Chinezen willen Franse landbouwgrond wél

Via aandelenconstructies koopt een investeerder uit Hongkong Franse grond op. „Dit brengt onze eigen boeren in gevaar.”

Bloeiend koolzaad op het Franse platteland. Honderden hectaren landbouwgrond bij het gehucht La Tournancière kwamen vorig jaar in Chinese handen. De Chinese investeerder wil nog meer grond opkopen. Foto IStock

De helgele koolzaadvelden liggen er netjes bij, de graansilo’s lijken in goede staat: zo op het oog is er niets ongewoons in het gehucht La Tournancière in het midden van Frankrijk. Maar schijn bedriegt, zegt voorzitter Hervé Coupeau van de departementale boerenvakbond FDSEA. De uitgestrekte landerijen hier, vele honderden hectares, gingen vorig jaar over in Chinese handen. „En dat gooit ons Franse landbouwmodel totaal overhoop.”

Het begon met een stukje in de regiokrant, nu is de Chinese honger naar landbouwland hier in de Berry het gesprek van de dag. 1.700 hectare graangrond is in een jaar opgekocht door de in Hongkong gevestigde investeerder Hong Yang. En dat is nog maar het begin, weet Coupeau. Het bedrijf wil 10.000 hectare, heeft een notaris hem verteld. Dat komt neer op zo’n zeventig middelgrote bedrijven van de totaal 4.300 die dit departement, de Indre, telt.

Het is vooral de schimmige manier waarop de transacties plaatshebben die zorgen baart. Om de oorspronkelijke exploitatievergunning te behouden, vraagt Hong Yang de verkopende boer zijn onderneming in een nieuw bedrijf onder te brengen. Hong Yang koopt vervolgens alle aandelen, op één na. Zo wordt de facto geen land verkocht en kunnen de autoriteiten niets doen om overdracht van vergunningen te voorkomen. „Dit is niet transparant en brengt onze eigen boeren in gevaar”, vindt Coupeau.

Dat laatste heeft vooral te maken met de prijzen die zijn betaald. Die liggen volgens de verkoopaktes die Coupeau in handen heeft „bijna drie keer” boven de marktwaarde. Kost land in dit deel van Frankrijk normaal zo’n 4.000 euro per hectare, via de aandelenconstructie met exploitatievergunning brengt het tot 11.000 euro op.

Dat bevestigt voorzitter Emmanuel Hyest van overheidsagentschap SAFER, dat over landbouwgrond waakt. SAFER zou dit soort transacties moeten controleren, maar door mazen in de wet is deze verkoop in Parijs onopgemerkt gebleven. Hyest zegt nu met parlementsleden in gesprek te zijn over herziening van de wetgeving. Maar dat kost tijd. En het ministerie van Landbouw wil eerst nog een onderzoeksmissie naar de Indre sturen.

Illegaal is het bovendien niet. De geproduceerde tarwe, gerst en koolzaad komen gewoon op de markt: Hong Yang werkt daarbij samen met de Franse coöperatie Axéréal. Het is ook lang niet de eerste keer dat Chinese ondernemers investeren in Franse landbouw. Meer dan honderd wijnchateaus bij Bordeaux zijn al overgegaan in Chinese handen. De hoofdstad van de Indre, Châteauroux, voert nota bene actief beleid om Chinese investeringen aan te trekken. Dus wat is nou eigenlijk het probleem?

„Grond”, legt Hyest uit, „moet betaalbaar blijven voor beginnende boeren. Onze concurrentiekracht en onze voedselveiligheid komen in gevaar als we zelf niet kunnen investeren.” De manier waarop de Chinezen werken doet denken aan grote overnames (‘land grab’) van landbouwland in arme delen van Afrika en Azië, constateert Hyest. Met loonarbeiders die de grond verbouwen, is het model „bijna industrieel”, vindt hij. „Dat staat ver van de manier waarop we in Europa gewend zijn te werken. Familiebedrijven hebben zo het nakijken.”

Misbruik van de lage prijzen

„We zijn heus niet tegen verandering”, begint vakbondsvoorzitter Coupeau in zijn sobere woonkamer. De bonkige boer – formaat rugbyer – zucht diep. Hij vreest dat de Franse „soevereiniteit” verloren gaat en dat net nu de landbouw een diepe crisis doormaakt de Chinezen misbruik maken van de lage prijzen.

Maar er is ook nog iets anders. „Vele boerderijen hier zijn in handen van Nederlanders of Engelsen, daar is niets tegen: zij wonen op hun bedrijf. Maar kijk eens naar de gronden bij La Tournancière: ja, het koolzaad groeit prachtig, maar het is er uitgestorven. Niemand te bekennen, het huis staat leeg! Wat doet dat voor de sociale controle?” De désertification van het Franse platteland, de ontvolking, gaat volgens hem op deze manier in een hogere versnelling verder.

Niet dat hij het de verkopende boeren kwalijk neemt. „Als je kunt verkopen en na je pensionering zo net iets ruimer kunt leven, dan begrijp ik dat.” Veel boeren zitten bovendien diep in de schulden en zoeken een uitweg.

„Twee jaar lang heb ik geprobeerd van mijn bedrijf af te komen en steeds liepen potentiële overnames stuk op financiering”, zegt een van de boeren die met Hong Yang zaken deden. Hij en geen van de andere verkopende boeren wil met naam in de krant. „Geen Europese bank wil op dit moment in landbouw investeren, zo is het nu eenmaal.” Dat begint Hervé Coupeau ook te beseffen. Met een noodkreet in de regionale krant had hij gehoopt het proces te stoppen. Hij bereikte het tegenovergestelde. „Nu iedereen weet wat er speelt, benaderen de boeren zelf de makelaars om te vragen of de Chinezen in hun land geïnteresseerd zijn.”

    • Peter Vermaas