Belang van buitenaards leven is helemaal niet zo existentieel

Buitenaards Intelligent leven?

Robbert Dijkgraaf onderstreept in zijn column ‘Een stofje naar de sterren’ (Wetenschapsbijlage, 16 en 17 april) het belang van filantropie voor zuiver wetenschappelijk onderzoek, vooropstellend de fascinerende vraag naar ander intelligent leven in het heelal. Die vraag lijkt echter niet zo „existentieel” en „groot” als Dijkgraaf schrijft .

Als ons Melkwegstelsel ruim 200 miljard sterren telt en het heelal pakweg evenveel sterrenstelsels, zal het heelal enkele tientallen triljarden sterren omvatten. Zo’n aantal maakt de kans op enige vorm van intelligent leven elders in het heelal tamelijk groot. De concrete bevestiging daarvan wordt pas echt interessant, als ook onderlinge communicatie mogelijk zou zijn. De kans daarop lijkt daarentegen uiterst miniem. Als bijvoorbeeld – en om relatief dicht bij huis te blijven – binnen ons eigen Melkwegstelsel weliswaar geen, maar vanuit het naburige, veel grotere Andromedastelsel wel een signaal van intelligent leven wordt ontvangen, dan is dat signaal 2,5 miljoen jaar eerder verzonden. Een aardse reactie daarop zal er vervolgens even lang over doen om die buitenaardse wezens te bereiken, nog afgezien of deze zo’n reactie kunnen ontvangen, laat staan begrijpen.

Daarom een suggestie aan het zuiver wetenschappelijk onderzoek: Stel filantropische miljardairs meer fascinerende onderzoeksvragen voor dan die naar buitenaards intelligent leven.