Telefilm Hope: Heleen Mees is Joris Luyendijk geworden

Monic Hendrickx in 'Hope' (VPRO)

In de publiciteit rond de jaarlijkse zogeheten Telefilms (zes uit verschillende fondsen gefinancierde, op zichzelf staande televisiefilms van speelfilmlengte) benadrukt de NPO dit keer dat het „nieuwe Nederlandse films” zijn. De term Telefilm wordt vermeden en er is nu sprake van „NPO 3 Films”.

Met een budget van acht ton per stuk zijn de producties echter een stuk goedkoper dan de gemiddelde bioscoopfilm. Dat vereist guerrillatactieken, als je zonder dure vergunningen in New York wilt draaien. Met slechts vier draaidagen in die stad leverde regisseur Erik de Bruyn met Hope (VPRO) een huzarenstukje af. Toch merk je soms wel degelijk dat de ambitie van het project groter was dan de middelen toestonden.

Het initiatief om een film te maken over powerfeministe Heleen Mees, die in New York voor de rechter stond wegens het stalken van haar ex-minnaar, de eveneens Nederlandse topbankier Willem Buiter, zou volgens de publiciteit gelegen hebben bij viervoudig winnares van een Gouden Kalf Monic Hendrickx. Natuurlijk was het een uitdaging om zo’n personage tot leven te brengen.

Mees wilde zelf niet meewerken, omdat de zaak tussen Buiter en haar nog onder de rechter was. Er werd gekozen voor een flinterdunne vermomming. Het is niet Heleen Nijkamp die de nieuwe achternaam Mees koopt, maar Hannah Binnekamp die zich Hope gaat noemen. Mees vertelde in een interview dat ze het deed omdat Amerikanen moeite hadden met de uitspraak van haar oude naam en dat Mees de naam was van de winkel waar ze in Den Haag haar kleren kocht. De film suggereert dat het te maken heeft met een bank (Mees & Hope).

Zo zijn er meer verschillen die nogal cruciaal zijn. Het motief voor de verhouding met de getrouwde bankier, die hier Ben Elsen heet (zeer goed gespeeld door de Belgische acteur Gène Bervoets), is geen blinde, alles verzengende seksuele obsessie, maar een poging om via een relatie met een invloedrijke man de graaicultuur van de banken te hervormen.

Het kan best zijn dat Mees dat inderdaad ambieert, maar uit haar columns herinner ik me eerder een pleidooi voor grotere inkomensverschillen om de sociale mobiliteit te bevorderen. Regisseur De Bruyn zegt dat deze keuze vooral is gemaakt om de identificatie van de kijker te vergemakkelijken. In feite is Hannah Hope een kruising tussen Mees en Joris Luyendijk.

De passie is een beetje bleek uitgevallen, in de vorm van genitale selfies op het toilet en gezamenlijk de zee bij Coney Island in rennen, onderweg kleren afwerpend tot op het ondergoed.

Van de feministische strekking resteert vooral een verstandhouding met een willekeurige andere vrouw op een bankje. Ook is de ontmaskering van de bankier als lafaard in de liefde, die uiteindelijk ook juridisch aan het langste eind lijkt te trekken, een sterk statement in het voordeel van de vrouw die hem verleidde.

Maar ik ben toch vooral benieuwd hoe het scenario van Marcel Lenssen (Doodslag) verfilmd zou zijn door de oorspronkelijke regisseur Mijke de Jong, die kort voor de opnamen een ander project de voorkeur gaf. Vast lichamelijker.