een grensbewaker zich ontvallen.

Helse tocht

Europa sluit liever de ogen en schenkt weinig aandacht aan de beschuldigingen dat bij de nauwe samenwerking tussen Spanje en Marokko vermoedelijk internationale vluchtelingenverdragen worden geschonden. Sterker nog: op verschillende plaatsen in Europa zijn inmiddels in navolging van Ceuta en Melilla in grensgebieden hekken met prikkeldraad geplaatst. De wijze waarop de Spaanse exclaves het grensprobleem onder controle hebben gebracht wordt door de president van Melilla, Juan José Imbroda, dan ook met trots „een voorbeeld voor Europa” genoemd.

Ousmane Sow (17) uit Guinee denkt daar totaal anders over. De Afrikaanse vluchteling zag hoe zijn beste vriend het leven liet toen hij een paar maanden geleden in een rubberboot voor de kust van Ceuta omsloeg. Sow zelf werd gered door de kustwacht. „Toch zou ik het ondanks alles weer over hebben gedaan. In Guinee was er niets. Daar is geen toekomst. Het was een helse tocht, die al met al jaren heeft geduurd. De Marokkaanse politie jaagde overal op ons. We zijn als beesten behandeld. Maar ik ben er”, zegt hij bij het hek van het opvangcentrum in Ceuta. „Mijn toekomst ligt in Europa. Ik laat me nu door niemand meer terugsturen.”