Effect mindfulness wordt overschat

Er zijn heel veel onderzoeken gepubliceerd die aantonen dat op mindfulness gebaseerd therapie goed is voor de geestelijke gezondheid. Té veel eigenlijk, schrijft een groep Canadese onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE (8 april online).

Zij concluderen op basis van 124 onderzoeken naar mindfulnesstherapie dat er sprake moet zijn van publicatiebias, dus dat experimenten waar uitkomt dat deze behandeling goed werkt vaker gepubliceerd worden dan experimenten waar uitkomt dat de behandeling niet werkt. Het is bekend dat wetenschappelijke tijdschriften niet happig zijn op ‘nulresultaten’. En het zou ook nog kunnen dat de aanhangers van mindfulnesstherapie die het onderzoek doen dat niet publiceren als eruit blijkt dat hun therapie niet werkt.

Bij mindfulnesstherapie leren mensen hun aandacht bij het hier en nu te houden. Soms wordt dat gecombineerd met meditatie- en yogaoefeningen en elementen uit cognitieve therapie, zoals positief denken. Mindfulnesstherapie is de laatste jaren steeds populairder geworden, net als anti-stressprogramma’s die op mindfulness gebaseerd zijn. Het is een relatief goedkope en makkelijk te implementeren behandeling.

De Canadese onderzoekers keken naar 124 mindfulness-studies. Daarvan lieten er 109 zien dat mindfulness een positief effect had, 11 hadden gemengde resultaten en slechts 4 studies lieten geen effect zien. Dat kan niet, want dat is statistisch veel te weinig, berekenden de Canadezen; zelfs op basis van een heel optimistische schatting van de grootte van het effect van zo’n therapie hadden er veel meer studies met nulresultaten moeten zijn.

Niet alleen mindfulnesstherapie kampt trouwens met publicatiebias. Het is een vrij algemeen verschijnsel in de biomedische en psychologische wetenschappelijke literatuur.