Nederlands opsporingsteam naar Oeganda voor vermiste Sophia Koetsier (22)

Foto Rod Waddington/Flickr

Maandag vertrekt een Nederlands opsporingsteam naar Oeganda om daar de sinds 28 oktober 2015 vermiste Sophia Koetsier (22) te gaan zoeken. Het team bestaat uit negen mensen, waaronder een antropoloog, een bodemdeskundige, forensisch patholoog Frank van de Goot en Nikki van Passel, die de familie Koetsier bijstaat in hun zoektocht.

De komende dagen gaan zij -zodra ze daar toestemming voor krijgen van de Oegandese autoriteiten- onder meer het terrein verkennen waar Koetsier voor het laatst gezien is. Koetsier keerde nooit terug van een wc-bezoek. De geneeskundestudent had net acht weken stagegelopen in een ziekenhuis in Kampala en was een rondreis aan het maken.

De zoektocht wordt gefinancierd met geld dat de familie Koetsier ophaalde met hun stichting Vind Sophia. Van Passel en Van de Goot zijn voornemens een soortgelijke stichting voort te zetten nadat de verdwijning van Koetsier is opgelost, zodat andere achterblijvers hulp kunnen krijgen. Het kan een expertisecentrum voor buitenlandse vermissingen worden. ,,Als dit van de grond zou komen, zeg ik de rest van mijn vakgebied vaarwel’’, zegt forensisch patholoog Frank van de Goot. ,,Achterblijvers worden voor de diplomatieke leeuwen gegooid. Dat baart mij zorgen.’’

Reepjes stof

De afgelopen jaren heeft Van Passel, die zelfstandig communicatiedeskundige is, verschillende achterblijvers bijgestaan bij het opzetten van een zoektocht naar vermisten. Ze constateert dat Nederlandse autoriteiten vooral bij een zoektocht in het buitenland aan handen en voeten gebonden zijn. ,,Vaak willen Nederlandse autoriteiten heel veel maar kunnen of mogen ze niet zoveel omdat ze simpelweg geen bevoegdheden hebben in een ander land.’’

In Oeganda heeft de politie eind vorig jaar in het gebied gezocht en toen onder meer reepjes stof gevonden die afkomstig waren van Koetsiers kleding. De Oegandese autoriteiten zijn gestopt met zoeken. Van de Goot: ,,Wij denken dat we nog iets toe kunnen voegen.’’

Ook Slachtofferhulp Nederland constateert een behoefte aan een plek waar kennis over zoeken in het buitenland wordt verzameld. ,,Nu gaat iedereen steeds zelf het wiel uitvinden. Afzonderlijke achterblijvers hebben kennis opgedaan, het zou goed zijn om die te bundelen’’, zegt casemanager Chantal van Disseldorp.

Honden en forensisch experts

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken laat weten de familie altijd te faciliteren. ,,We leggen contact met autoriteiten en adviseren bijvoorbeeld over plekken waar je posters kunt ophangen en over kranten waar je in kunt adverteren’’, zegt een woordvoerder. ,,Maar politiewerk zoals zoekacties met honden en forensisch experts kunnen wij alleen faciliteren met instemming autoriteiten.’’

,,De realiteit is dat vermissing in het buitenland, relatief gezien, te weinig voorkomt. Iedere situatie is zo divers en regelgeving per land zo verschillend, waardoor het moeilijk is kennis te borgen’’, zegt Van Disseldorp, casemanager bij Slachtofferhulp Nederland. ,,Daarnaast blijft er bij achterblijvers de behoefte om door te blijven zoeken totdat hun dierbare gevonden is, terwijl bij de autoriteiten de mogelijkheden soms uitgeput zijn.’’
Per jaar raken volgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken 30 tot 50 personen vermist in het buitenland. Daarvan wordt 90 procent voor het einde van het jaar gevonden.