Killer met 1.000 procent inzet

Wout Poels won Luik-Bastenaken-Luik, als eerste Nederlander sinds 1988. „Hoogtepunt uit mijn carrière.”

Wout Poels is de sterkste in een heroïsche Luik-Bastenaken-Luik; de wielerklassieker was door de kou, regen en sneeuw in een barre tocht veranderd. Foto Bas Czerwinski

Die hand voor zijn mond van opperste verbazing na bijna 250 barre kilometers in de Ardennen, met kou, regen en zelfs sneeuw. Hij, Wout Poels wint de meest heroïsche Luik-Bastenaken-Luik na Bernard Hinault in 1980. „Toen ik over de finish kwam, kon ik het niet geloven”, vertelt de goedlachse Limburger van het Britse Team Sky een half uurtje later in de perszaal. „Dit is het hoogtepunt van mijn carrière. Als ik straks in mijn eentje naar huis rijd, zal ik me pas realiseren wat hier is gebeurd. Wat een impact dit zal hebben op mij.”

Op weg terug naar Meerlo zullen heden, bewogen verleden en lonkende toekomst om voorrang hebben gevochten in de gedachten van de 28-jarige Poels. „Je hoopt altijd dat je zo’n mooie zege behaalt, je droomt ervan. Maar dat het dan gebeurt is ongelofelijk.” Krap drieënhalf jaar na zijn zware val in de Tour de France bovendien. „Sommige doktoren zeiden dat ik beter kon stoppen met wielrennen. Nu win ik Luik-Bastenaken-Luik.” En wie weet is het een opmaat tot nog meer, tot een gedroomde rol van kopman van de topploeg Sky. „Volgend jaar zal ik in de klassiekers misschien een prominentere plek hebben. En ik hoop volgend jaar voor eigen kans te mogen rijden in een grote ronde.”

Nee, nog niet de Tour de France. Die is voorlopig voor kopman Chris Froome. „Fantastisch”, reageerde de tweevoudig Tourwinnaar op de sensationele zege van Poels, terwijl hij in betrekkelijke anonimiteit zijn fiets tegen de teambus parkeerde. Als 112de in de uitslag, op 10.31 minuut achterstand. Binnen was het gejuich niet van de lucht. „Amazing”, bleef ploegleider Kurt-Asle Arvesen maar roepen. Het was de eerste grote klassiekerzege ooit voor de peperdure ploeg, die al wel drie keer de Tour won. „Nu gaan we in de Tour met z’n allen voor Wout rijden”, grapte Arvesen.

Misschien wel intenser dan bij Sky was de vreugde verderop op de parkeerplaats, bij de bus van Roompot. Eindelijk een Nederlandse zege na Adrie van der Poel in 1988. „Had Adrie toch ongelijk toen hij voorspelde dat er vandaag geen Nederlander zou winnen”, zegt buschauffeur Johan van der Velde, in 1981 zelf winnaar in Luik maar gediskwalificeerd wegens doping. Het grootst was de blijdschap bij ploegleider Michel Cornelisse, die Poels al vanaf de amateurs onder zijn hoede had en later bij de profs van Vacansoleil. „Hij is een wereldgozer. We hebben samen zoveel meegemaakt. Veel plezier gehad, maar ook heel veel ellende. Toen zijn vader overleed (in 2012) was ik een van de eersten die hij belde. Wij kunnen altijd op elkaar rekenen.”

Zes weken intensive care

Cornelisse was erbij toen Poels in de Tour van 2012 in de zesde rit van Épernay naar Metz zwaar ten val kwam. Drie gebroken ribben, een gescheurde milt, gekneusde longen en een scheur in een nier. „Zes weken intensive care, daar lig je niet voor een griepje. Ik vergeet nooit dat ik de volgende dag zijn moeder en broer zag. Verschrikkelijk.” De revalidatie was zwaar, terugkeren niet vanzelfsprekend. „Toen ben ik er voor hem geweest”, zegt Cornelisse, zonder het succes in Luik te willen claimen. „Mijn invloed is klein, hij heeft alles zelf moeten doen. Wout heeft duizend procent inzet. Dit was winnen op het allerhoogste niveau.”

Ja, bij Vacansoleil hadden ze het bijzondere talent van de jonge Limburger snel herkend, toen hij ervaren profs als zijn latere manager Aart Vierhouten er in de training bergop losjes afreed. Buiten de koers een aardige jongen, ontroerend ook hoe hij zeges in Luxemburg en de Tour de l’Ain opdroeg aan zijn overleden vader. Maar ook hard als het moest. „Echt een afmaker, een killer”, typeert Cornelisse. „Wout heeft stiekem veel gewonnen, en daar zitten geen kermiskoersen bij.” Na zijn terugkeer in 2013 bleef hij winnen, op het hoogste niveau: ritten in Tirreno-Adriatico en de Ronde van het Baskenland. Bij Sky speelde hij vorig jaar een cruciale rol als helper bij de Tourzege van Froome.

„We wisten al dat Wout een sterke renner was”, zegt ploegleider Arvesen. „Bij ons heeft hij zich verder kunnen ontwikkelen, maar alle eer komt hem toe. Hij is degene die al die uren opoffering heeft gebracht, die ’s ochtends alleen thuis wegrijdt om te gaan trainen. Hij is enorm toegewijd. En Wout levert altijd als de mogelijkheid zich aandient.”

Toch startte de Nederlander na zijn vierde plaats van woensdag in de Waalse Pijl niet als kopman in Luik. Maar terwijl Froome en Michal Kwiatkowski na een zware afvalkoers tekortschoten, reed Poels na de venijnige nieuwe kasseienklim met een kopgroepje van vier naar de finish. Een klein aanvalletje, dan de bocht om en de laatste 240 meters. „Gewoon volle bak gaan”, omschreef Poels de solide sprint waarmee hij de Zwitser Michael Albasini naar de tweede plaats verwees. „Er kwam niemand meer overheen.”

Ploegleider Arvesen had genoeg gezien. „Hij was vandaag de sterkste in koers.” Vertrouwensman Cornelisse keek al verder. „Ik heb Froome bij hem zien lossen. Binnen één, twee jaar gaat Wout voor het klassement in de Tour.”