Column

Alleen in een kamer zijn

Illustratie Olivia Ettema

Joëlle lag op de bank in haar appartement. Ze had net gelezen dat er niets gaat boven het geluk van zich alleen in een kamer bevinden, en probeerde iets van een geluksgevoel op te roepen. Ze had het artikel van een vriend gekregen, kort nadat haar geliefde haast zonder overleg een interessante baan had geaccepteerd in het land waar ze banen hebben voor iedereen die écht wil.

Degene die het haar te lezen gaf, had het ongetwijfeld als troost bedoeld, maar kon je iets voelen, alleen maar omdat het in een artikel stond?

Het was een warme voorjaarsavond, wat alles bemoeilijkte. Het raam stond wijd open en de stad was euforisch. Joëlle woonde boven een café, dat een piepklein terras had. Twee kirrende lesbiennes hadden net plaatsgemaakt voor een man en een vrouw die rosé wilden. De vrouw wilde ook water en allebei de fleecedekentjes.

Joëlle kon hun gesprek woordelijk verstaan. Ze hadden het over de zomer en over hun vakantieplannen, en de vrouw reageerde op elk voorstel van de man zo ontwijkend, dat het voor Joëlle al snel duidelijk was, dat hun relatie de zomer niet meer ging halen. Vreemd genoeg leek de man niets door te hebben.

Joëlle concentreerde zich nu helemaal op zijn stem. Hoe iemand sprak vond ze altijd al intrigerend, maar deze man had een stem die duidelijk hoorde bij een leuk iemand. Ze werd steeds bozer op de weinig toeschietelijke, klagerige vrouw.

Het was al bijna donker toen ze naar hun fietsen liepen. Joëlle keek toe hoe ze allebei een andere kant uit fietsten, de vrouw alsof ze haast had, de man eerder sloom. Joëlle rende naar beneden, pakte haar eigen fiets en reed achter de man aan. De sterren hingen als lampionnen aan de hemel.

Ze fietsten achter elkaar de hele stad door, tot diep in een nieuwbouwwijk waar Joëlle nog nooit was geweest. Steeds nam ze zich voor de man bij het eerstvolgende verkeerslicht aan te spreken, maar telkens ging het net op groen.

Opeens stuurde hij behendig een smalle brandgang in. Joëlle ging voorzichtig achter hem aan en zag nog net hoe hij door een tuinpoort verdween. Zijn fiets werd tegen iets aan gezet en Joëlle hoorde de man rochelen op de tegels. Ze moest nu snel zijn, dadelijk was hij binnen en zou hij haar niet meer horen.

Maar zou hij niet veel liever in zijn eentje in een kamer zijn? En gold dat eigenlijk ook niet voor haarzelf?