Zilvermier heeft spiegelhaar

Illustratie Irene Goede

Als het buiten tien graden is, voelt dat fris. Twintig graden is prettig. Dertig graden is ontzettend warm. Veertig graden is echt heet. Maar vijftig graden? Dat is gloeiend-snik-ovenheet.

In de Sahara kan het ’s zomers 50 graden worden. Zelfs voor de meeste woestijndieren is dat veel te heet. Daarom zijn ze actief in de koele nacht. Als de hete dag begint, vluchten ze ondergronds. De schorpioenen graven zich in. En nadat ze elkaar de hele nacht achterna hebben gezeten, schuilen de woestijnvos en jerboa in hun holletjes.

Maar niet de zilvermieren. Zij kunnen niet wachten tot de Sahara bakt en gloeit. Op het allerheetste moment van de dag, als de zon op het hoogste plekje aan de hemel staat, dán stromen de mieren in drommen uit het nest.

Waarom doen ze dat? Omdat nu alle dieren dood zijn die níet op tijd in hun koele holletje zijn gekropen. De mieren hollen naar buiten en slepen stukjes van deze dieren terug naar het nest, om op te eten.

En de mieren hebben nog een goede reden om pas rond het middaguur eropuit te trekken: hun grote vijand slaapt.

Die vijand is de franjeteen. Dat is een hagedis met fraaie karteltenen. De franjeteen is een gevaarlijke insectenvreter. Maar op het heetst van de dag vlucht hij voor de hitte, net als de meeste woestijndieren.

De zilvermieren proberen hun kleine lijfjes op alle manieren koel te houden. Hun pootjes zijn bijvoorbeeld langer dan die van andere mieren. Daardoor staan ze hoger boven het gloeiende zand. En ze blijven geen minuut langer buiten dan nodig is.

Maar de beste zonbescherming van de zilvermier is het zilverkleurig vachtje op zijn kop en rug. De piepkleine zilverhaartjes schitteren als spiegels in het zonlicht. De haartjes wérken ook echt als spiegels. Ze weerkaatsen veel zonlicht en houden zo de mier koel. Biologen kwamen daar achter door haartjes van de mieren af te knippen. Zo’n doorgeknipte haar is niet rond, maar heeft de vorm van een driehoek. Zo’n driehoekvorm heet een ‘prisma’. Prisma’s zijn prima lichtweerkaatsers.

De zilverharen werken echt. De biologen hebben de mieren onder een felle lamp gezet, met een thermometer in hun mierenbillen.

Bij sommige mieren schoren ze de zilverhaartjes af. Die geschoren mieren waren na anderhalve minuut bijna twee graden warmer dan mieren mét zilvervacht.