Met zwart paard even in de luwte

Op een reservepaard wordt Dubbeldam 12de op het NK. Ruin Zenith krijgt rust richting Rio.

Jeroen Dubbeldam in actie tijdens het Nederlands kampioenschap voor springruiters. Foto KOEN VAN WEEL/ANP

Het is even wennen, Jeroen Dubbeldam op een zwart paard. De laatste jaren geeft de springruiter de mondiale wedstrijden kleur met zijn oranje jasje en de bruine ruin Zenith. Eerder, in 2000 werd hij olympisch kampioen met zijn schimmel De Sjiem. Op de Nederlandse kampioenschappen springen in Mierlo rijdt Dubbeldam deze zondag in een donkere jas en ook nog op een ‘reservepaard’. Haast onherkenbaar. Mijdt hij bewust de spotlights richting 'Rio'?

Nadat Dubbeldam (43) de grote indoorwedstrijden al had gemist, rijdt hij nu weer een buitenwedstrijd. Met Carusso LS La Silla eindigt de Europees en wereldkampioen uiteindelijk op een onopvallende twaalfde plaats in Brabant. Vanuit alle hoeken krijgt Dubbeldam de vraag waar zijn topper Zenith is.

Maar het paard dat in ‘Rio’ komende zomer moet pieken, staat thuis in Weerselo op stal. Tot teleurstelling van het publiek. „We moeten niet vergeten dat Zenith nog steeds pas twaalf jaar is”, zegt Dubbeldam. „Hij heeft twee ongelofelijke jaren achter de rug. Die periode is heel zwaar geweest, dus ik vond dat hij toe was aan rust in de winter. Niks doen. In het buitenland zeggen ze weleens dat paarden zoveel mogelijk kampioenschappen moeten lopen, maar daar heb ik niks mee te maken. Ik doe het op mijn eigen manier. Je moet naar jezelf luisteren, anders kom je nooit tot grote prestaties.”

Triggeren

De combinatie geldt zeker als een medaillekandidaat op de Olympische Spelen. Zenith is in alle stilte wel ‘volop’ in training. Kracht- en conditietraining in het rustige Twentse land. De sensibele ruin houdt net als zijn ruiter niet echt van indoorwedstrijden. Geen lawaai en poespas, gewoon sport in de buitenlucht. „Bij paarden, maar vooral bij Zenith, is het zaak dat niet alleen het lichaam goed is, maar ook het ‘koppie’. Hij moet ook uitgedaagd worden om volle bak voor iets te gaan. Soms moet ik hem afremmen, en soms moet ik hem als het ware een beetje triggeren. Ik moet deze maanden de juiste balans vinden tussen hard trainen en topfit zijn.”

De nationale titelstrijd in Mierlo is de eerste van de zes observatiewedstrijden van bondscoach Rob Ehrens voor de Olympische Spelen. En tevens de start van het buitenseizoen. Het is ook het afscheidstournee van Zenith. De bedoeling is dat de eigenaar, het Springpaardenfonds Nederland, Zenith na de Spelen verkoopt. Dubbeldam slikt even. „Helaas wel”, zegt hij dan zacht. „In oktober is het waarschijnlijk klaar. Dat is heel zuur. Ik ben als het ware de monteur geweest die alle knopjes op de machine heeft gezet. Ik doe er alles aan om daar nog een keer te pieken.”

Dubbeldam heeft zijn plannen voor de komende tijd ter info, „en ook wel ter goedkeuring”, aan bondscoach Ehrens gegeven. Hij weet namelijk zelf heel goed wat hij moet doen. Zenith moet er volgens Dubbeldam over een maand in de landenwedstrijd in Rome staan. Dan weet de ruiter ook of hij klaar is voor de Spelen. „Uiteindelijk blijven vier ruiters over die van zichzelf heel goed weten of ze iets in Rio te zoeken hebben. Mocht mijn gevoel over Zenith uiteindelijk maar ‘zo, zo’ zijn, moeten we dat hele avontuur niet eens aan willen gaan. Zo reëel moet ik zijn.”

De bondscoach kan zich nu nog richten op andere ruiters. Want naast Dubbeldam heeft ook Gerco Schröder zijn toppaarden thuisgelaten en Maikel van der Vleuten doet niet eens mee. De pas 22-jarige Frank Schuttert kroont zich uiteindelijk tot Nederlands kampioen. „Dit NK komt gewoon te vroeg”, zegt Dubbeldam. „Voor de bondscoach is dat niet erg. Hij ziet nu andere combinaties aan het werk. Maar ik ken mijn paard het beste. Als ik Zenith hier de grenzen zou laten opzoeken, zou het domste zijn wat ik als ruiter kan doen. Daar is hij nog niet klaar voor. En op halve kracht hier zomaar rondrijden, kan ik niet maken tegenover het publiek.”