Ebru Umar: ‘Ik was ervan overtuigd dat ze me vrij zouden laten’

Een paar uur nadat ze de nacht in een Turkse politiecel heeft doorgebracht, reageert columniste Ebru Umar op haar kortstondige arrestatie.

Ebru Umar is „een beetje overstuur”, vertelt ze aan de telefoon, een paar uur na haar vrijlating. De Nederlandse columniste zit in een restaurant, heeft net even kunnen douchen, en haar telefoon staat op ontploffen. Honderden berichtjes, e-mails en gemiste telefoontjes. Zaterdagavond werd Umar opgepakt door de politie in de Turkse badplaats Kusadasi, waar haar familie een vakantiewoning heeft. Een serie kritische tweets over de Turkse regering van president Recep Tayyip Erdogan was reden voor de arrestatie. Over de juichreacties van Turkse Nederlanders na haar arrestatie is Umar fel: „Die mensen maken het land kapot.”

Wat is er gebeurd sinds uw arrestatie?
„Zaterdagavond stonden twee agenten voor de deur. Ze namen me zogenaamd ‘vrijwillig’ mee naar het bureau. Zo noemen ze dat hier, maar met vrijwillig heeft dat natuurlijk niks te maken. Die kerels waren in shock over hoe ik reageerde. Nonchalant eigenlijk. Zo van: nee joh, ga weg, ik ga slapen. Toen moest ik toch mee naar het bureau.”

Hoe bent u behandeld op het bureau?
„De sfeer was eigenlijk best oké. Mijn laptop en telefoon werden ingenomen, maar die kreeg ik vrij snel terug. De agenten overlegden vooral heel veel. Ze hadden snel in de gaten dat ik niet een of andere Jan Lul ben. Het waren allemaal wel goede kerels. Kijk, iedereen denkt dat ik altijd ruzie maak met iedereen, maar ik ben verschrikkelijk goed met mensen. Daarom waren ze aardig voor me. Ebru, wil je iets eten, wil je iets drinken? Op een gegeven moment ben ik overgebracht naar een ander bureau. Ik eiste dat de agenten die me brachten dezelfde mannen waren die me hadden opgepakt. Bij hen voelde ik me op een gegeven moment wel veilig. Op het andere bureau heb ik de nacht doorgebracht, in een kamertje met een wat oudere man, met wie ik eigenlijk wel fijn heb gepraat. Geslapen heb ik niet.”

Merkte u de ophef in Nederland over uw arrestatie?
„Niet echt. Hoewel ik merkte dat het politiek gevoelig was. Er was een soort hotline met vicepremier Lodewijk Asscher, ik heb gebeld met premier Rutte en minister van buitenlandse zaken Koenders nam contact op via mijn advocaat. Zij hebben ook een goede advocaat geregeld, die me hier bijstaat. Dat ging allemaal snel. Vanmiddag, na een voorgeleiding, werd ik vrijgelaten. Hoewel, vrij…ik mag het land niet uit, en moet me twee keer in de week melden op het politiebureau. Ik moet bewijzen dat ik in Nederland werk. Vraag me niet waarom, voor mij is er ook nog heel veel onduidelijk. Wel begrijp ik dat verschillende kritische tweets over het Turkse regime reden zijn voor mijn arrestatie.”

Bent u bang geweest dat ze u in de cel zouden houden?
„Ik was ervan overtuigd dat ze me vrij zouden laten. Mijn advocaat rekende me op een gegeven moment voor dat ze me maanden in de cel konden gooien vanwege belediging. Als je dat tot je laat doordringen, dan ben je weg. Dus ik ben niet bang geweest. Het was wel raar om een nederige houding aan te nemen. Recht zitten in de rechtbank, handen naast je laten hangen. Dat ben ik niet gewend, ik wil mensen gelijkwaardig te woord staan.”

„Ik ben heel erg van het vrij woord, heel erg van de waarheid. Dat is een beetje mijn probleem.”

Honderden Nederlandse Turken waren blij met uw arrestatie, bleek uit berichten op facebook en twitter.
„Dat heb ik begrepen. Ik ben daar wel blij mee, dat ze zich zo bekend maken. Dit zijn mensen die zelf vrijheid willen, en hebben in Nederland, maar dat een ander misgunnen. Dit zijn de mensen die Nederland kapotmaken. Job Cohen [voormalig leider PvdA, red.] zou trots op ze zijn.”

U leeft in een land waarin veel mensen die dezelfde roots hebben u haten.
„Wat kan het mij schelen dat ze me haten? Is het erg dat ze me beledigen? Ik weet wie ik ben en ik ben wie ik wil zijn. Het punt is: ik leid het leven dat zij willen leven. Ik heb een goede baan, ga naar Turkije voor vakantie. Dat zit er voor de meeste mensen niet in. Er zit veel jaloezie achter. Het zijn ook vaak domme mensen. Als ze slim zouden zijn, zouden ze ook kunnen leven zoals ik.”

Gaat u iets veranderen aan de toon van uw columns of tweets?
„Ik zou mijn moeder blij maken door te zeggen dat ik dat ga doen. Maar dat is niet zo. Ik ben al mijn hele leven Ebru Umar, en ik blijf me op deze manier opstellen.”

U zei een jaar geleden, na de arrestatie van journaliste Fréderike Geerdink in Turkije, dat u zelf nooit ‘de ellende zou opzoeken’ in Turkije.
„Maar ik héb de ellende niet opgezocht. Ik ben hier gewoon op vakantie. Dat is anders dan vanuit Turkije stukken publiceren over politiek beladen onderwerpen.”

Blijkbaar vond de Turkse overheid wél dat u de ellende opzocht.
„Dat is waar. Ik kan wel overwegen om even niet meer naar Turkije te gaan. Of om vanuit Turkije wat minder te twitteren. Dat past eigenlijk niet bij me. Ik ben heel erg van het vrije woord, heel erg van de waarheid. Dat is een beetje mijn probleem. Ik moet daar nog even over nadenken; ik ben pas net vrij.”