Over zwaarden, geweren, geweld en de kracht van de opera

‘Strijdtoneel’, het recent verschenen werk over operazanger Bastiaan Everink, is zonder meer een van de wonderlijkste muziekboeken ooit verschenen.

Zouden ze elkaar ooit ontmoet hebben, pianist/dirigent Daniel Barenboim en operazanger Bastiaan Everink? Beiden werken aan de opera in Berlijn, Barenboim aan de Staatsoper, Everink als solist aan de Deutsche Oper. En beiden geloven ze in de kracht van muziek. Barenboim, die gisteren een uitverkocht solorecital speelde in het Concertgebouw, wil dat mensen meer Spinoza lezen en zo het goede (her)ontdekken. Muziek en zelf nadenken als sleutels tot de wereldvrede. Everink werd zélf gered door de muziek.

Hoe, dat lees je in zijn levensverhaal Strijdtoneel,als een pageturner opgetekend door journalist Joost Galema. Het is zonder meer een van de wonderlijkste muziekboeken ooit verschenen. „Muziek geeft ziel aan de wereld, vleugels aan de geest, kracht aan de verbeelding, charme aan de droefheid, vreugde en leven aan alles op aarde”, citeert Everink daarin Plato. Tikje gezwollen natuurlijk, maar wel wat hem, Barenboim en waarschijnlijk álle musici – amateur of pro – ter wereld in essentie drijft.

Over Everinks ongewone, seriële dubbelcarrière was al eens te lezen in deze krant: ik sprak hem in 2012 voor een Graalspecial van het Cultureel Supplement. Daarin mocht hij niet ontbreken, want het was Wagners graalopera Parsifal die hem riep tot de klassieke muziek. Voordien was hij marinier. Wat in enkele alinea’s al fascinerend was om te lezen, blijkt dat in 300 pagina’s nog veel meer. Niet zozeer om de curiositeit van de switch (genoeg ontslagen orkestmusici die daarna iets totaal anders zijn gaan doen), wel omdat Everink ook als marinier al ‘anders’ blijkt te hebben gekeken. Hij functioneert excellent, schroeft soepel geweren in en uit elkaar, rent marsen met een gebroken middenvoetsbeentje en scandeert motto’s als pijn is fijn en bloed moet. Maar aan zijn opgetekende herinneringen aan de missie in Irak (1991) voel je in alles: goed dat hij zijn Graal op tijd vond. Zoals hij de gruwelen van een lijkencontainer beschrijft, of de verbijstering over een meisje dat een weerloze puppy met koude ogen doodtrapt - je moet er niet aan denken hoe het anders met hem was afgelopen. Met zelfmoord, zoals medemarinier Dave? Dat dat lot geen incident is, meldt een droog zinnetje in het laatste hoofdstuk: in de VS sterven jaarlijks meer veteranen aan zelfmoord dan soldaten tijdens buitenlandse missies. Everink werd gered door zichzelf, toeval en de muziek, die hem prikkelde zijn gevoel niet uit te schakelen, maar juist in te zetten om „zichzelf te vinden”.

In december kunnen we het horen. Dan zingt hij de doodenge opperbooswicht Klingsor in Wagners Parsifal bij De Nationale Opera onder Marc Albrecht. Wat een geweldig verhaal.