Een klavecimbel voor je verjaardag

Reportage Klavecimbel De zevenjarige Evander is één van de acht jonge pianisten die Bachs Inventies op klavecimbel speelt voor de Bachvereniging.

Foto Andreas Terlaak

De eerste keer dat Evander Eijsink (7) achter een klavecimbel ging zitten, ging het niet helemaal goed. Hij sloeg een akkoord aan, maar klapte dicht. „Hij zei: hij doet het niet”, vertelt Tineke Steenbrink, klavecinist en mentor van Evander. „Hij is kapot.”

Wat bleek: Evander, die onlangs het Steinway Pianoconcours won voor kinderen tot en met 10 jaar, heeft een absoluut gehoor. „Hij is gewend piano te spelen, de centrale a op de piano is gestemd op 440 hertz. We stemmen de a op klavecimbel een halve toon lager. Ik heb het klavier verschoven, zodat hij de tonen weer hoorde op de hoogte die hij gewend is.” De jonge pianist knikt instemmend.

„En wat zei je toen, Evander?”

„Hij doet het weer.”

De meeste aandacht gaat uit naar het talent met de grootste aaibaarheidsfactor: Evander (7)

Evander is één van de acht pianisten die door de Nederlandse Bachvereniging zijn uitgenodigd om Johann Sebastian Bachs Inventies (BWV 772-786) te spelen. Er worden opnames van gemaakt voor de website AllofBach.com – een project van de Bachvereniging. Het ensemble wil al Bachs werk opnemen en online zetten, met beeld en al, voorzien van toelichtingen en interviews.

Bach schreef de vijftien Inventies rond 1720 voor zijn zoons en andere leerlingen. Hij beschouwde ze als eerste stap in zijn klaviermethode, vandaar dat er musici gevraagd zijn tussen 7 en 16 jaar. De meesten van hen hebben niet eerder op een klavecimbel gespeeld. Naast Tineke Steenbrink dienden klavecinisten Menno van Delft, Siebe Henstra en Pieter Jan Belder als coaches. Vanaf januari kregen ze les.

‘Enkele tientallen’ klavecinistjes hadden zich aangemeld, zegt de Bachvereniging. Kanji Daito (10) is zelfs overgevlogen uit Japan. Het was geen vrijblijvende cursus, benadrukt mentor Henstra. „Ik kon niet lesgeven zoals ik dat normaal graag doe. Dan leg je uit waarom je iets op een bepaalde manier moet spelen. Nu was daar minder tijd voor. Sommige zaken moeten gewoon op een bepaalde manier gebeuren, het moet wel een mooie opname worden.”

Gelukkig konden zijn pupillen „wel tegen een stootje”, zegt Henstra. „Het zijn leergierige kinderen, allemaal met meer dan één talent.” Frank Monster (15) – z’n haar half opgeschoren, half onder de gel – speelt zowel piano als hoorn. En Anna Kuvshinov (9) – is ook ballerina en speelt badminton. Omdat haar ouders Russisch en Chinees zijn en Engels met elkaar praten, spreekt ze vier talen vloeiend.

Ontstemde klavecimbel

Het is wat hectisch, vier uur voor het concert begint in Ottone, een negentiende-eeuws kerkgebouw met veel hout in Utrecht. Voordat het ‘echte’ concert begint, mét publiek, mag iedereen zijn inventies alvast een keer opnemen, zodat de beste takes kunnen worden gekozen. Maar door de warmte van de lampen ontstemt het klavecimbel snel. Menno van Delft grijpt in. „Als de geluidsman denkt dat dit goed is, dan heeft hij geen goed gehoor.” Hij snelt naar het instrument om te stemmen.

Frank Monster mag beginnen. Siebe Henstra leest de partituur mee. Als het even niet helemaal gaat zoals gehoopt, zegt hij voorzichtig: zullen we het even overdoen? „Frank, ga eens even staan. Zwaaien met je armen, zodat je loskomt.” Daarna speelt Frank Monster ontspannen en smetteloos.

Aaibaarheidsfactor

De meest ervaren musicus is Johannes Asfaw (16). Hij studeert behalve piano ook directie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, hij soleerde in een Mozart-pianoconcert bij het Residentie Orkest en won de publieksprijs op het Prinses Christina Concours. „Maar zo’n klavecimbel is een nieuwe ervaring. De eerste keer dacht ik: waar is mijn controle? Voor je er erg in hebt, is die toon er al. Ik miste ook mijn pedaal. Je hebt minder dynamische mogelijkheden, daardoor moet je nog preciezer zijn in je articulatie.”

Asfaw, zoon van een Eritrese moeder en een Ethiopische vader, studeert nu af en toe klavecimbel op het conservatorium („heel chill, daar kan ik gewoon in een hok gaan zitten”). Maar of dit hem heeft overtuigd klavecinist te worden? „Nee, daarvoor is er te veel mooi pianorepertoire dat ik dan niet zou kunnen doen. Door deze ervaring zal ik Bach wel anders spelen op piano. Veel pianisten willen het klavecimbel nadoen, zoals Glenn Gould: ze maken de noten korter. Ik heb hier geleerd dat in Bachs tijd klavecinisten juist heel cantabile speelden. Dat is toch juist waarvoor de piano zich goed leent?”

Johannes (nee, niet naar Bach vernoemd) zal degene zijn die het snelst op de professionele podia te zien zal zijn. Maar de meeste aandacht gaat uit naar het talent met de grootste aaibaarheidsfactor, Evander, die naast pianist trouwens ook archeoloog wil worden.

De kijkers van De Wereld Draait Door hebben al kennis met hem gemaakt. Die kwamen te weten dat Evander – kuifje, brilletje en batik-achtig colbertje – zelf al een paar composities op zijn naam heeft staan. Matthijs van Nieuwkerk vroeg hem een van zijn eigen stukken te spelen: een stuk dat hij voor zijn broertje had gemaakt. Hij weigerde: dat was een compositie voor piano, niet voor klavecimbel – dat kon dus niet. Een dag later zocht een cameraploeg hem op om het stuk alsnog op te nemen.

Wat heeft hij geleerd? Evander: „Dat ik moet spelen alsof ik zing.” Tineke Steenbrink vult aan: „En dat je rustig moet spelen. Als je op klavecimbel crescendo maakt, is het gevaar dat je ook sneller gaat spelen.”

Evander vond het leuk. Hij wil een klavecimbel voor zijn verjaardag. Maar hij is ook blij dat het er weer op zit: het was wel druk. „Ik had helemaal geen tijd meer om te componeren.”