Nessie blijkt van glasvezel

‘Well, blow me down with a feather.” Blij verrast was de Schotse amateurbioloog Adrian Shine toen hij eerder deze maand op sonarbeelden een monstervormig schepsel op de bodem van het Loch Ness aantrof. Shine doorzocht de bodem van het meer met ‘Munin’, een onbemande duikboot die normaal in zee gestorte vliegtuigen opspoort.

Nee, het was niet ‘Nessie’. Het beest dat Shine op zijn radar zag, had een stalen romp en een nek van glasvezel.

Het 10 meter lange nepmonster werd gebouwd voor de film The Private Life of Sherlock Holmes (1970).

De eerste versie van het filmmonster zonk in 1969 tijdens een testrit, zegt Shine via de telefoon vanuit Schotland. Het onstabiele gevaarte kapseisde toen het, voortgesleept door een boot, een bocht maakte vlakbij de rand van het 36 kilometer lange en 1,6 kilometer brede meer. Shine: „Op basis van een anekdote wisten we ongeveer waar het lag. Ik ging er al een beetje vanuit dat we het zouden vinden.”

Wat er nu met het model gaat gebeuren? Shine weet het niet. „Het ding weegt vier ton, en ligt op een diepte van 180 meter. Mijn mening? Laat het lekker liggen. Dan is het een onmiskenbaar feit: er is een monster in Loch Ness.”