Zij lijkt geen angst te kennen

Regisseur Erik de Bruyn (53) brak in 2000 door met Wilde Mossels. Zijn nieuwste werk, de Telefilm Hope, is geïnspireerd op het leven van econoom Heleen Mees en zondag op tv. „We wilden haar neerzetten als iemand met empathie.”

Tekst Merel Thie Foto Andreas Terlaak

Foto Andreas Terlaak

Heleen Mees

„Toen ik aan deze film begon wist ik niet veel van Heleen Mees. Dat ze econoom was, boeken had geschreven en dat ze beticht was van stalking. Oh ja, en dat ze dingen had gezegd over vrouwenemancipatie. Ik nam de film over van een andere regisseur. Er lag een dik researchrapport dat ik ben gaan lezen.

Als personage is Heleen Mees interessant, omdat zij een complexe vrouw is, die geen angst lijkt te kennen. De film is fictie. Naast veel overeenkomsten zijn er ook verschillen tussen Heleen Mees en Hannah Hope, de vrouwelijke econoom in de film. Essentieel is dat zij allebei hun achternaam veranderen, in de naam van een bank. Voor vijftig dollar. Omdat dat misschien deuren kan openen in de bankierswereld. Mees heeft niet meegewerkt aan de film. Aan het begin heeft Monic (Hendrickx, red.) haar een brief gestuurd waarin ze vertelde dat de film er zou komen en dat zij de hoofdrol zou spelen. Daarop reageerde Mees met de mededeling dat ze niets kon zeggen. Dat begreep ik wel want ze zat nog in de juridische procedure met Willem Buiter, de econoom die haar van stalking had beticht. Ik zelf heb haar nooit ontmoet.”

Drijfveer

„Het is belangrijk dat kijkers zich kunnen identificeren met de hoofdpersoon in een film. We hebben Hannah Hope daarom een idealistische drijfveer meegegeven. Zij strijdt tegen de graaicultuur bij de banken, en wil laten zien dat het ook anders kan. Ze hoopt dat bankier Ben Elzen haar helpt haar ideeën te verwezenlijken en wordt verliefd op hem. Ze krijgen een affaire. Als hij haar laat vallen, smeekt ze hem om wel haar ideeën uit te voeren. In de film laten we ook Hannahs vader overlijden. Je ziet dat ze daar verdriet over heeft en worstelt met het feit dat ze op dat moment niet in Nederland is. We wilden haar neerzetten als iemand met empathie.”

Sympathie

„Het beeld dat de media schetsten van Heleen Mees was: die heeft Willem Buiter gestalkt. In de film trekken we dat in twijfel. Ik hoop dat de sympathie van de kijker steeds heen en weer gaat tussen hem en haar. Het personage van bankier Ben Elzen gedraagt zich op belangrijke momenten als een slappeling. Hij belooft dat hij de affaire zal opbiechten aan zijn vrouw maar doet dat uiteindelijk dan toch weer niet. Zij wordt hardhandig van haar tas beroofd op straat in New York, hij doet niets. Ik heb meer sympathie voor Hannah dan voor Heleen. Mees eist miljoenen schadevergoeding van Buiter. En dat terwijl ze zich in 2009 in haar boek Tussen hebzucht en verlangen uitsprak tegen de graai- en bonussencultuur. Zo’n eis komt op mij dan wat opportunistisch over. Alsof je denkt: nu kan ik in één keer binnen zijn voor de rest van mijn leven. Overigens vraagt iedereen wat Heleen Mees van de film vindt, maar niemand vraagt zich af wat Willem Buiter ervan vindt.”

New York

„Toen ik aan deze film begon wist ik één ding zeker: hij moet – in ieder geval deels – gedraaid worden in New York. Wall Street is het financiële hart van de wereld, alles is er grootser. Die energie, die moest in de film. Dat kun je niet op de Zuidas filmen. Maar ja, de ambitie voor een Telefilm is weliswaar torenhoog, het budget is dat niet. Wat dat betreft was dit ook een gevaarlijke onderwerpkeuze: als Mees de hele tijd de wereld over vliegt en dineert in de meest luxe restaurants, dan stelt dat je als filmer wel voor een uitdaging. Uiteindelijk hebben we vier dagen in New York gedraaid. Dat was dynamisch, een soort guerrilla. Omdat het in zo’n korte tijd moet, dóé je dingen gewoon. Geen figuranten, geen straten afzetten. Gewoon, in twee taxi’s springen en zonder permit filmen op de Brooklyn Bridge.”

Monic Hendrickx

„Veel mensen kennen Monic natuurlijk van de maffiaserie Penoza. Zij is iemand die erg in harmonie is met zichzelf. Bijna een boeddha. En dat zie je ook terug in haar bewegingen, haar mimiek. Voor Hannah Hope moest dat anders. Hannah is zeer levendig, alert, en heeft een wispelturig en complex karakter. Bij vlagen grillig. Ze moest hoekiger bewegen dan Monic zelf doet. In gesprekken moest ze soms versnellen, ratelen, harder praten en dan weer zacht. Monic heeft mij hiermee weer een andere kant van zichzelf laten zien.”

Romcom

„Dit jaar had de Publieke Omroep geen inhoudelijk thema bedacht voor de Telefilms, dat is er meestal wel. Voor komend jaar is de opdracht: maak een romcom. Curieus, vind ik, dat is toch geen thema maar een genre? Eerst vond ik het daarom stom; gaat de publieke omroep ineens zes romantische comedy’s uitzenden achter elkaar. Alsof er daar al niet genoeg van zijn. Dan lijkt het of de netmanagers van de publieke netten alleen mikken op kijkcijfers. Maar later voelde ik me ook uitgedaagd. Ik dacht: dan máák ik een romcom ook. En misschien kan ik de grenzen van het genre opzoeken. Mijn film gaat over een meisje bij de marine, ik ben door de eerste selectieronde. Benieuwd of ik bij de laatste zes kom.”

Wilde Mossels (2000)

„Het plan voor mijn eerste film, Wilde Mossels, is meerdere malen afgewezen voor subsidie. Hij voldeed niet aan de klassieke dramawetten: er zit geen boef in die door de held gevangen wordt. Wilde Mossels gaat juist over iemand die helemaal niet weet wat hij wil. Een soort gekwelde Hamlet, gekruist met Oblomov. Het was een gevecht om hem te kunnen maken. Inmiddels heeft de film een soort cultstatus gekregen. Critici vonden hem eclectisch. Het draaien was bijzonder, met de hele crew verbleven we in Zeeland. De groep was hecht, Fedja van Huêt, Frank Lammers en Freek Brom waren nog niet zo bekend. En iedereen had het gevoel met iets bijzonders bezig te zijn. Na een lange dag draaien reden we ’s avonds nog met de bus naar Goes om rushes te bekijken. We draaiden op celluloid, dus je kon nog niet tussendoor zien wat je op beeld had.”

Zierikzee

„Ik ben een laatbloeier. Mijn vader werkte bij de Rijkspolitie te water, mijn moeder was secretaresse. Ik kwam pas met film in aanraking toen ik op de middelbare school in Zierikzee zat. Daar zag ik Jaws en Once upon a time in the west. Maar er was ook een tijdje helemaal géén filmhuis daar. Ik wilde naar het conservatorium, maar toen mijn ouders dat ontmoedigden werd het sociologie. Dat was het niet voor mij. Ik heb ook nog communicatiewetenschap gestudeerd en daarna allerlei baantjes gehad in de filmwereld – licht, geluid, productie – voordat ik mijn eerste film maakte. Ik ben niet ontevreden over hoe het is gelopen. Ik heb alle kanten van het vak leren kennen. En aan sociologie heb ik nog altijd veel. Maar het heeft me misschien ook dwarsgezeten. Door een academische opleiding ben je gewend dat alles geboekstaafd moet worden. Dat kan je creativiteit dwarsbomen. Vóór Wilde Mossels dacht ik vaak: Wie ben ik om te zeggen hoe het moet?”